Font size
WorksheetsDuits Persoonlijke voornaamwoorden in de 1e,3e en 4e naamval
Total questions: 25
Worksheet time: 17mins
Noem alle 9 persoonlijke voornaamwoorden in de 1e naamval op volgoorde! (Doe een spatie ertussen.)
(a)
Mein Vater (m) sitzt im Sessel.
Je kunt het onderwerp vervangen door ....
Er
Sie
Es
Die Sonne (v) scheint heute.
Je kunt het onderwerp vervangen door ...
Er
Sie
Es
Das Kind (o) spielt im Garten.
Je kunt het onderwerp vervangen door ....
Er
Sie
Es
Meine Eltern (mv) sind schon 15 Jahre verheiratet.
Je kunt het onderwerp vervangen door ...
Wir
Ihr
Sie
Schrijf alle 9 persoonlijke voornaamwoorden in de 4e naamval op volgoorde op! (Doe een spatie ertussen.)
(a)
Ich sehe den Vogel (m).
Het onderstreepte gedeelde kun je vervangen door ....
er
ihm
ihn
es
Der Elefant (m) frisst ein Brot.
Er
Ihm
ES
Peter hat heute verschlafen. Ich bin durch .... zu spät in die Schule gekommen.
er
ihm
ihn
Ich möchte gern ein Kaninchen (o) als Haustier haben. Ich bekomme ..... zum Geburtstag im März.
ihn
ihm
es
Schrijf alle 9 persoonlijke voornaamwoorden in de 3e naamval op volgoorde op! (Doe een spatie ertussen.)
(a)
befgoud is het ezelsbruggetje voor de vaste voorzetsels met de (a)
zaagmens bv is het ezelsbruggetje voor de vaste voorzetsels met de ...
(a)
Na de vaste voorzetsels durch-für-gegen-ohne-um-bis entlang krijg je de (a)
Als je moet ontleden omdat er geen voorzetsel in de zin staat krijg je de derde naamval bij het zinsdeel ...
(a)
mit-nach -bei-von-zu-aus-seit-außer-entgegen-gegenüber zijn vaste voorzetsels met de ...
(a)
Er kauft für seinen Vater Blumen.
Je kunt het onderstreepte zinsdeel vervangen door ...
ihn
ihm
er
Ich schreibe Gabi eine E-Mail.
Je kunt het onderstreepte zinsdeel vervangen door ...
sie (lijdend voorwerp - 4e naamval)
ihr (meewerkend voorwerp - 3e naamval)
sie (onderwerp - 1e naamval)
Ich mag Peter sehr. Bei .... fühle ich mich wohl.
er
ihm
ihn
Vervang alle onderstreepte zinsdelen door de persoonlijke voornaamwoorden in de juiste naamval (met spatie opschrijven)!
Der Mann stellt sein neues Auto (o) in den Garten.
(a)
Vervang alle onderstreepte zinsdelen door de persoonlijke voornaamwoorden in de juiste naamval (met spatie opschrijven)!
Zum Valentinstag hat Greta ihrem Freund ein Foto (o) geschenkt.
(a)
Ich schreibe (a) (jullie) eine Karte.
Du siehst (a) (wir) in der Schule.
Wir spielen morgen gegen (a) (hen) einen Wettkampf.
Peter hat diese Nachricht von (a) (U) bekommen.
