wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

SO ordening deel 1

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Welk celkenmerk heeft het rijk van de bacteriën wel?

a)

Celkern

b)

Celwand

c)

Vacuole

d)

Bladgroenkorrels

2.

Een bacterie deelt zich iedere 20 minuten. In het begin zijn er 10 bacteriën. Hoeveel heb zijn er na een uur?

a)

100

b)

80

c)

120

d)

160

3.

Je ziet hier cellen. Kunnen deze cellen fotosynthese doen?

a)

ja

b)

nee

4.

Kijk goed naar de afbeelding. Met welk nummer is de cel van een bacterie aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

geen van deze

5.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel is cel nummer 4?

a)

bacterie

b)

schimmel

c)

plant

d)

dier

6.

Bij de bereiding van brood worden schimmels gebruikt.

a)

Waar

b)

Niet waar

7.

In de afbeelding kun je een deel van een plant zien. Tot welke stam behoord deze plant?

a)

Tot de mossen

b)

Tot de varens

c)

Tot de zaadplanten

d)

Tot de paardenstaarten

8.

In de afbeelding zie je een organisme. Welke uitspraken kloppen? (2 antwoorden)

a)

Deze schimmel is meercellig.

b)

Deze schimmel plant zich voor door middel van sporen.

c)

Deze schimmel is eencellig.

d)

Dit is geen schimmel.

9.

Bacteriën bestaan uit meerdere cellen

a)

juist

b)

onjuist

10.

Wat is de meest volledige omschrijving van een soort?

a)

Een groep organismen die zich onderling kan voortplanten

b)

Een groep organismen die te verdelen is in een aantal kleinere groepen

c)

Een groep organismen die voor vruchtbare nakomelingen kan zorgen

d)

Een groep organismen die grote gelijkenis vertonen

11.

Bij welke groep van planten vindt de voortplanting plaats door middel van sporen die ontstaan in hoopjes aan de onderkant van de bladeren?

a)

Bij de bomen

b)

Bij de grassen

c)

Bij de mossen

d)

Bij de varens

12.

Tot welke groep van de planten behoort de ereprijs?

a)

Sporeplanten

b)

Zaadplanten

c)

Mossen

d)

Varens

13.

Welk organisme is aangegeven met nummer 2?

(a)  

14.

Welke klasse van de planten heeft geen echte wortels en geen bloemen?

(a)  

15.

Geef een voorbeeld van een soort plant/boom die behoort tot de bedektzadige.

(a)  

16.

Hoe heet het deel van een naaldboom waar de zaden zich in bevinden? (zie afbeelding). Een dennenappel is hier een voorbeeld van.

(a)  

17.

Hoe heet de ééncellige schimmel die onder andere gebruikt wordt om wijn te maken?

(a)  

18.

Welke ziekteverwekkers worden gedood door antibiotica?

a)

Bacteriën

b)

Schimmels

c)

Virussen

d)

Zowel bacteriën, schimmels als virussen

19.

Schimmels en bacteriën behoren tot de reducenten. Leg in eigen woorden uit wat reducenten doen.

(a)  

20.

In de afbeelding is te zien op welke wijze organismen in steeds kleinere groepen worden ingedeeld. Welke groep ontbreekt er?

(a)