wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De Grote Verkeers Quiz!

Total questions: 38

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Adan ziet de dierenambulance aankomen. Die rijdt met het gele zwaailicht aan maar zonder geluid. Moet hij de dierenambulance voor laten gaan?

a)

Ja, want deze heeft veel haast

b)

Ja, want deze komt van rechts.

c)

Nee, Adan heeft hier voorrang.

2.

Op welke foto fiets Johan het veiligst

a)
b)
c)
3.

Wat is de veiligste manier om naar Anne te lopen?

a)
b)
c)
4.

Wouter wil linksaf. Hoe doet hij dat veilig? Kruis de juiste volgorde aan.

a)

1. Omkijken 2. Iedereen die met hem op dezelfde weg is, voor laten gaan 3. Hand uitsteken 4. Ruime bocht naar links maken

b)

1. Hand uitsteken 2. Omkijken 3. Opletten of iedereen achter hem gestopt is 4. Ruime bocht naar links maken

c)

1. Voorsorteren naar het midden van de weg 2. Hand uitsteken 3. Omkijken 4. Kleine bocht naar links maken

5.

Mogen de fietsers deze straat inrijden?

a)

Nee, maar auto’s en bromfietsers mogen dat wel.

b)

Ja, dat mag. Alleen fietsers mogen van deze kant de straat inrijden.

c)

Nee, verkeer mag van deze kant de straat niet inrijden.

d)

Voor een keer mag het wel,daarna niet meer

6.

Mag Piet hier links af slaan?

a)

Ja

b)

nee

7.

Wie neemt hun bagage goed mee?

a)

Alle kinderen nemen hun bagage op een veilige manier mee.

b)

Alleen Lotte en Jasper nemen hun bagage veilig mee.

c)

Tess neemt haar bagage niet veilig mee, de anderen doen dat wel op een veilige manier.

d)

Niemand doet het goed, je ouders moeten het dragen kinderen kunnen dat niet

8.

De kinderen fietsen een straat in met een bord. Kijk hoe ze fietsen. Doen ze het goed?

a)

Nee, ze doen het niet goed. Hier kunnen auto’s rijden en daar houden ze geen rekening mee.

b)

Ja, ze doen het goed. Je mag hier over de hele straat lopen en fietsen.

c)

Ja, ze doen het goed. Aan het bord zien ze dat er geen verkeer uit deze weg kan komen.

9.

Wat doe je voordat je gaat fietsen?

a)

Je mobiel hard zetten, zodat je het goed hoort als iemand belt.

b)

Je mobiel op stil zetten, zodat je niet afgeleid raakt door iemand die belt.

c)

Je mobiel zacht zetten, zodat je niet schrikt van je ringtone als iemand belt.

d)

Dat mag je zelf weten

10.

Welke afspraak geldt als je fietst in een groep?

a)

Rem niet plotseling, maar waarschuw even.

b)

Fiets altijd met z'n tweeën naast elkaar en dus niet alleen.

c)

Haal de fietser voor je in als je sneller wilt fietsen

d)

Fiets snel achter je voorganger aan als degene oversteekt.

11.

Wat doe je als je een verkeersbord ziet met het woord ‘STOP’ erop?

a)

Doorfietsen

b)

Je moet stoppen als er verkeer van rechts komt rijden.

c)

Je moet stoppen als er verkeer van links komt rijden.

d)

Je moet altijd stoppen, ook als er geen verkeer aan komt rijden.

e)

Je moet langzamer fietsen, maar je hoeft niet te stoppen.

12.

Welke fiets voldoet aan de eisen voor een veilige fiets?

a)

Fiets 1: bel, witte voorlamp, remmen, stuur, trappers, handvatten, rood achterlicht, zijreflectie, zadel, banden

b)

Fiets 2: bel, witte voorlamp, stuur, trappers, handvatten, rood achterlicht, zadel, banden, rode achter-reflector, bagagedrager

c)

Fiets 3: bel, witte voorlamp, remmen, stuur, trappers, handvatten, wit achterlicht, zijreflectie, zadel, banden, rode achter-reflector, slot

d)

Fiets 4: bel, witte voorlamp, stuur, trappers, handvatten, rood achterlicht, zijreflectie, zadel, banden, rode achter-reflector

e)

Geen van alle

13.

