wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Frisdrank

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Siroop bestaat uit ......

a)

Water, suiker, smaak- en kleurstoffen en zuren.

b)

Water, suiker en zuren

c)

Water, suiker en smaakstoffen

d)

Water, suiker, smaakstoffen en kleurstoffen

2.

Suiker oplossen in water kan je op twee manieren doen, koud en warm.

Warm oplossen gaat sneller.

a)

Waar

b)

Niet waar

3.

Een refractometer is een nauwkeurige manier om het suikergehalte in frisdrank te meten

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Kies de juiste volgorde van de siroopbereiding van frisdrank

a)

Smaak- en kleurstoffen oplossen in water, daarna suiker toevoegen en tenslotte zuren toevoegen

b)

Smaak- en kleurstoffen oplossen in water, daarna s zuren toevoegen en tenslotte suiker toevoegen

c)

Smaak- en kleurstoffen mengen met suiker en zuren. Het geheel oplossen in water

d)

Suiker oplossen in water. Vervolgens voeg je smaak- en kleurstoffen + zuren toe.

5.

De receptuur van de smaak- en kleurstoffen + zuren houden bedrijven geheim. Deze bepalen de smaak van de frisdrank.

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

Het toevoegen van de verschillende stoffen hoeft niet nauwkeurig te gebeuren. Afwijkingen van het recept zorgen niet voor afwijkingen in smaak.

a)

Waar

b)

Niet waar

7.

Het impregneren, of terwijl het toevoegen van koolzuur gaat het beste onder de volgende omstandigheden:

a)

Lage temperatuur en lage druk

b)

Lage temperatuur en hoge druk

c)

Hoge temperatuur en lage druk

d)

Hoge temperatuur en hoge druk

8.

Het is altijd nodig om frisdrank te pasteuriseren

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

Het pasteuriseren van frisdrank vindt plaats voor het impregneren

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Bij de pre-mix methode wordt:

a)

De siroop komt via een leiding in aanraking met de leiding van het koolzuurhoudende water en wordt gemengd.

b)

Het mengsel van siroop en water vlak voor of na mengen geïmpregneerd

c)

De siroop in de fles afgevuld alvorens het koolzuurhoudende water wordt toegevoegd.

11.

Bij de intermix of trimix methode wordt:

a)

De siroop komt via een leiding in aanraking met de leiding van het koolzuurhoudende water en wordt gemengd.

b)

Het mengsel van siroop en water vlak voor of na mengen geïmpregneerd

c)

De siroop in de fles afgevuld alvorens het koolzuurhoudende water wordt toegevoegd.

12.

Bij de in-line menging methode wordt:

a)

De siroop komt via een leiding in aanraking met de leiding van het koolzuurhoudende water en wordt gemengd.

b)

Het mengsel van siroop en water vlak voor of na mengen geïmpregneerd

c)

De siroop in de fles afgevuld alvorens het koolzuurhoudende water wordt toegevoegd.

13.

Retourflessen zijn:

a)

Flessen die geretourneerd worden naar de producent. Bevatten statiegeld

b)

Flessen die worden ingeleverd in de glasbak, worden gerecycled

c)

Plastic flessen die bij het plastic afval mogen

14.

De reiniging van retourflessen vindt plaats met:

a)

Afwasmiddelen, vervolgens worden ze afgespoeld en gedesinfecteerd

b)

Loogbaden, vervolgens afgespoeld met chloorwater en gedesinfecteerd

c)

Zuren, vervolgens gaan ze in een loogbad en worden ze afgespoeld en gedesinfecteerd

15.

Het reinigen van de retourflessen vindt plaats bij:

a)

Hoge temperatuur +/- 90 graden Celsius

b)

Middelhoge temperatuur +/- 58 graden Celsius

c)

Kamertemperatuur +/- 25 graden Celsius

16.

De frisdrank wordt onder hoge druk afgevuld in flessen.

a)

Waar

b)

Niet waar

17.

Om nabesmetting te voorkomen

a)

Pasteuriseren ze de afgevulde frisdrank

b)

Vacumeren ze de afgevulde frisdrank

c)

Blazen ze steriele lucht over de nog geopende fles frisdrank