wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3H 5.1 Energie in huis

Total questions: 10

Worksheet time: 39mins

Name
Class
Date
1.

Welk van de volgende beweringen zijn NIET waar?

a)

De soortelijke warmte van water is hoeveelheid energie die nodig is om 1 kg water aan de kook te brengen.

b)

één gigajoule = duizend megajoule = 1 miljoen kilojoule = 1 miljard joule.

c)

De eenheid van soortelijke warmte is J/kg°C

d)

Het rendement van een warmtepomp kan hoger zijn dan 100%

e)

Het rendement geeft aan hoeveel van de opgenomen energie niet nuttig wordt gebruikt

2.

Een waterkoker wordt gebruikt om 2,5 kg water aan de kook te brengen. Het water uit de kraan heeft een temperatuur van 20 °C. Voor het verwarmen van 1 kg water met 1 °C is 4,18 kJ nodig.

Bereken hoeveel energie er nodig is om het water aan de kook te brengen.

a)

836 J

b)

1,05 kJ

c)

836 kJ

d)

Dit is niet te berekenen er ontbreken gegevens

3.

Om één liter water aan de kook te brengen is ongeveer 330 kJ aan energie nodig. Een waterkoker heeft een vermogen van 1,2 kW.

Bereken hoeveel minuten het duurt voordat het water kookt.

a)

275 minuten

b)

4,6 minuten

c)

0,0036 minuten

d)

3,6 minuten

4.

Een gemiddeld huishouden (2,3 personen) verbruikt jaarlijks 3 500 kWh elektriciteit en 1 600 m³ gas.

Bereken de verbruikte elektrische energie per persoon in MJ.

a)

972 MJ

b)

5.478 MJ

c)

14.222 MJ

d)

22.260 MJ

5.

Toepassen van slimme technologie betekent vaak het verhogen van het rendement. Een huishouden verbruikt jaarlijks 540 kWh aan verlichting met gloeilampen (rendement 5%). Alle gloeilampen worden vervangen door ledlampen (rendement 40%) die evenveel licht geven.

Hoeveel elektrische energie hebben de LED lampen per jaar nodig?

a)

540 kWh

b)

432 kWh

c)

67,5 kWh

d)

54 kWh

6.

In de figuur zie je een schematische weergave van een warmtepomp. Kies de juiste functies bij de onderdelen A en B

a)

A: condensor

b)

B: condensor

c)

A: verdamper

d)

B: verdamper

7.

1 Watt is gelijk aan:

a)

1 Joule

b)

1 Joule per seconde

c)

1 seconde per Joule

d)

1 seconde per kWh

8.

Een CV-ketel heeft een vermogen van 32,5 kW. Het rendement van de ketel is 92%. Hoeveel nuttige warmte, in MJ, levert deze ketel gedurende een periode van 3,5 uur?

a)

113,75 Joule

b)

104,65 Joule

c)

377 MJ

d)

410 MJ

9.

Piet heeft een glas water (250ml) met een temperatuur van 80 °C, hij wil dit laten afkoelen naar een temperatuur van 10 °C. Daarom zet hij het in de koelkast.

Hoeveel warmte moet er uit het water worden gehaald om de temperatuur te laten dalen van 80 °C naar 10 °C? Geef je antwoord in kJ.

a)

73.150 kJ

b)

358 kJ

c)

73,2 kJ

d)

Dat kun je niet berekenen want je hebt niet alle gegevens / formules

10.

Een gashaard werkt op aardgas met een het rendement van 80% . De kachel verbruikt in 10 minuten 150 liter aardgas.

Bereken de hoeveelheid warmte die de kachel in deze 10 minuten levert in Joule.

a)

4.800.000 Joule

b)

48.000.000 Joule

c)

38.400.000 Joule

d)

3.840.000 Joule