NEW
Font size
Worksheetsredekundige grammatica klas 3
Total questions: 15
Worksheet time: 7mins
Samengesteld: neven- of onderschikkend?
Dewi wist bijna zeker dat ze een nieuwe fiets ging kopen.
Enkelvoudig
Samengesteld nevenschikkend
Samengesteld onderschikkend
Wat is de bijzin: Wie van muziekprogramma's houdt, bevelen wij de uitzending van vanavond aan.
Geen bijzin. Twee hoofdzinnen
Wie van muziekprogramma's houdt
Bevelen wij de uitzending van vanavond aan
Naamwoordelijk of werkwoordelijk gezegde: Heeft de zon bij jullie nog geschenen?
naamwoordelijk: heeft de zon geschenen
naamwoordelijk: heeft geschenen
werkwoordelijk: heeft geschenen
Naamwoordelijk of werkwoordelijk gezegde: Ondanks de vervelende opmerkingen van de interviewer bleef de politicus aardig.
werkwoordelijk: bleef
werkwoordelijk: bleef aardig
naamwoordelijk: bleef de politicus aardig
naamwoordelijk: bleef aardig
Zoek meewerkend voorwerp: De man zit aan de waterkant te vissen.
Meewerkend vw.: aan de waterkant
Meewerkend vw.: de man
Geen meewerkend vw.
Waar of niet: Als in een zin een naamwoordelijk gezegde heeft, staat er nooit een lijdend voorwerp in de zin.
Waar
Niet waar
Is het onderstreepte stuk een hoofdzin of een bijzin?
Deze meneer beweert dat een blaffende hond niet bijt.
Hoofdzin
Bijzin
Is het onderstreepte stuk een hoofdzin of een bijzin?
Is die gitarist gestorven doordat hij veel slaappillen had geslikt?
Hoofdzin
Bijzin
Volgende week organiseert die nieuwe kledingzaak op de hoek een modeshow
Wat is het voegwoord in deze zin: Als je hard werkt op school, kun je later een goedbetaalde baan krijgen.
als
geen voegwoord
kun
krijgen
Zoek bijw. bep.: Zonder zijn inzet was hij nooit in de examenklas gekomen.
nooit
zonder zijn inzet
zonder zijn inzet/ in de examenklas
zonder zijn inzet/ nooit / in de examenklas
Als je een bijwoordelijke bepaling in een zin wilt zoeken, mag je de vraag WIE of WAT stellen. Waar of niet waar?
Waar
Niet waar
