wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

coronaquiz

Total questions: 40

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Welk soort telwoord is 'weinig'

a)

bepaald hoofdtelwoord

b)

onbepaald hoofdtelwoord

c)

bepaald rangtelwoord

d)

onbepaald rangtelwoord

2.

Welk telwoord staat er in volgende zin onderlijnd?

De laatste vraag was te complex voor de leerlingen.

a)

bepaald hoofdtelwoord

b)

onbepaald hoofdtelwoord

c)

bepaald rangtelwoord

d)

onbepaald rangtelwoord

3.

Welk telwoord staat er in volgende zin onderlijnd?

De eerste vraag werd onverwacht gesteld.

a)

bepaald hoofdtelwoord

b)

onbepaald hoofdtelwoord

c)

bepaald rangtelwoord

d)

onbepaald rangtelwoord

4.

Welk telwoord staat er in volgende zin onderlijnd?

Deze chauffeur had al duizenden kilometers afgelegd.

a)

bepaald hoofdtelwoord

b)

onbepaald hoofdtelwoord

c)

bepaald rangtelwoord

d)

onbepaald rangtelwoord

5.

Welk telwoord staat er in volgende zin onderlijnd?

De leerling kon alle vragen vlot beantwoorden.

a)

bepaald hoofdtelwoord

b)

onbepaald hoofdtelwoord

c)

bepaald rangtelwoord

d)

onbepaald rangtelwoord

6.

Is het onderlijnde woord in de zin een bijwoord of niet?

Dat is een erg knappe prestatie.

a)

ja

b)

nee

7.

Is het onderlijnde woord in de zin een bijwoord of niet?

Wat een mooie trui!

a)

ja

b)

nee

8.

Is het onderlijnde woord in de zin een bijwoord of niet?

Ik heb amper drie koekjes gegeten.

a)

ja

b)

nee

9.

Is het onderlijnde woord in de zin een bijwoord of niet?

Deze oefening is extreem moeilijk.

a)

ja

b)

nee

10.

Is het onderlijnde woord in de zin een bijwoord of niet?

Deze oefening is extreem moeilijk.

a)

ja

b)

nee

11.

Welk soort voornaamwoord werd er onderlijnd?

Felix woont met zijn moeder in een verlaten huis.

a)

persoonlijk voornaamwoord

b)

bezittelijk voornaamwoord

c)

wederkerend voornaamwoord

d)

aanwijzend voornaamwoord

e)

vragend voornaamwoord

12.

Welk soort voornaamwoord werd er onderlijnd?

Hij gaat elke zomer op reis.

a)

persoonlijk voornaamwoord

b)

bezittelijk voornaamwoord

c)

wederkerend voornaamwoord

d)

aanwijzend voornaamwoord

e)

vragend voornaamwoord

13.

Welk soort voornaamwoord werd er onderlijnd?

Deze zomer belooft echter speciaal te worden.

a)

persoonlijk voornaamwoord

b)

bezittelijk voornaamwoord

c)

wederkerend voornaamwoord

d)

aanwijzend voornaamwoord

e)

vragend voornaamwoord

14.

Welk soort voornaamwoord werd er onderlijnd?

Hij zal zich namelijk toeleggen op rotsklimmen.

a)

persoonlijk voornaamwoord

b)

bezittelijk voornaamwoord

c)

wederkerend voornaamwoord

d)

aanwijzend voornaamwoord

e)

vragend voornaamwoord

15.

Welk soort voornaamwoord werd er onderlijnd?

Hopelijk kan de instructeur hem alle kneepjes bijbrengen.

a)

persoonlijk voornaamwoord

b)

bezittelijk voornaamwoord

c)

wederkerend voornaamwoord

d)

aanwijzend voornaamwoord

e)

vragend voornaamwoord

16.

Welke woordsoort werd er onderlijnd?

De leerling geeuwt tijdens de saaie les.

a)

een bijwoord

b)

een werkwoord

c)

een telwoord

d)

een voorzetsel

e)

een voornaamwoord

17.

Welke woordsoort werd er onderlijnd?

De leerling geeuwt tijdens de saaie les.

a)

een bijwoord

b)

een werkwoord

c)

een telwoord

d)

een lidwoord

e)

een voorzetsel

18.

Welke woordsoort werd er onderlijnd?

De leerling geeuwt tijdens de saaie les.

a)

een bijwoord

b)

een bijvoeglijk naamwoord

c)

een zelfstandig naamwoord

d)

een voornaamwoord

e)

een voorzetsel

19.

Welke woordsoort werd er onderlijnd?

Als er iemand trouwt, vieren ze daar minstens drie dagen feest.

a)

een bijwoord

b)

een bijvoeglijk naamwoord

c)

een zelfstandig naamwoord

d)

een voornaamwoord

e)

een voorzetsel

20.

Welke woordsoort werd er onderlijnd?

Als er iemand trouwt, vieren ze daar minstens drie dagen feest.

a)

een bijwoord

b)

een bijvoeglijk naamwoord

c)

een zelfstandig naamwoord

d)

een voornaamwoord

e)

een voorzetsel

21.

Schrijf het meervoud van 'therapie'

(a)  

22.

Schrijf het meervoud van 'ski'

(a)  

23.

Schrijf het meervoud van 'komedie'

(a)  

24.

Schrijf het meervoud van 'taxi'

(a)  

25.

Schrijf het meervoud van 'genie'

(a)  

26.

Schrijf het meervoud van 'epidemie'

(a)  

27.

Schrijf het meervoud van 'bacterie'

(a)  

28.

Schrijf het meervoud van 'cowboy'

(a)  

29.

Schrijf het meervoud van 'familie'

(a)  

30.

Schrijf het meervoud van 'melodie'

(a)  

31.

Voeg volgende delen op de juiste manier bijeen.

ski + oord

(a)  

32.

Voeg volgende delen op de juiste manier bijeen.

West + Vlaanderen

(a)  

33.

Voeg volgende delen op de juiste manier bijeen.

karate + expert

(a)  

34.

Voeg volgende delen op de juiste manier bijeen.

€ + teken

(a)  

35.

Voeg volgende delen op de juiste manier bijeen.

yoga + oefening

(a)  

36.

Welk voorzetsel moet op de plaats van ... komen?

Onze leerkracht aardrijkskunde is ... pensioen gegaan.

(a)  

37.

Welk voorzetsel moet op de plaats van ... komen?

Wil je het ook ... je zus zeggen?

(a)  

38.

Welk voorzetsel moet op de plaats van ... komen?

We moeten ons nog voorbereiden ... die reis.

(a)  

39.

Welk voorzetsel moet op de plaats van ... komen?

... de week is er te veel drukte.

(a)  

40.

Welk voorzetsel moet op de plaats van ... komen?

Vader is opnieuw thuis ... gisteren

(a)