wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Duits Persoonlijke voornaamwoorden in de 1e,3e en 4e naamval

Total questions: 25

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Noem alle 9 persoonlijke voornaamwoorden in de 1e naamval op volgoorde! (Doe een spatie ertussen.)

(a)  

2.

Mein Vater (m) sitzt im Sessel.

Je kunt het onderwerp vervangen door ....

a)

Er

b)

Sie

c)

Es

3.

Die Sonne (v) scheint heute.

Je kunt het onderwerp vervangen door ...

a)

Er

b)

Sie

c)

Es

4.

Das Kind (o) spielt im Garten.

Je kunt het onderwerp vervangen door ....

a)

Er

b)

Sie

c)

Es

5.

Meine Eltern (mv) sind schon 15 Jahre verheiratet.

Je kunt het onderwerp vervangen door ...

a)

Wir

b)

Ihr

c)

Sie

6.

Schrijf alle 9 persoonlijke voornaamwoorden in de 4e naamval op volgoorde op! (Doe een spatie ertussen.)

(a)  

7.

Ich sehe den Vogel (m).

Het onderstreepte gedeelde kun je vervangen door ....

a)

er

b)

ihm

c)

ihn

d)

es

8.

Der Elefant (m) frisst ein Brot.

a)

Er

b)

Ihm

c)

ES

9.

Peter hat heute verschlafen. Ich bin durch .... zu spät in die Schule gekommen.

a)

er

b)

ihm

c)

ihn

10.

Ich möchte gern ein Kaninchen (o) als Haustier haben. Ich bekomme ..... zum Geburtstag im März.

a)

ihn

b)

ihm

c)

es

11.

Schrijf alle 9 persoonlijke voornaamwoorden in de 3e naamval op volgoorde op! (Doe een spatie ertussen.)

(a)  

12.

befgoud is het ezelsbruggetje voor de vaste voorzetsels met de (a)  

13.

zaagmens bv is het ezelsbruggetje voor de vaste voorzetsels met de ...

(a)  

14.

Na de vaste voorzetsels durch-für-gegen-ohne-um-bis entlang krijg je de (a)  

15.

Als je moet ontleden omdat er geen voorzetsel in de zin staat krijg je de derde naamval bij het zinsdeel ...

(a)  

16.

mit-nach -bei-von-zu-aus-seit-außer-entgegen-gegenüber zijn vaste voorzetsels met de ...

(a)  

17.

Er kauft für seinen Vater Blumen.

Je kunt het onderstreepte zinsdeel vervangen door ...

a)

ihn

b)

ihm

c)

er

18.

Ich schreibe Gabi eine E-Mail.

Je kunt het onderstreepte zinsdeel vervangen door ...

a)

sie (lijdend voorwerp - 4e naamval)

b)

ihr (meewerkend voorwerp - 3e naamval)

c)

sie (onderwerp - 1e naamval)

19.

Ich mag Peter sehr. Bei .... fühle ich mich wohl.

a)

er

b)

ihm

c)

ihn

20.

Vervang alle onderstreepte zinsdelen door de persoonlijke voornaamwoorden in de juiste naamval (met spatie opschrijven)!

Der Mann stellt sein neues Auto (o) in den Garten.

(a)  

21.

Vervang alle onderstreepte zinsdelen door de persoonlijke voornaamwoorden in de juiste naamval (met spatie opschrijven)!

Zum Valentinstag hat Greta ihrem Freund ein Foto (o) geschenkt.

(a)  

22.

Ich schreibe (a)   (jullie) eine Karte.

23.

Du siehst (a)   (wir) in der Schule.

24.

Wir spielen morgen gegen (a)   (hen) einen Wettkampf.

25.

Peter hat diese Nachricht von (a)   (U) bekommen.