Font size
WorksheetsMavo 1 Woordsoorten eindoefening
Total questions: 20
Worksheet time: 12mins
Waar hoort deze omschrijving bij:
Het belangrijkste werkwoord in de zin.
hulpwerkwoord
zelfstandig werkwoord
bijvoeglijk naamwoord
Waar hoort deze omschrijving bij:
woorden die een plaats, tijd of reden aangeven (om, van, door)
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
voorzetsel
aanwijzend voornaamwoord
Hoeveel vragende voornaamwoorden zijn er?
1
2
3
4
Wat is het vragend voornaamwoord in:
Wat ga jij deze zomervakantie doen?
wat
deze
zomervakantie
ga doen
Wat is het aanwijzend voornaamwoord in:
Wat ga jij deze zomervakantie doen?
wat
deze
zomervakantie
ga doen
Wat is het zelfstandig naamwoord in:
Wat ga jij deze zomervakantie doen?
wat
deze
zomervakantie
ga doen
Wat is het bijvoeglijk naamwoord in:
Waarom heb jij die nieuwe bal weggegooid?
waarom
nieuwe
bal
staat er niet in
Wat is een vragend voornaamwoord:
wanneer-waarom-welke-wachten
(a)
Wat is geen aanwijzend voornaamwoord:
dergelijke-zulke-dezelfde-diegene
(a)
Wat is het zelfstandig werkwoord in:
De docent vertelt ons over de nare oorlog in Oekraïne.
(a)
Wat zijn de zelfstandige naamwoorden in:
De docent vertelt ons over de nare oorlog in Oekraïne.
vertelt
de, de
docent, oorlog
docent, oorlog, Oekraïne
Wat zijn dit voor woorden:
met-van-om-tijdens
voorzetsels
aanwijzend voornaamwoorden
vragend voornaamwoorden
zelfstandige naamwoorden
Wat zijn dit voor woorden:
wat-welke-wat voor (een)-wie
voorzetsels
aanwijzend voornaamwoorden
vragend voornaamwoorden
zelfstandige naamwoorden
Wat zijn dit voor woorden:
Noordzee-Wales-Maarten-Melchers
voorzetsels
aanwijzend voornaamwoorden
vragend voornaamwoorden
zelfstandige naamwoorden
Wat zijn dit voor woorden:
die-deze-dit-dat
voorzetsels
aanwijzend voornaamwoorden
vragend voornaamwoorden
zelfstandige naamwoorden
Wat zijn dit voor woorden:
zo'n-zulke-dergelijke-dezelfde
voorzetsels
aanwijzend voornaamwoorden
vragend voornaamwoorden
zelfstandige naamwoorden
Wat zijn dit voor woorden:
lelijke-nare-vervelende-witte
bijvoeglijke naamwoorden
aanwijzend voornaamwoorden
vragend voornaamwoorden
zelfstandige naamwoorden
Benoem hulpwerkwoord(en) in:
De hond zit op de stoep te poepen.
de, de
hond, stoep
zit
poepen
Hoeveel zelfstandige werkwoorden kunnen er in een (enkelvoudige) zin staan?
0
1
2
meer dan 2
Wat is het zelfstandige werkwoord in:
Ik heb altijd dierenarts willen worden.
(a)
