wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2kgt Grammatica 4.7 woordsoorten

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Welk AANWIJZEND voornaamwoord zie je in onderstaande zin?


Die man daar heeft een boete, omdat hij te hard reed.

a)

die

b)

daar

c)

man

d)

die, daar

2.

Welk AANWIJZEND voornaamwoord zie je in onderstaande zin?


Volgende week zorg ik ervoor dat ik dit huiswerk af heb.

a)

dat

b)

dat, dit

c)

dit

d)

heb

3.

Welk AANWIJZEND voornaamwoord zie je in onderstaande zin?


Dat had ik nooit van haar verwacht.

a)

dat

b)

haar

c)

had

d)

verwacht

4.

Welk aanwijzend voornaamwoord zie je in onderstaande zin?


De kinderen luisteren naar dat prachtige verhaal.

a)

de

b)

naar

c)

kinderen

d)

dat

5.

Welk(e) AANWIJZEND voornaamwoord(en) zie je in onderstaande zin?


Dit spelletje vind ik leuker dan dat spelletje.

a)

dit

b)

dit, dat

c)

dat

d)

dit, dan, dat

6.

Welke van de onderstaande woorden is een VRAGEND voornaamwoord?

a)

die

b)

welke

c)

mijn

d)

ik

7.

Welk woord hoort NIET in het rijtje?


WAAR - WIE - WELKE - WAT

a)

waar

b)

wie

c)

welke

d)

wat

8.

Noteer de vier VRAGENDE voornaamwoorden.

4 lines
9.

Vul een passend VRAGEND voornaamwoord in.


Weet jij ... er morgen jarig is?

(a)  

10.

Vul een passend vragend voornaamwoord in.


... jas trek jij aan?

(a)  

11.

Benoem het onderstreepte woord.


Welke versierde kaartjes hebben jullie voor ons spetterende eindfeest verkocht?

a)

av

b)

vrv

c)

bzv

d)

psv

12.

Benoem het onderstreepte woord.


Welke versierde kaartjes hebben jullie voor ons spetterende eindfeest verkocht?

a)

lw

b)

zn

c)

bn

d)

ww

13.

Benoem het onderstreepte woord.


Welke versierde kaartjes hebben jullie voor ons spetterende eindfeest verkocht?

a)

lw

b)

zn

c)

bn

d)

ww

14.

Benoem het onderstreepte woord.


Welke versierde kaartjes hebben jullie voor ons spetterende eindfeest verkocht?

a)

zn

b)

hww

c)

zww

d)

htw

15.

Benoem het onderstreepte woord.


Welke versierde kaartjes hebben jullie voor ons spetterende eindfeest verkocht?

a)

zn

b)

bzv

c)

vrv

d)

psv

16.

Benoem het onderstreepte woord.


Welke versierde kaartjes hebben jullie voor ons spetterende eindfeest verkocht?

a)

lw

b)

zn

c)

vz

d)

bn

17.

Benoem het onderstreepte woord.


Welke versierde kaartjes hebben jullie voor ons spetterende eindfeest verkocht?

a)

bzv

b)

psv

c)

vz

d)

bn

18.

Benoem het onderstreepte woord.


Welke versierde kaartjes hebben jullie voor ons spetterende eindfeest verkocht?

a)

bzv

b)

psv

c)

vz

d)

bn

19.

Benoem het onderstreepte woord.


Welke versierde kaartjes hebben jullie voor ons spetterende eindfeest verkocht?

a)

lw

b)

bn

c)

zn

d)

zww

20.

Benoem het onderstreepte woord.


Welke versierde kaartjes hebben jullie voor ons spetterende eindfeest verkocht?

a)

rtw

b)

htw

c)

hww

d)

zww