wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 5: Regeling - 3TL

Total questions: 28

Worksheet time: 2hrs 20mins

Name
Class
Date
1.

De snorharen van een reuzenotter spelen een rol bij het jagen op prooien.


Met welk type zenuwcel staan de zintuigcellen van deze snorharen direct in verbinding?

(a)  

2.

Bij veel mensen met taaislijmziekte werkt de alvleesklier niet goed. Dit kan een vorm van suikerziekte tot gevolg hebben. De alvleesklier maakt dan niet voldoende hormonen voor het regelen van het glucosegehalte van het bloed.


Hoe heten deze hormonen?

a)

adrenaline en glucagon

b)

adrenaline en insuline

c)

glucagon en insuline

3.

Waar in de hersenen worden impulsen verwerkt tot een bewuste waarneming van geluid?

a)

in de grote hersenen

b)

in de kleine hersenen

c)

in de hersenstam

4.

Welke letter geeft de hersenstam aan?

a)

Q

b)

R

c)

S

d)

T

5.

In de afbeelding hiernaast zie je enkele hormoonklieren in het lichaam.


Welke letter geeft een orgaan aan dat adrenaline maakt?

a)

Q

b)

R

c)

S

d)

T

6.

Geef aan welk deel van het centraal zenuwstelsel een rol speelt bij een reflex.

a)

grote hersenen

b)

kleine hersenen

c)

ruggenmerg

7.

Hoe noemen we een elektrisch signaaltje dat van een zintuig af komt?

(a)  

8.

Onder normale omstandigheden wordt de pupil groot als er weinig licht is. Deze verandering van de pupil is onbewust.


Hoe wordt zo’n snelle, onbewuste reactie genoemd?

(a)  

9.

Het hartritme wordt ook beïnvloed door de hoeveelheid adrenaline in het bloed.

Als je bijvoorbeeld schrikt, wordt er meer adrenaline aan het bloed afgegeven. Hierdoor gaat het hart sneller kloppen.


Door welke klier of klieren wordt adrenaline gemaakt?

a)

door de bijnieren

b)

door de hypofyse

c)

door de schildklier

10.

Het knipperen met de ogen wordt de ooglidreflex genoemd. Bij het optreden van deze reflex spelen zenuwuiteinden in de buitenste laag van het oog een rol. De zenuwuiteinden worden onder andere geprikkeld als deze laag te droog wordt.


Van welk type zenuwcellen maken deze zenuwuiteinden deel uit?

a)

van bewegingszenuwcellen

b)

van gevoelszenuwcellen

c)

van schakelcellen

11.

Wat is een gemengde zenuw?

a)

Deze bevat uitlopers van gevoelszenuwcellen en bewegingszenuwcellen

b)

Deze bevat cellichamen van gevoelszenuwcellen en bewegingszenuwcellen

c)

Geen van de antwoorden is correct

12.

Welke van onderstaande antwoorden is geen functie van de kleine hersenen?

a)

evenwicht houden

b)

coördinatie van bewegingen

c)

bewuste gewaarwording van prikkels

13.

Wat is het verschil tussen een bewuste reactie en een onbewuste reactie (=reflex)?

a)

bij een reflex voel je eerst de pijn en daarna maak je de beweging

b)

bij een reflex maak je eerst de beweging en daarna voel je pas de pijn

14.

Het glucosegehalte in het bloed wordt bepaald door de hormonen insuline en glucagon. In welk orgaan worden deze hormonen geproduceerd?

a)

in de bijnieren

b)

in de hypofyse

c)

in de schildklier

d)

in de alvleesklier

15.

Met welk deel van het centrale zenuwstelsel zijn de meeste zenuwen verbonden?

(a)  

16.

Behoort een oogzenuw tot het centrale zenuwstelsel?

a)

Ja

b)

Nee

17.

Thomas geeft groepslessen, zoals FunXtion. Dit is een krachttraining waarbij je in dertig minuten de spieren van je hele lichaam traint. Door krachttraining maakt het lichaam meer testosteron aan.


Welk orgaanstelsel regelt de productie van testosteron?

Is dat: verteringsstelsel, ademhalingsstelsel, voortplantingsstelsel, hormoonstelsel, spierstelsel, beenderenstelsel (a)  

18.

Wat is de functie van de bindweefsellaag om een zenuw?

a)

De uitlopers van elkaar isoleren

b)

Impulsen geleiden van en naar het cellichaam

c)

Zorgen voor bescherming van de zenuw

19.

In welke richting(en) worden door een gemengde zenuw impulsen voortgeleid? (2 antwoorden geven)

a)

Tussen schakelcellen in het centrale zenuwstelsel

b)

Van het centrale zenuwstelsel naar spieren en/of klieren

c)

Van zintuigen naar het centrale zenuwstelsel

20.

Met welk deel van het centrale zenuwstelsel zijn de beenspieren verbonden door middel van zenuwen?

a)

Met de grote hersenen

b)

Met de kleine hersenen

c)

Met de hersenstam

d)

Met het ruggenmerg

21.

Welk deel van de hersenen kan als voortzetting van het ruggenmerg worden beschouwd?

a)

De grote hersenen

b)

De hersenstam

c)

De kleine hersenen

22.

In de afbeelding is een rechterhersenhelft schematisch getekend.


In welk van de aangegeven delen ontstaan de impulsen voor een gewilde beweging?

a)

In deel 1

b)

In deel 2

c)

In deel 3

23.

Bekijk de afbeelding. Liggen de gezichtscentra aan de achterkant of aan de voorkant van de grote hersenen?

a)

Aan de achterkant

b)

Aan de voorkant

24.

Je schrijft een opstel. Je ziet plotseling dat je pen vlekt en pakt snel een andere pen.

Is deze handeling een bewuste reactie of een reflex?

a)

Bewuste reactie, je hebt gezien dat de pen vlekt

b)

Reflex, dmv de reflexboog pak je automatisch een andere pen

25.

Welke uitspraak over het verschil in bouw tussen de hypofyse en de speekselklieren is juist?

a)

De hypofyse heeft een afvoerbuis

b)

Speekselklieren hebben geen afvoerbuis

c)

De hypofyse heeft geen afvoerbuis

26.

Bij een jong katje werkt de schildklier niet goed, waardoor dwerggroei ontstaat.


Welk hormoon zal bij dit jonge katje niet voldoende in het bloed aanwezig zijn?

a)

Hormoon 1

b)

Hormoon 2

c)

Hormoon 3

27.

Waar liggen de eilandjes van Langerhans?

In de (a)  

28.

Een voetballer neemt een penalty in een belangrijke voetbalwedstrijd. Als hij mist, zal zijn elftal niet doorgaan naar de finale.


Welk hormoon zal de spanning van de voetballer veroorzaken?

(a)