Font size
Worksheetscoronaquiz
Total questions: 40
Worksheet time: 20mins
Welk soort telwoord is 'weinig'
bepaald hoofdtelwoord
onbepaald hoofdtelwoord
bepaald rangtelwoord
onbepaald rangtelwoord
Welk telwoord staat er in volgende zin onderlijnd?
De laatste vraag was te complex voor de leerlingen.
bepaald hoofdtelwoord
onbepaald hoofdtelwoord
bepaald rangtelwoord
onbepaald rangtelwoord
Welk telwoord staat er in volgende zin onderlijnd?
De eerste vraag werd onverwacht gesteld.
bepaald hoofdtelwoord
onbepaald hoofdtelwoord
bepaald rangtelwoord
onbepaald rangtelwoord
Welk telwoord staat er in volgende zin onderlijnd?
Deze chauffeur had al duizenden kilometers afgelegd.
bepaald hoofdtelwoord
onbepaald hoofdtelwoord
bepaald rangtelwoord
onbepaald rangtelwoord
Welk telwoord staat er in volgende zin onderlijnd?
De leerling kon alle vragen vlot beantwoorden.
bepaald hoofdtelwoord
onbepaald hoofdtelwoord
bepaald rangtelwoord
onbepaald rangtelwoord
Is het onderlijnde woord in de zin een bijwoord of niet?
Dat is een erg knappe prestatie.
ja
nee
Is het onderlijnde woord in de zin een bijwoord of niet?
Wat een mooie trui!
ja
nee
Is het onderlijnde woord in de zin een bijwoord of niet?
Ik heb amper drie koekjes gegeten.
ja
nee
Is het onderlijnde woord in de zin een bijwoord of niet?
Deze oefening is extreem moeilijk.
ja
nee
Is het onderlijnde woord in de zin een bijwoord of niet?
Deze oefening is extreem moeilijk.
ja
nee
Welk soort voornaamwoord werd er onderlijnd?
Felix woont met zijn moeder in een verlaten huis.
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
vragend voornaamwoord
Welk soort voornaamwoord werd er onderlijnd?
Hij gaat elke zomer op reis.
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
vragend voornaamwoord
Welk soort voornaamwoord werd er onderlijnd?
Deze zomer belooft echter speciaal te worden.
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
vragend voornaamwoord
Welk soort voornaamwoord werd er onderlijnd?
Hij zal zich namelijk toeleggen op rotsklimmen.
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
vragend voornaamwoord
Welk soort voornaamwoord werd er onderlijnd?
Hopelijk kan de instructeur hem alle kneepjes bijbrengen.
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
vragend voornaamwoord
Welke woordsoort werd er onderlijnd?
De leerling geeuwt tijdens de saaie les.
een bijwoord
een werkwoord
een telwoord
een voorzetsel
een voornaamwoord
Welke woordsoort werd er onderlijnd?
De leerling geeuwt tijdens de saaie les.
een bijwoord
een werkwoord
een telwoord
een lidwoord
een voorzetsel
Welke woordsoort werd er onderlijnd?
De leerling geeuwt tijdens de saaie les.
een bijwoord
een bijvoeglijk naamwoord
een zelfstandig naamwoord
een voornaamwoord
een voorzetsel
Welke woordsoort werd er onderlijnd?
Als er iemand trouwt, vieren ze daar minstens drie dagen feest.
een bijwoord
een bijvoeglijk naamwoord
een zelfstandig naamwoord
een voornaamwoord
een voorzetsel
Welke woordsoort werd er onderlijnd?
Als er iemand trouwt, vieren ze daar minstens drie dagen feest.
een bijwoord
een bijvoeglijk naamwoord
een zelfstandig naamwoord
een voornaamwoord
een voorzetsel
Schrijf het meervoud van 'therapie'
(a)
Schrijf het meervoud van 'ski'
(a)
Schrijf het meervoud van 'komedie'
(a)
Schrijf het meervoud van 'taxi'
(a)
Schrijf het meervoud van 'genie'
(a)
Schrijf het meervoud van 'epidemie'
(a)
Schrijf het meervoud van 'bacterie'
(a)
Schrijf het meervoud van 'cowboy'
(a)
Schrijf het meervoud van 'familie'
(a)
Schrijf het meervoud van 'melodie'
(a)
Voeg volgende delen op de juiste manier bijeen.
ski + oord
(a)
Voeg volgende delen op de juiste manier bijeen.
West + Vlaanderen
(a)
Voeg volgende delen op de juiste manier bijeen.
karate + expert
(a)
Voeg volgende delen op de juiste manier bijeen.
€ + teken
(a)
Voeg volgende delen op de juiste manier bijeen.
yoga + oefening
(a)
Welk voorzetsel moet op de plaats van ... komen?
Onze leerkracht aardrijkskunde is ... pensioen gegaan.
(a)
Welk voorzetsel moet op de plaats van ... komen?
Wil je het ook ... je zus zeggen?
(a)
Welk voorzetsel moet op de plaats van ... komen?
We moeten ons nog voorbereiden ... die reis.
(a)
Welk voorzetsel moet op de plaats van ... komen?
... de week is er te veel drukte.
(a)
Welk voorzetsel moet op de plaats van ... komen?
Vader is opnieuw thuis ... gisteren
(a)