Welk verkeersbord waarschuwd voor en onbewaakte spoorwegovergang?

a)
b)
c)
14.

welke regel geld voor achteruitrijdende auto´s

a)

De auto´s moeten voorrang geven aan iedereen die van rechts komt

b)

De auto´s moeten voorrang geven aan bestuurders van links en rechts komen

c)

De auto´s moeten voorrang geven aan alle voetgangers

d)

De auto´s moeten voorrang geven aan iedere voetganger van links en rechts

e)

De auto´s moeten voorrang geven aan bestuurders en voetgangers van links en rechts

15.

Nu komen er vragen over verlichting op je fiets

(vul niks in bij Typ uw antwoord)

4 lines
16.

Met knipperende lampjes val je nog meer op, dus als je fietslamp dit kan zet je hem op knipperen.

a)

Waar

b)

Niet waar

c)

Mag je zelf weten

17.

Fietsverlichtring zorgt ervoor dat je de weg voor je beter kan zien

a)

Waar

b)

Niet waar

18.

Hoe duur is een boete voor fietsen zonder lichten?

a)

35,-

b)

55,-

c)

75,-

d)

100,-

19.

Bij een kruising wil je rechtdoor fietsen en je ziet dit bord; welke TWEE uitspraken zijn waar?

a)

je bent verplicht om op de middelste rijstrook te gaan fietsen

b)

Je bent verplicht om op op de rechterrijstrook te fietsen

c)

Je moet duidelijk aangeven wat je als fietser gaat doen

d)

Je mag doen wat je wilt

20.

Nu komen er vragen over borden

4 lines
21.

waar kan je dit bord tegenkomen?

a)

Overal

b)

Op kruispunten

c)

Op rotondes

d)

Op een T splitsing

e)

Ergens Duh

22.

wat betekent het pictogram op het verkeersbord?

a)

Een fiets

b)

Een bromfiets

c)

Scooter

d)

Motor

e)

Benenwagen

23.

Wat betekent dit bord?

a)

Alleen voor tracktoren

b)

Niet bedoeld voor tracktoren

c)

Niet bedoeld voor tracktoren en voertuigen die niet harder kunnen dan 25 km/u

d)

Hier mogen alleen boeren rijden

24.

Wat betekent dit bord?

a)

Er komen nu bergen aan

b)

Pas op Hobbels!

c)

Pas op slechte verkeersborden op komst!

d)

pas op slechte weg

25.

Wat betekent dit bord?

a)

pas op de dieren niet voeren

b)

pas op overstekende dieren

c)

Pas op grote overstekende dieren

d)

Pas op overstekende herten op komst

26.

Nu komen er vragen over afleiding

4 lines
27.

Als je op de snelweg 1 seconde niet op de weg let, ben je bijna 30 meter verder.

a)

Waar

b)

Niet waar

28.

Wat is de boeten voor bellen in de auto?

a)

140,-

b)

180,-

c)

240,-

d)

260,-

29.

Met de hand bellen en appen op de fiets is verboden.

a)

Waar

b)

Niet waar

c)

mag je zelf weten

30.

Nu komen er vragen over snelheid

4 lines
31.

Je fietst het (woon)erf in. Welke afspraak geldt hier?

a)

Voetgangers mogen overal lopen en spelen

b)

auto´s mogen niet harder dan 30 km/u

c)

Je moet iedereen voor laten gaan als je niet in die wijk woont

32.

Hoeveel procent minder letselslachtoffers vallen er, als iedere weggebruiker in Nederland zich aan de toegestane snelheid houdt?

a)

10-15%

b)

25-30%

c)

40-45%

d)

50%

33.

Nu komen er vragen over alcohol in het verkeer

4 lines
34.

Je hebt wat gedronken en wilt daarom niet gaan rijden. Wat kun je doen om snel nuchter te worden?

a)

Een rauw ei in een beker melk en dan opdrinken

b)

Flink sporten

c)

Niets helpt

d)

Veel water drinken

35.

Boetes voor rijden onder invloed van alcohol zijn voor beginnend bestuurders hoger dan voor ervaren bestuurders. Waarom is dat?

a)

Beginnende bestuurders zijn nog onder de indruk van straf

b)

Invloed van alcohol is op beginnende bestuurders het grootst

c)

Om meteen in het begin het juiste gedrag aan te leren

d)

Omdat oudere bestuurders vaak ook een gezin onderhouden.

36.

Je hebt drie biertjes gedronken. Is het toegestaan om naar huis te fietsen?

a)

Ja

b)

nee

37.

Waar staat VVN voor?

a)

Verkeers-Vereniging-Nederland

b)

Verkeers-Vereniging-NoordBrabant

c)

Veilig-Verkeer-Nederland

d)

Veilig-Verkeer-NoordBrabant

38.

Dit is het einde!

Wat vond je van de quiz?

4 lines