Font size
WorksheetsOVT - testje
Total questions: 30
Worksheet time: 8mins
Duid aan wat juist is (meerdere mogelijk)
De VTT heeft 1 werkwoord
De OVT gebruik je voor een verhaal
De regelmatige OVT vorm je met stam + t of d
De VTT gebruik je voor een actie
Welke tijd gebruik je voor een emotie? (bv. zich ziek voelen, blij zijn, moe worden...)
VTT
OVT
Duid de juiste antwoorden aan (meerdere mogelijk): De OVT gebruik je...
bij een actie
bij een situatie
Modale werkwoorden (moeten, kunnen, willen...) in het verleden staan (bijna) altijd in de...
OVT
VTT
Vul in met OVT:
Vorige week (zijn) ik ziek, ik (hebben) de griep.
was, heb
was, had
waren, hadden
geweest, gehad
geweest, had
Toen ik klein (...), (...) ik graag piano.
geweest, was
geweest, had
was, had
was, was
Duid 1 of meerdere aan en klik op 'bevestigen'
Vroeger (gaan) ze vaak naar het zwembad. (OVT)
gaande
gegaan
ging
gingen
Ik (schrijven) vroeger veel brieven, maar nu niet meer. (OVT)
geschreven
schrijfte
schreef
Wat is de OVT van 'zeggen' (hij)
hij zegde
hij zei
hij zeide
hij zegte
Oei! (denken) jij dat het vandaag geen les (zijn)?
Dacht, is
Dacht, was
Gedacht, was
Gedacht, geweest
Ik (haal) mijn kinderen op (OVT)
hiel
haalde
gehaald
Wat is de OVT van 'lopen' (ik)
ik liep
ik liepte
ik loopte
ik loopde
Wat is de OVT van 'denken' (wij)
dacht
dachten
denkten
denkte
Wat is de OVT van 'antwoorden' (jullie)
antwoorden
antwoordde
antwoordden
antwoordten
Wat is de OVT van 'roepen' (ik)
roepte
roepde
riep
roop
Wat is de OVT van 'spreken' (zij, enk)
zij sprak
zij spreekde
zij spreekte
zij sprook
Wat is de OVT van 'vragen'?
ik vroeg
ik vraagde
ik heb gevraad
Wat is de OVT van 'weten?'
hij weette
hij wist
hij heeft geweten
Denk je dat je de OVT al goed kent?
ja, heel goed!
ik begin het te kennen
nog niet zo goed
ik begrijp er niets van!
Geef de juiste vorm van de OVT:
Ik (willen)
(a)
Geef de juiste vorm:
jij (luisteren)
(a)
Geef de juiste vorm:
wij (zoeken)
(a)
Geef de juiste vorm:
hij (kiezen)
(a)
Geef de juiste vorm:
ik (werken)
(a)
Geef de juiste vorm:
jij (spelen)
(a)
Geef de juiste vorm:
jullie (antwoorden)
(a)
Geef de juiste vorm:
hij (weten)
(a)
Geef de juiste vorm:
wij (krijgen)
(a)
Schrijf een paar korte zinnen in de OVT met volgende werkwoorden in de ik-persoon:
opstaan, eten, drinken, lezen, naar buiten gaan
Heb je nog een vraag over de OVT?
nee, alles is duidelijk
ik moet gewoon meer oefenen
ik begrijp het niet goed
