wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Brugklas Pasen

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wat is Pasen?

a)

Herdenking van de kruisiging en opstanding van Christus.

b)

Herdenking van de kruisiging van Christus

c)

Herdenking van de opstanding van Christus.

d)

Paaseieren zoeken

2.

Wat zijn staties?

a)

Beelden over de lijdensweg van Jezus Christus

b)

Beelden over de opstanding van Jezus Christus

c)

Beelden over Pasen

d)

Beelden in een kerk over de liturgische kalender

3.

Wat is goede vrijdag?

a)

De dag waarop Jezus wordt gekruisigd en begraven

b)

De dag waarop Jezus veroordeeld wordt door Pontius Pilates

c)

De dag waarop Jezus het laatste avondmaal viert

d)

De dag waarop Jezus opstaat uit de dood.

4.

Wat is stille zaterdag?

a)

De dag waarop Jezus Christus wordt gekruisigd en begraven.

b)

De dag waarop Jezus Chistus in het graf ligt

c)

De dag waarop Jezus het laatste avondmaal viert.

d)

De dag waarop Jezus opstaat uit de dood.

5.

Wat is Paaszondag?

a)

De dag waarop Jezus Christus wordt gekruisigd en begraven.

b)

De dag waarop Jezus Christus het laatste avondmaal viert.

c)

De dag waarop Jezus Christus in het graf ligt.

d)

De dag waarop Jezus Christus opstaat uit de dood.

6.

Wat betekent het woord liturgisch?

a)

Kerkelijk

b)

Boeken

c)

Christelijk

7.

Wat gebeurt er op aswoensdag?

a)

Start 40 dagen vastentijd tot Pasen.

b)

Blije intocht van Jezus in Jeruzalem.

c)

De dag waarop Jezus het laatste avondmaal viert.

d)

Jezus wordt gekruisigd en begraven.

8.

Wat gebeurt er op Palmzondag?

a)

Start 40 dagen vastentijd tot Pasen.

b)

Blije intocht van Jezus in Jeruzalem.

c)

De dag waarop Jezus het laatste avondmaal viert.

d)

Jezus wordt gekruisigd en begraven.

9.

Wat gebeurt er met Pesach?

a)

Dan wordt de uittocht van de Joden uit Egypte herdacht.

b)

Dan worden de 10 plagen herdacht in Egypte.

c)

Dan wordt de Joodse slavernij in Egypte herdacht.

10.

Het Pesach verhaal staat in het Bijbelboek:

a)

Genesis

b)

Exodus

c)

Leviticus

d)

Deuteronomium

11.

Welk Bijbelboek betekent uittocht?

a)

Genesis

b)

Exodus

c)

Leviticus

d)

Deuteronomium

12.

Wie leidt samen met hulp van God het Joodse volk uit Egypte?

a)

Aaron

b)

Mozes

c)

De farao

d)

Miriam

13.

Wie is de broer van Mozes?

a)

Aaron

b)

Mozes

c)

De farao

d)

Miriam

14.

Hoeveel plagen waren er in Egypte?

a)

9

b)

10

c)

11

d)

12

15.

Door welke plaag gaf de farao toestemming om het Joodse volk te laten gaan?

a)

Dood van eerstgeborenen

b)

Duisternis

c)

Sprinkhanen

d)

Hagel

16.

Wat betekent het woord Pesach?

a)

Overslaan

b)

Inhalen

c)

Pasen

d)

Joden

17.

Wat gebeurt hier?

a)

Er wordt bloed aan de deurpost gesmeerd zodat de doodsengel aan dit huis voorbij gaat.

b)

Er wordt bloed aan de deurpost gesmeerd om het paasfeest te vieren.

c)

Er wordt bloed aan de deurpost gesmeerd zodat de farao ziet wie er Jood is en wie niet.

18.

Na hoeveel dagen stond Jezus Christus op uit de dood?

a)

2

b)

3

c)

4

d)

5