Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

oefenen PM

Total questions: 22

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Wanneer zet je de 5W1H-methode in?

a)

Om structuur aan te brengen in je plan van aanpak.

b)

Om de onderdelen van een kosten-baten-analyse uit te splitsen. 

c)

Om zo veel mogelijk gegevens over een probleem te verzamelen.

d)

Om in zes stappen een passende oplossing te vinden.

2.

Wat is de betekenis van Vijf keer 'waarom?

a)

Dit betekent dat de projectleider vaak waarom-vragen moet beantwoorden.

b)

Dit is een methode om achter de kern van het probleem te komen.

c)

Dit is een manier om een prijsonderhandeling uit te voeren.

d)

Dit is een aanpak die veel wordt gebruikt bij evaluatie van projecten.

3.

Wat geeft het kritiek pad aan in een netwerkplan?

a)

De minimale tijdsduur van het hele project.

b)

De maximale tijdsduur van het hele project.

c)

De gemiddelde tijdsduur van het hele project.

d)

Geen van de antwoorden.

4.

Plannen is een proces waarbij je rekening houdt met mogelijke activiteiten in de nabije toekomst. Er bestaan verschillende soorten planningen.

Hier wordt een voorbeelden genoemd waarbij gebruik gemaakt wordt van korte termijnplanning of lange termijnplanning?

De procesinstallatie heeft een beperkte capaciteit om storingen op te vangen. Je overweegt een andere bezetting.

a)

korte termijnplanning

b)

lange termijnplanning

5.

Plannen is een proces waarbij je rekening houdt met mogelijke activiteiten in de nabije toekomst. Er bestaan verschillende soorten planningen.

Hier wordt een voorbeelden genoemd waarbij gebruik gemaakt wordt van korte termijnplanning of lange termijnplanning?

Om te zien of een afdeling nog extra werk kan gebruiken maak je een plan.

a)

korte termijnplanning

b)

lange termijnplanning

6.

Plannen is een proces waarbij je rekening houdt met mogelijke activiteiten in de nabije toekomst. Er bestaan verschillende soorten planningen.

Hier wordt een voorbeelden genoemd waarbij gebruik gemaakt wordt van korte termijnplanning of lange termijnplanning?

De directie maakt een beleidsplan om op termijn te gaan fuseren met een ander bedrijf.

a)

korte termijnplanning

b)

lange termijnplanning

7.

Plannen is een proces waarbij je rekening houdt met mogelijke activiteiten in de nabije toekomst. Er bestaan verschillende soorten planningen.

Hier wordt een voorbeelden genoemd waarbij gebruik gemaakt wordt van korte termijnplanning of lange termijnplanning?

Gezien de laatste ontwikkelingen overweeg je nieuwe producten te gaan ontwikkelen.

a)

korte termijnplanning

b)

lange termijnplanning

8.

Welke van onderstaande stellingen over een WBS is juist?

a)

Een WBS is een instrument dat je gebruikt om te evalueren bij afronding van een project.

b)

Met een WBS werk je van grof naar fijn uit welke activiteiten voor een project nodig zijn.

c)

WBS is de Engelse afkorting voor Plan Van Aanpak.

d)

Een WBS is speciale planningssoftware die je gebruikt bij het projectmanagement.

9.

Bij het oplossen van storingen is ondermeer een goede planning en werkstroombeheersing van belang. Waarmee wordt bij het opstellen van de planning van onderhoudswerkzaamheden rekening gehouden?

a)

Het inkoopbeleid voor onderdelen.

b)

Prioriteitenstelling van de werkopdrachten.

c)

De onderbezetting van onderhoudspersoneel.

d)

De levertijd van de benodigde middelen.

e)

Toekomstige bedrijfsdoelstellingen.

10.

Lees onderstaande beweringen goed door!

  1. 1. De kostprijsberekening van een product bepaalt mede het zogenaamde break-even point.

  2. 2. De winst van een product kun je alleen doen stijgen als je de kosten verlaagt.

Voor deze beweringen geldt:

a)

beide stellingen zijn juist

b)

alleen 1 is juist

c)

alleen 2 is juist

d)

beide stellingen zijn onjuist

11.

De verkoopprijs van een kunststofbewerkingsmachine is € 8.980,- exclusief BTW.

De kostprijs volgens de voorcalculatie is € 5.565,-. Het werkelijke winstpercentage is 35%.

Wat zijn de kosten volgens de nacalculatie?

a)

€ 6.652,-

b)
€ 5.732,-
c)

€ 5.837,-

d)

€ 7.513,-

12.

