Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Grammatica woordsoorten

Total questions: 31

Worksheet time: 31mins

Name
Class
Date
1.

Welk woord is een werkwoord?

a)

hond

b)

lopen

c)

de

d)

voor

2.

Welk woord is een werkwoord?

a)

de

b)

in

c)

school

d)

gaan

3.

Welke woorden zijn werkwoorden?

(meer antwoorden goed)

a)

zitten

b)

staan

c)

stoel

d)

slapen

4.

Welk woord is een zelfstandig naamwoord?

a)

vis

b)

kan

c)

de

d)

zwemmen

5.

In welk rijtje staan alleen zelfstandig naamwoorden?

a)

landen, Leon, afvalberg, voorstel

b)

Maastricht, kassa, de, zolder

c)

vijver, een, schuurtje, wind

d)

jongen, school, het, leren

6.

Wat zijn de zelfstandige naamwoorden?

De man vroeg de weg aan de politieagent.

a)

man

b)

man, weg, politieagent

c)

man, weg, de

d)

vroeg, weg, politieagent

7.

Wat is het werkwoord?

De man vroeg de weg aan de politieagent.

a)

man

b)

weg

c)

vroeg

d)

politieagent

8.

Hoeveel lidwoorden staan er in de zin?

De man vroeg de weg aan de politieagent.

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

9.

Wat is ruzie voor soort woord?

De ruzie is weer begonnen.

a)

zelfstandig naamwoord

b)

lidwoord

c)

werkwoord

10.

Wat kan een zelfstandig naamwoord zijn?

a)

de, het, een

b)

mensen, dieren, dingen

c)

slapen, wandelen, studeren

11.

Wat is de woordsoort van het cursiefgedrukte woord in volgende zin? ' Ik ben jarig.'

a)

persoonlijk voornaamwoord

b)

bezittelijk voornaamwoord

c)

onderwerp

d)

zelfstandig naamwoord

12.

Bepaal de woordsoort van 'zijn' in volgende zin: 'Wij zijn gelukkig.'

a)

zelfstandig werkwoord

b)

koppelwerkwoord

c)

hulpwerkwoord

d)

infintief

13.

Wij wonen in een nieuwe villa aan de rand van de stad.


Wat voor woordsoort is nieuwe?

a)

Zelfstandig naamwoord

b)

Bijvoeglijk naamwoord

c)

Lidwoord

d)

Werkwoord

14.

Wij wonen in een nieuwe villa aan de rand van de stad.


Wat voor woordsoort is van?

a)

Lidwoord

b)

Aanwijzend voornaamwoord

c)

Bezittelijk voornaamwoord

d)

Voorzetsel

15.

Wat vindt je docent van dat antwoord?


Wat voor woordsoort is wat?

a)

Vragend voornaamwoord

b)

Aanwijzend voornaamwoord

c)

Bezittelijk voornaamwoord

d)

Voorzetsel

16.

Wat vindt je docent van dat antwoord?


Wat voor woordsoort is dat?

a)

Zelfstandig naamwoord

b)

Bijvoeglijk naamwoord

c)

Aanwijzend voornaamwoord

d)

Voorzetsel

17.

De monteur van Citroën heeft verkeerde banden onder de auto van Mees gezet.


Wat voor woordsoort is Citroën?

a)

Zelfstandig naamwoord

b)

Bijvoeglijk naamwoord

c)

Bezittelijk voornaamwoord

d)

Persoonlijk voornaamwoord

18.

De monteur van Citroën heeft verkeerde banden onder de auto van Mees gezet.


Wat voor woordsoort is verkeerde?

a)

Zelfstandig naamwoord

b)

Bijvoeglijk naamwoord

c)

Werkwoord

d)

Aanwijzend voornaamwoord

19.

De monteur van Citroën heeft verkeerde banden onder de auto van Mees gezet.


Wat voor woordsoort is Mees?

a)

Zelfstandig naamwoord

b)

Bijvoeglijk naamwoord

c)

Persoonlijk voornaamwoord

d)

Vragend voornaamwoord

20.

Onze klas bestaat uit twaalf jongens en acht meisjes.


Wat voor woordsoort is onze?

a)

Persoonlijk voornaamwoord

b)

Bezittelijk voornaamwoord

c)

Aanwijzend voornaamwoord

d)

Bijvoeglijk naamwoord

21.

Geef je hun ook wat geld om een drankje te kopen?


Wat voor woordsoort is je?

a)

Aanwijzend voornaamwoord

b)

Persoonlijk voornaamwoord

c)

Bezittelijk voornaamwoord

d)

Vragend voornaamwoord

22.

Wat is een onbepaald lidwoord?

a)

de

b)

het

c)

een

d)

alle 3 goed

23.

Wat is van onderstaande zin het hulpwerkwoord? Let op: er kunnen meerdere antwoorden goed zijn.


Jan zou graag op straat willen voetballen.

a)

zou

b)

spelen

c)

op

d)

willen

24.

Tijdens het feest werd Lynn ziek.


Wat is het woord 'tijdens' voor woordsoort?

a)

zelfstandig naamwoord

b)

telwoord

c)

voorzetsel

d)

bijvoeglijk naamwoord

25.

Dat boek is van mij, maar je mag hem wel lenen.


Welk woord van bovenstaande zin is het aanwijzend voornaamwoord?

a)

boek

b)

dat

c)

mij

d)

lenen

26.

Wat zijn de vragende voornaamwoorden?

Let op; er zijn meerdere antwoorden goed.

a)

wanneer, waarom

b)

hoe, wanneer

c)

wie, wat

d)

welke, wat voor (een)

27.

Iedereen maakt veel lawaai.


Wat zijn de woorden 'iedereen' en 'veel' voor woordsoorten?

a)

vragend voornaamwoord

b)

zelfstandig naamwoord

c)

onbepaald voornaamwoord

d)

bijvoeglijk naamwoord

28.

Sommige mensen haten sporten in de sportschool.


Wat voor woordsoort is het woord 'sommige'?

a)

v.vnw

b)

on.vnw

c)

p.vnw

d)

zn

29.

Larissa kocht gister een armband voor haar moeder.


Wat is de naam 'Larissa' voor woordsoort?

a)

bvn

b)

ww

c)

zn

d)

lw

30.

tijdens, van, aan, op:

Wat voor woordsoorten zijn bovenstaande woorden?

a)

zn

b)

vz

c)

lw

d)

bvn

31.

Die fiets heb ik voor mijn verjaardag gekregen.

Wat is het woord 'die' voor woordsoort?

a)

a.vnw

b)

v.vnm

c)

o.vnw

d)

bz.vnw