Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3vwo H24 en 25.1 en 2

Total questions: 14

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Gegeven is balk ABCD.EFGH. Punt P ligt midden op lijn DB.

Bereken de lengte van BP

a)

BP= 5 cm

b)

BP= 2,6 cm

c)

BP= 2,5 cm

d)

BP= 25 cm

2.

Gegeven is balk ABCD.EFGH. Punt P ligt midden op lijn DB.
Bereken  ∠PFB\angle PFB  

a)

 ∠PFB=32°\angle PFB=32\degree  

b)

 ∠PFB=39°\angle PFB=39\degree  

c)

 ∠PFB=51°\angle PFB=51\degree  

d)

 ∠PFB=30°\angle PFB=30\degree  

3.

In lichamen kun je de lengte van lijnstukken en hoeken

berekenen met:

a)

Gelijkvormigheidskenmerken

b)

Stelling van Pythagoras in rechthoekige driehoeken

c)

Goniometrie in rechthoekige driehoeken

d)

Stelling van Pythagoras in driehoeken

4.

Hoe bereken je de discriminant?

a)

Met cosinus, sinus of tangens

b)

b²-3ac

c)

b²+3ac

d)

b²-4ac

5.

Gegeven is: 4x2 + 8x + 6 = 5x + 4

Bereken de discriminant en geef het aantal oplossingen.

a)

De discriminant is 23 en heeft twee oplossingen.

b)

De discriminant is -23 en heeft één oplossing.

c)

De discriminant is 23 en heeft geen oplossing.

d)

De discriminant is -23 en heeft geen oplossing.

6.

gegeven is rechthoekige  ΔPQR\Delta PQR  .   ∠Q=90°\angle Q=90\degree  , PR=6 en QR=4. Bereken  ∠P\angle P  . Rond af op gehelen.

a)

 ∠P=45°\angle P=45\degree  

b)

 ∠P=44°\angle P=44\degree  

c)

 ∠P=43°\angle P=43\degree  

d)

 ∠P=42°\angle P=42\degree  

7.

Wat is de formule voor het berekenen van de richtingshoek in deze rechthoekige driehoek.

a)

AB = AC x sin(а)

b)

AC = AB x sin(a)

c)

AB = AC x cos(a)

d)

AC = AB x cos(a)

8.

Hoeveel hoeken heeft een cilinder.

a)

2

b)

4

c)

0

d)

1

9.

Gegeven is een kubus met ribben van 2cm. Bereken de lichaamsdiagonaal.

a)

11\sqrt{11}

b)

3,5

c)

10\sqrt{10}

d)

232\sqrt{3}

10.

Gegeven is piramide ABCD.T
Bereken

 ∠NTM\angle NTM  . Rond af op gehelen

a)

 ∠NTM≈12°\angle NTM\approx12\degree  

b)

 ∠NTM≈48°\angle NTM\approx48\degree  

c)

 ∠NTM≈53°\angle NTM\approx53\degree  

d)

 ∠NTM≈132°\angle NTM\approx132\degree  

11.

Gegeven is de functie:

 f(x)= x2+6x+6f\left(x\right)=\ x^2+6x+6  
Schrijf deze functie in de vorm van  f(x)=a(x−p)2+qf\left(x\right)=a\left(x-p\right)^2+q  

a)

 f(x)=(x+6)2+6f\left(x\right)=\left(x+6\right)^2+6  

b)

 f(x)=(x+6)2−30f\left(x\right)=\left(x+6\right)^2-30  

c)

 f(x)=(x+3)2+3f\left(x\right)=\left(x+3\right)^2+3  

d)

 f(x)=(x+3)2−3f\left(x\right)=\left(x+3\right)^2-3  

12.


Gegeven is de functie:
 f(x)=(x+5)2−4 f\left(x\right)=\left(x+5\right)^2-4\   


a)

top (5,4)

b)

top (5,-4)

c)

top (-5,4)

d)

top (-5,-4)

13.

Gegeven is de functie:    f(x)=3(x+1)2−6f\left(x\right)=3\left(x+1\right)^2-6  
Bereken de coördinaten van de snijpunten met de x-as.

a)

 x=2−1  en x=−2−1 x=\sqrt{2}-1\ \ en\ x=-\sqrt{2}-1\   

b)

 x≈0,41 en x≈−2,41x\approx0,41\ en\ x\approx-2,41  

c)

 (2−1 , 0) en (−2−1 ,0)\left(\sqrt{2}-1\ ,\ 0\right)\ en\ \left(-\sqrt{2}-1\ ,0\right)  

d)

 (0,41;0) en (−2,41:0) \left(0,41;0\right)\ en\ \left(-2,41:0\right)\   

14.

Gegeven is de functie: f(x)= x2+5x+6f\left(x\right)=\ x^2+5x+6  

Schrijf de functie in de vorm van  f(x)=a(x−n)(x−m)f\left(x\right)=a\left(x-n\right)\left(x-m\right)  

a)

 f(x)=(x+1)(x+5)f\left(x\right)=\left(x+1\right)\left(x+5\right)  

b)

 f(x)=(x+2)(x+3)f\left(x\right)=\left(x+2\right)\left(x+3\right)  

c)

 f(x)=(x−1)(x−5)f\left(x\right)=\left(x-1\right)\left(x-5\right)  

d)

 f(x)=(x−2)(x−3)f\left(x\right)=\left(x-2\right)\left(x-3\right)