Een drietal machines in een productielijn moet je regelmatig met de hand smeren. Dit kan alleen als de machines stil staan. De smeerpunten zijn slecht bereikbaar. De kosten door productieverlies tijdens smeren is afhankelijk van de machine. Voor machine A, B en C is dat respectievelijk € 5.000, €6.000 en €7.000. Indien we de machines voorzien van een automatische smeerinrichting (kosten : € 20.000 per machine) is er geen productieverlies. Het bedrijf hanteert een terugverdientijd van 3 jaar. 

Bij welke machine(s) zal het bedrijf het smeren gaan automatiseren?

a)

Machine A, B en C

b)

Machine B en C

c)

Machine C

13.

Lees onderstaande beweringen goed door!

  1. 1. De toeslagmethode wordt toegepast om de directe kosten te verrekenen aan de hand van de oorzaak van de uitgave.

  2. 2. Een voordeel van de toeslagmethode is dat je geen rekening met indirecte kosten hoeft te houden.

Voor deze beweringen geldt:

a)

beide stellingen zijn juist

b)

Alleen 1 is juist

c)

Alleen 2 is juist

d)

beide stellingen zijn onjuist

14.

Lees onderstaande beweringen goed door!

  1. 1. Duurzame productiemiddelen zijn de relatief dure grondstoffen die in het product verwerkt worden.

  2. 2. De kosten van de administratieve medewerkers worden ook meegerekend als arbeidskosten.

Voor deze beweringen geldt:

a)

beide stellingen zijn juist

b)

Alleen 1 is juist

c)

Alleen 2 is juist

d)

beide stellingen zijn onjuist

15.

Welke van onderstaande stelingen is juist?

Stelling I: Er zijn bij brainstormen geen goede, slechte of vreemde ideeën. Of een idee haalbaar is of niet, is tijdens brainstormen oninteressant. 

Stelling II: Er zijn verschillende manieren waarop binnen een groep een besluit kan worden genomen. Afhankelijk van de situatie kiest de projectleider een geschikte methode.

a)

beide stellingen zijn juist

b)

Alleen 1 is juist

c)

Alleen 2 is juist

d)

beide stellingen zijn onjuist

16.

Welke van onderstaande bedrijven is een typisch voorbeeld van een kapitaalintensief bedrijf?

a)

Bedrijf voor interieurverzorging

b)

Raffinaderij

c)

Ingenieursbureau

d)

Kapsalon

17.

Wat is een ander woord voor 'Stakeholder'?

a)

Budgethouder

b)

Opdrachtgever

c)

Projectleider

d)

Belanghebbende

18.

Een vergadering moet goed worden voorbereid door de voorzitter. Wat is geen onderdeel van deze voorbereidingen?

a)

Het bepalen van plaats en tijdstip van het overleg.

b)

Het bepalen van de status van de actiepunten.

c)

Het vaststellen van de notulist.

d)

Het verzorgen van de inhoudelijke agenda.

19.

De organisatiedeskundige dhr. Belbin onderscheidt negen teamrollen. Welke zijn dat?

a)

Projectleider - Solist - Voorzitter - Inhoudskundige - Zorgdrager - Teamspeler - Beelddrager - Specialist - Secretaris

b)

Bedrijfsman - Voorzitter - Vormer - Plant - Brononderzoeker - Monitor - Groepswerker - Afmaker - Specialist

c)

Bedrijfskundige - Voorman - Wetenschapper - Maatje - Voorloper - Doorwerker - Aanmaker - Inhoudskundige - Dier

d)

Teamspeler - Voorzitter - Wetenschapper - Opmaker - Specialist - Afleider - Stille kracht - Groepsleider - Conditioneerder

20.

De beheersaspecten van een project kun je afkorten met de term TGKIO.
Waar staat deze afkorting voor?

a)

Tegelijkertijd - Gedegen - Kostenbewust - Impliciet - Overall

b)

Tips - Gevaren - Kaders - Interne samenwerking - Overleg

c)

Timing - Gedrag - Kosten - Incidenten - Overkoepelen

d)

Tijd - Geld - Kwaliteit - Informatie - Organisatie

21.

In een project moet je ook rekening houden met de risico's, dit kun je doen met behulp van een risicoanalyse.
Welke formule gebruik je om het risico te berekenen?

a)

Risico = Kosten - Baten

b)

Risico = Kans * Effect

c)

Risico = Waarschijnlijkheid * Onkosten

d)

Risico = Kwaliteit * Budget

22.

Door een projectteam wordt regelmatig vergaderd. Wat is geen doel van een vergadering?

a)

Meningsvorming

b)

Besluitvorming

c)

Verslaglegging

d)

Informatieverstrekking