Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

taal actief 4 groep 7 thema 6 mix

Total questions: 41

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

een koekje van eigen deeg krijgen

a)

een lekker koekje krijgen van je tante

b)

heel vervelend doen

c)

vervelend behandeld worden nadat je hetzelfde bij iemand anders hebt gedaan

d)

heel lief behandeld worden doordat je lief tegen iemand anders hebt gedaan

2.

wat hoort bij abrupt

a)

snel fietsen

b)

heel plotseling

c)

super snel

d)

heel zachtjes

3.

welk woord hoort hier bij: met meer inspanning of moeite dan nodig is

a)

grotendeels

b)

krampachtig

c)

met kracht

d)

inspanning

4.

het dialect

a)

een hele lange tijd

b)

iets waar je heel erg veel van houd

c)

een taal die in een bepaalde streek word gesproken

5.

allengs

a)

heel snel

b)

bijna nooit

c)

altijd

d)

langzamerhand

6.

wat hoort hier bij: de officiële taal van een land

a)

standaardtaal

b)

dialect

c)

quizizz

d)

wereldtaal

7.

grotendeels

a)

voor alles

b)

de helft

c)

voor het grootste deel

8.

iets wat je kunt aannemen of accepteren

a)

in beslag nemen

b)

aanvaardbaar

c)

aanspreekbaar

d)

aanvardbaar

9.

verwant zijn van

a)

van iemand afstammmen

b)

familie zijn van

c)

bezit

10.

wereld taal

a)

de taal dat overal word gesproken

b)

een taal die op vele plaatsen word gesproken

c)

iets anders

11.

woorden maken van anderen woorden

a)

vertalen

b)

veranderen

c)

afleiden van

12.

je groen en geel ergeren

a)

je super erg ergeren

b)

je heel erg aan iets of iemand storen

c)

je zo ergeren dat je groen geel word

d)

je zo ergeren dat je een kleur krijg

13.

onderhand

a)

een manier van gooien

b)

intussen

c)

onderhandelen

d)

ruilen

14.

een spel waarbij je woorden moet maken

a)

woordenzoeker

b)

scrabble

c)

scratch

15.

de uitdrukking

a)

hoe je kijkt

b)

een vast groepje van woorden of een zin met een figuurlijke betekenis

c)

de appel valt niet ver van de boom

d)

een manier van dansen waar je speciaal voor gekleed bent

16.

een vast groepje met woorden met een figuurlijke betekenis de vorm is minder vast dan bij het spreekwoord

a)

tevens

b)

de woord groep

c)

het gezegde

d)

de uitdrukking

17.

lyrisch zijn over

a)

tevreden over iets zijn

b)

ergens heel erg van lachen

c)

heel erg vreemd

d)

iets heel geweldig of fantastisch vinden

18.

walgen van

a)

iets heel vies of heel vervelend vinden

b)

iets heel erg vies en lelijk vinden

c)

het geweldig vinden

d)

iets heel leuk en schoon vinden

19.

iemand die gekke dingen doet

a)

het ongeluk mannetje

b)

cabaret

c)

loser

d)

een dwaas

20.

bizar

a)

een rare vaas

b)

heel erg vreemd

21.

goed opgevoed, volgens de regels

a)

bekakt

b)

een nerd

c)

een edel mens

d)

beschaafd

22.

suggestie

a)

het voorstel

b)

een idee

c)

vast besloten,beslist

d)

een soort kleding stuk

23.

overdreven deftig

a)

beplakt

b)

schijterig

c)

bekakt

d)

geacht

24.

gênant

a)

heel erg vreemd

b)

om je voor te schamen

c)

een moment met een aparte stilte

25.

tevens

a)

meestal

b)

ook

c)

nooit

d)

soms

26.

iemand op het verkeerde been zetten

a)

iemand heel erg hard duwen

b)

iemand iets fout laten doen waardoor hij/zij valt

c)

iemand heel erg af leiden

d)

je geeft iemand een verkeerde indruk op iets, waardoor hij iets gaat denken dat helemaal niet klopt.

27.

iemand die niet weet hoe hij/zij zich moet gedragen

a)

onbeschaafd

b)

beschaafd

c)

de dwaas

d)

een oen

28.

de calculator

a)

een machine

b)

een rekenmachine

c)

een racet

d)

een racewagen

29.

de verrijking

a)

iets waar je als persoon beter van wordt, in de vorm van geld of een ervaring.

b)

als je heel veel geld verdiend met je baan.

c)

als je alles voor jezelf wilt.

d)

de taal die mensen met hetzelfde beroep (vak) met elkaar gebruiken.

30.

iets waar je als persoon slechter, armer van word.

a)

in een arm land wonen

b)

verrijking

c)

verarming

d)

niet oefenen

31.

de straattaal

a)

de taal die in een bepaalde straat wordt gesproken

b)

een officiële taal van een land

c)

een taal met eigen woorden en zinnen die jongeren onder elkaar gebruiken

d)

een taal die ouderen gebruiken onder elkaar

32.

wat is een codetaal

a)
b)
c)
d)
33.

de taal die mensen met hetzelfde beroep (vak) met elkaar gebruiken.

a)

vrienden taal

b)

een school taal

c)

een buitenlandse taal

d)

vaktaal

34.

teren op

a)

genoeg hebben aan.

b)

iets heel graag willen

35.

wat is een mengelmoes

a)
b)
c)
36.

stellen

a)

beweren, zeggen dat iets zo is

b)

iets afpakken

c)

heel erg raar, belachelijk

d)

langzaam en geleidelijk

37.

heel erg raar belachelijk

a)

de straattaal

b)

abrupt

c)

absurd

d)

stellen

38.

wijten aan

a)

familie zijn van

b)

van iets of iemand heel erg houden

c)

beweren, zeggen dat iets zo is

d)

de schuld leggen bij

39.

stukje bij beetje

a)

een hele moeilijke puzzel maken

b)

langzaam en geleidelijk

c)

een cakeje die heel snel moet opeten

40.

zoveel je maar wilt

a)

oneindig

b)

je vol leven

c)

naar hartenlust

41.

het braille

a)

het blinden alfabet dat bestaat uit bobbeltjes die door een vlak oppervlak drukken

b)

het alfabet dat uit cijfers bestaat

c)

een bordspel waarvoor je een blinddoek op moet doen

d)

een man die een uitvinder was van het blinden alfabet