wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Draaien

Total questions: 21

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Een stukje van iets, die stukjes vormen samen één geheel

a)

het onderdeel

b)

het pedaal

c)

het model

d)

het frame

2.

De vorm van iets

a)

het frame

b)

het pedaal

c)

het model

d)

het reuzenrad

3.

Dit is een onderdeel van een wiel. Dit onderdeel verbindt de as met het wiel

a)

het tandwiel

b)

de as

c)

de spaak

d)

de wieken

4.

Een stoort draaimolen. De stoeltjes hangen aan kettingen en gaan bij het draaien omhoog.

a)

de achtbaan

b)

het reuzenrad

c)

de draaimolen

d)

de zweefmolen

5.

Deze delen van de windmolen vangen de wind

(a)  

6.

Sneller gaan

(a)  

7.

Iets nieuws wat nog niet bestaat

a)

de as

b)

de uitvinding

c)

in beweging zetten

d)

elektrisch

8.

Welk woord past NIET bij fiets?

a)

het frame

b)

het pedaal

c)

de as

d)

de wieken

9.

In elkaar zetten

a)

de techniek

b)

monteren

c)

versnellen

d)

in beweging zetten

10.

Een wiel met een gekartelde rand aan de buitenkant, onderdeel van een fiets of machine

(a)  

11.

Een groot wiel met stoeltjes er aan.

a)

een stoeltjeslift

b)

een reuzenrad

c)

een draaimolen

d)

een zweefmolen

12.

Welk woord past het BEST bij : pedaal?

a)

het reuzenrad

b)

de fiets

c)

de techniek

d)

het model

13.

Welk woord past het BEST bij: as?

a)

de wielen

b)

het frame

c)

de sportschoen

d)

de uitvinding

14.

Welk woord past het BEST bij: elektrisch?

a)

zagen

b)

timmeren

c)

boren

d)

knippen

15.

Vul in:

Het (a)   van de loopfiets was gemaakt van massief hout.

16.

Vul in:

Deze loopfiets had geen stuur en geen (a)   .

17.

Vul in:

In 1885 maakte een uitvinder een (a)   aan het achterwiel vast.

18.

Vul in:

De fietsketting liep over een (a)   .

19.

Welke uitdrukking hoort er bij:

Ik wilde naar de kermis gaan, maar ik moest van mijn vader eerst mijn kamer opruimen.

a)

dat loopt op rolletjes

b)

het wiel opnieuw uitvinden

c)

een spaak in het wiel steken

20.

Welke uitdrukking hoort er bij:

Ik ging voor het eerst alleen op de fiets naar oma en ik reed in één keer goed!

a)

dat liep op rolletjes

b)

een spaak in het wiel steken

c)

het wiel opnieuw uitvinden

21.

Welke uitdrukking hoort er bij:

Ik had een kortere weg naar school bedacht. Toen zei mijn broer dat hij die weg al lang kende!

a)

dat liep op rolletjes

b)

het wiel opnieuw uitvinden

c)

een spaak in het wiel steken