NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsRekenen Klas 4
Total questions: 36
Worksheet time: 21mins
Name
Class
Date
1.
Welk teken moet hier tussen staan:
18 ... 26
18 ... 26
a)
>
b)
<
c)
=
2.
Waar is 90,8 miljoen goed geschreven in cijfers.
a)
90,8000000
b)
90,800000
c)
90800000
d)
908000000
3.
Bekijk de afbeelding.
Rond de oppervlakte af op een duizendtal.
Rond de oppervlakte af op een duizendtal.
a)
17098000
b)
17098200
c)
17000000
d)
17090000
4.
Op welke dag is het minimumtemperatuur het laagst?
a)
Maandag
b)
Dinsdag
c)
Woensdag
d)
Donderdag
5.
Reken uit:
28 + 36
28 + 36
a)
63
b)
64
c)
65
d)
66
6.
Reken uit:
168 - 79 =
168 - 79 =
a)
91
b)
89
c)
88
d)
81
7.
Reken uit:
6 x 8 =
6 x 8 =
a)
42
b)
32
c)
48
d)
56
8.
Reken uit:
25 x 12 =
25 x 12 =
a)
275
b)
300
c)
325
d)
350
9.
Reken uit:
121 : 11 =
121 : 11 =
a)
10
b)
11
c)
12
d)
13
10.
Reken uit:
852 : 3 =
852 : 3 =
a)
284
b)
283
c)
274
d)
294
11.
Vereenvoudig:
a)
kan niet
b)
10/7
c)
7/10
12.
Reken uit:
a)
4/12
b)
1/3
c)
5/8
d)
4/8
13.
Piet heeft 400 fruitbomen geplant.
3/5 van de fruitbomen zijn appelbomen.
De rest zijn perenbomen. Hoeveel appelbomen heeft Piet geplant?
3/5 van de fruitbomen zijn appelbomen.
De rest zijn perenbomen. Hoeveel appelbomen heeft Piet geplant?
a)
80
b)
160
c)
240
d)
350
14.
1m=....dm
a)
1
b)
10
c)
0,1
d)
100
15.
7cm=....mm
a)
7
b)
70
c)
700
d)
7000
16.
500m2=....dm2
a)
50.000
b)
5.000
c)
500.000
d)
50
17.
1l=....cl
a)
10.000
b)
10
c)
100
d)
1.000
18.
5l=....dl
a)
0,5
b)
500
c)
5.000
d)
50
19.
2g=....dg
a)
0,2
b)
20
c)
200
d)
2.000
20.
1l=....ml
a)
10
b)
100
c)
1.000
d)
0,1
21.
50 m ² =
a)
5000 cm²
b)
5 dam²
c)
5000 dm²
d)
Het juiste antwoord staat er niet bij
22.
5 dm³ =
a)
0,5 dl
b)
5 dl
c)
50 dl
d)
Het juiste antwoord staat er niet bij
23.
0,35 m3 = ... l
a)
350 cl
b)
350 dl
c)
350 l
d)
350 ml
24.
Julia maakt een lijst om een schilderij. Het schilderij is 85 cm bij 55 cm.
Hoeveel meter lijst heeft Julia nodig?
Hoeveel meter lijst heeft Julia nodig?
a)
1,4 m
b)
2,8 m
c)
140 m
d)
280 m
25.
Welke eenheid hoort er bij een weegschaal?
a)
graden Celcius
b)
hectare
c)
kilogram
d)
milliliter
26.
De lengte van Jan is 1,92 m.
De lengte van zijn vrouw is 1,74 m.
Hoeveel centimeter is Jan groter dan zijn vrouw?
De lengte van zijn vrouw is 1,74 m.
Hoeveel centimeter is Jan groter dan zijn vrouw?
a)
0,18 cm
b)
1,8 cm
c)
18 cm
d)
180 cm
27.
Marije wil 5 rozijnenbroden bakken. Voor één rozijnenbrood heeft zij 230 mL water nodig.
Hoeveel dL water heeft zij nodig om 5 rozijnenbroden te bakken?
* Tip: eerst 230 mL omrekenen naar dL
Hoeveel dL water heeft zij nodig om 5 rozijnenbroden te bakken?
* Tip: eerst 230 mL omrekenen naar dL
a)
1,15 dL
b)
11,5 dL
c)
115 dL
d)
1150 dL
28.
Nicolaas gaat op vakantie. Hij zit 224 minuten in de auto.
Hoeveel uren en hoeveel minuten zit hij in de auto?
Hoeveel uren en hoeveel minuten zit hij in de auto?
a)
2 uur en 24 minuten
b)
2 uur en 44 minuten
c)
3 uur en 44 minuten
d)
4 uur en 24 minuten
29.
2 van de 4 =
a)
25 %
b)
200 %
c)
50 %
d)
Het juiste antwoord staat er niet bij
30.
1/4 =
a)
4%
b)
25%
c)
75%
d)
Het juiste antwoord staat er niet bij
31.
Een auto rijdt 1 op 12.
Je rijdt 60 kilometer.
Hoeveel liter benzine verbruik je?
Je rijdt 60 kilometer.
Hoeveel liter benzine verbruik je?
a)
3
b)
4
c)
5
d)
6
32.
Hoeveel kosten 6 postzegels?
a)
€ 1,40
b)
€ 2,80
c)
€ 3,50
d)
€ 4,20
33.
Een modeltrein is gemaakt op schaal 1 : 300.
De modeltrein is 15 cm lang.
Hoeveel meter is deze trein in werkelijkheid
De modeltrein is 15 cm lang.
Hoeveel meter is deze trein in werkelijkheid
a)
15 meter
b)
45 meter
c)
1.500 meter
d)
4.500 meter
34.
20% van € 60,- =
a)
€ 12
b)
€ 20
c)
€ 30
d)
€ 48
35.
Welk getal is het grootst?
a)
0,4
b)
0,05
c)
0,49
d)
0,045
36.
Wat is 4/5 in een decimaal getal?
a)
0,20
b)
0,80
c)
0,60
d)
0,75
Reset
