WorksheetsArchitectuur TERMINOLOGIE - P (TEKST)
Total questions: 29
Worksheet time: 15mins
Gebouw voor lichamelijke oefeningen voor de Griekse jeugd; in Romeinse tijd deel van de Thermen.
(a)
(Latijns: paleis) : Woonhuis, vaak feestzaal van middeleeuwse burcht.
(a)
(Latins: palatium) : Paleizen der middeleeuwse Duitse koningen en keizers, waar zij verbleven tijdens hun tochten door hun ijk. Meestal bestaand uit dienstgebouwen, het paleis en een kapel (Aken, Ingelheim, Gelnhausen, Nijmegen).
(a)
Houten plaat ter opvulling van een wandvlak.
(a)
(Latijns: spreekkamer) : De spreekruimte in Cistercilnserkloosters.
(a)
Uit driekwartcirkels samengestelde vorm van het gotische maaswerk.
(a)
Afzonderlijkk, geheel of gedeeltelijk open gebouw(tje) in een park; ook de hoekgebouwen van een ~ kasteel die in de dakzone zijn geaccentueerd.
(a)
Sferische, zeilachtige driehoek die de overgang vormt van een hoekige onderbouw naar de ronde koepel. Vergelijk Koepel.
(a)
Tempel, omringd door een zuilenhal.
(a)
De zuilenomgang van een Griekse tempel: ook door zuilen omgeven hof.
(a)
Engelse late gotiek, gekenmerkt door accentuering van horizontale en verticale geleding.
(a)
Vier- of veelhoekige joodrechie stut t.o. de ronde zuil.
(a)
Een tegen de wand geplaatste vlakke pijler van geringe diepte, die basis en kapiteel bezit, en zich daardoor van de liseen onderscheict.
(a)
Benaming voor werken der beeldhouwkunst uit steen, metaal, hout, ivoor, klei of was.
(a)
Vierkante voetplaat onder de basis van een zuil.
(a)
Op een hoge onderbouw (podium) staande tempel. zie Hypaethraaltempel.
(a)
(Grieks: veelkleurig) : In de bouwkunst door gebruik van verschillend gekleurde materialen of door beschildering.
(a)
(Grieks: veelhoek) : Vooral bij centrale plattegronden.
(a)
De architektonisch geaccentueerde ingang van een gebouw.
(a)
Loodrechte leden van vooral gotische vensters, die het maaswerk ondersteunen. Men onderscheidt oude P. in het midden van het maaswerk, en jonge P. Vergelijk Lijstwerk.
(a)
De omtrek van een uitstekend bouwlid, b.v. boog, rib, lijst.
(a)
Voor de hoofdruimte, cella, gelegen ruimte.
(a)
De verhouding der afzonderlijke delen tot elkaar.
(a)
Tempel met zuilenvoorhal zonder anten.
(a)
(Grieks: poort) : Poortgebouw van de Egyptische tempel tussen torenachtige bouwdelen in afgeknotte piramidevorm.
(a)
Zuilengalerij rond de binnenplaats van een antiek woonhuis of Qm het centrale deel van een tempel.
(a)
Spits gotisch torentje dat vaak als bekroning van steunberen gebruikt werd
(a)
Graftombe voor een Egyptische farao. met een vier kante plattegrond en schuine driehoekige zijden die in een spits samen komen
(a)
Niet-gewijd bouwwerk d.wz zonder religieu ze functies (bijvoorbeeld kasteel. burcht. woonhuis; tegenstelling: sacraal bouwwerk)
(a)
