NEW
Font size
Worksheets2 havo Woordenschat H1en 2
Total questions: 40
Worksheet time: 2hrs 0mins
gangbaar
regel
nogal, tamelijk
gewoon
plaatselijke
standaard
norm, regel
gewoon
plaatselijke
iedereen
relatief
gewoon
gebonden
regel
nogal, tamelijke
demonstreren
duidelijk maken
voorstellen
gebonden
niet in woorden; in gebaren
kwelling
langdurige en saaie
grote last
niet in woorden; in gebaren
gebonden
non-verbaal
grote last
helemaal nooit
duidelijk maken
niet in woorden; in gebaren
buigen als een knipmes
zeer onderdanig doen
hevig vechten
heel onbehouwen, bot
zorgeloos, gemakkelijk leven
zo oud als de weg naar Rome
stokdoof
voortdurend aan het woord
heel dicht op elkaar
heel erg oud
als haringen in een ton
hevig vechten
heel dicht op elkaar
heel veel roken
heel erg oud
zo klaar als een klontje
volkomen eerlijk
volkomen duidelijk
volkomen zwijgen
helemaal juist zijn
kloppen als een zwerende vinger
helemaal juist zijn
volkomen duidelijk
volkomen eerlijk
volkomen zwijgen
zo brutaal als de beul
alles wegnemen
voortdurend aan het woord
heel onbehouwen, bot
hevig vechten
stelen als de raven
alles wegnemen
zorgeloos, gemakkelijk leven
heel hard werken
heel veel roken
werken als een paard
hevig bloeden
zorgeloos, gemakkelijk leven
voortdurend aan het woord
heel hard werken
leven als een God in Frankrijk
heel hard werken
zeer onderdanig doen
zorgeloos, gemakkelijk leven
heel dicht op elkaar
verkassen
verhuizen
beroepen
aanpassen
kapot maken
ruïneren
verhuizen
aanpassen
kapot maken
oude gebouwen, overblijfsels van een vroegere cultuur
lucratieve
winstgevende
beroemde
duidelijke, heldere, realistische
kerkelijke
gerenommeerde
winstgevende
kerkelijke
beroemde
hedendaagse
sleutelen
verhuizen
aanpassen
overdenken, bedenken
gebruiken voor advies
oppert
stelt voor
biedt onderdak aan
aanpassen
overdenken, bedenken
concrete
winstgevende
duidelijk, heldere, realistische
beroemde
hedendaagse
(de) exploitatie
centraal vertrekpunt
ontdekkingstochten
doolhof
winstgevend maken
bestand zijn tegen
kunnen verdragen
biedt onderdak aan
kapot maken
behoefte hebben aan
Hij heeft een gat in zijn hand.
Hij doet zijn best niet.
Hij geeft te gemakkelijk geld uit.
Hij werd heel erg bang.
Hij heeft er enorm veel spijt van.
Het loopt af met een sisser.
Het laatste gedeelte van iets is het moeilijkst.
Doen alsof er niets aan de hand is.
Het probleem leek heel groot, maar viel uiteindelijk mee.
Het levert dubbel voordeel op.
Ze trekt zich de haren uit het hoofd.
Ze heeft er enorm veel spijt van.
Ze zegt wat ik net wilde zeggen.
Je mag niet klagen over de kwaliteit van iets wat je gekregen hebt.
Wie schuldig is, moet zich aangesproken voelen.
Ze draagt het hart op de tong.
Ze heeft er enorm veel spijt van.
(praten over) van alles en nog wat.
Ze zegt wat ik net wilde zeggen.
Ze zegt direct wat ze denkt, zonder er bij na te denken.
Dat is het neusje van de zalm.
Het probleem leek heel groot, maar viel uiteindelijk mee.
Dat is de allerbeste kwaliteit.
Tevoorschijn, naar voren komen.
Het levert dubbel voordeel op.
Je moet een gegeven paard niet in de bek kijken.
Je mag niet klagen over de kwaliteit van iets wat je gekregen hebt.
Wie schuldig is, moet zich aangesproken voelen.
Doen alsof er niets aan de hand is.
Het levert dubbel voordeel op.
Hij gooit er met de pet naar.
Hij werd heel erg bang
Hij geeft te gemakkelijk geld uit.
Hij heeft er enorm veel spijt van.
Hij doet zijn best niet.
In het oog springen.
De aandacht trekken.
Begrijpelijk maken, betekenis geven.
Tevoorschijn, naar voren komen.
Opschrijven.
kleur geven
begrijpelijk maken, betekenis geven
doen alsof er niets aan de hand is
opschrijven
de aandacht trekken
zijn kop in het zand steken
de aandacht trekken
doen alsof er niets aan de hand is; geen actie ondernemen
Hij doet zijn best niet.
Wie schuldig is, moet zich aangesproken voelen.
net een spraakwaterval
voortdurend aan het woord
heel onbehouwen, bot
volkomen zwijgen
Ze zegt wat ik net wilde zeggen.
internationaal
iedereen
op de hele wereld
plaatselijke
nieuwe
vechten als een ...
kwartel
paard
leeuw
rund
zo doof als een ...
paard
rund
leeuw
kwartel
Als het kalf verdronken is, dempt men ...
de put.
de sloot.
de rivier.
het gat.
praten over ... = praten over van alles en nog wat
varkentjes en biggetjes
koetjes en kalfjes
schaapjes en lammetjes
kippen en kuikentjes
