wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

woordenschat les 1 t/m 13

Total questions: 35

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Kies de juiste omschrijving van het entertainment.

a)

vermaak

b)

onderling verband

c)

zeggen hoe het komt of wat de reden is

d)

ergens niet meer zonder kunnen

2.

Kies de juiste omschrijving van uit balans zijn.

a)

uit evenwicht zijn

b)

kenmerkend

c)

doorgaan

d)

onderling verband

3.

Kies de juiste omschrijving van specifiek.

a)

kenmerkend

b)

doorgaan

c)

onderling verband

d)

vermaak

4.

Kies de juiste omschrijving van de verslaving.

a)

ergens niet meer zonder kunnen

b)

zeggen hoe het komt of wat de reden is

c)

onderling verband

d)

uit evenwicht zijn

5.

Kies de juiste omschrijving van de verklaring.

a)

zeggen hoe het komt of wat de reden is

b)

vermaak

c)

kenmerkend

d)

doorgaan

6.

Kies de juiste omschrijving van het assortiment.

a)

gevarieerd aanbod van producten

b)

aantrekkingskracht

c)

schakelaar waarmee je de temperatuur kunt instellen

d)

niet recht, door elkaar

7.

Kies de juiste omschrijving van stollen.

a)

het vast worden van vloeistoffen of vetten

b)

onbeperkt

c)

aantrekkingskracht

d)

niet recht, door elkaar

8.

Kies de juiste omschrijving van de thermostaat.

a)

schakelaar waarmee je de temperatuur kunt instellen

b)

gevarieerd aanbod van producten

c)

aantrekkingskracht

d)

onbeperkt

9.

Kies de juiste omschrijving van de verleiding.

a)

aantrekkingskracht

b)

onbeperkt

c)

het vast worden van vloeistoffen of vetten

d)

niet recht, door elkaar

10.

Kies de juiste omschrijving van schots en scheef.

a)

niet recht, door elkaar

b)

gevarieerd aanbod van producten

c)

onbeperkt

d)

aantrekkingskracht

11.

Kies de juiste omschrijving van het commentaar.

a)

opmerking over iets of uitleg van iets

b)

iets ontwerpen en uitvoeren

c)

snel en gemakkelijk op iets of iemand reageren

d)

schoon, puur, zuiver

12.

Kies de juiste omschrijving van ergens op inspelen.

a)

snel en gemakkelijk op iets of iemand reageren

b)

schoon, puur, zuiver

c)

sterke afkeer van iets hebben

d)

opmerking over iets of uitleg van iets

13.

Kies de juiste omschrijving van onbewerkt.

a)

schoon, puur, zuiver

b)

snel en gemakkelijk op iets of iemand reageren

c)

iets ontwerpen en uitvoeren

d)

sterke afkeer van iets hebben

14.

Kies de juiste omschrijving van ontwikkelen.

a)

iets ontwerpen en uitvoeren

b)

opmerking over iets of uitleg van iets

c)

schoon, puur, zuiver

d)

sterke afkeer van iets hebben

15.

Kies de juiste omschrijving van de walging.

a)

sterke afkeer van iets hebben

b)

schoon, puur, zuiver

c)

snel en gemakkelijk op iets of iemand reageren

d)

iets ontwerpen en uitvoeren

16.

Kies de juiste omschrijving van verleiden.

a)

ervoor zorgen dat iets mislukt

b)

uit de weg gaan, niet willen ontmoeten

c)

hoe je iets doet of hoe iets gebeurt

d)

ontwarren, ophelderen

17.

Kies de juiste omschrijving van mijden.

a)

uit de weg gaan, niet willen ontmoeten

b)

ervoor zorgen dat machines het werk doen

c)

uitgaan van

d)

hoe je iets doet of hoe iets gebeurt

18.

Kies de juiste omschrijving van mechaniseren.

a)

ervoor zorgen dat machines het werk doen

b)

ontwarren, ophelderen

c)

uitgaan van

d)

ervoor zorgen dat iets mislukt

19.

Kies de juiste omschrijving van ontrafelen.

a)

ontwarren, ophelderen

b)

uit de weg gaan, niet willen ontmoeten

c)

uitgaan van

d)

hoe je iets doet of hoe iets gebeurt

20.

Kies de juiste omschrijving van wraakzuchtig.

a)

op zoek zijn naar wraak

b)

griezelig

c)

wat veel inspanning kost

d)

iets wat iemand gemaakt heeft

21.

Kies de juiste omschrijving van het innerlijk.

a)

binnenste van een mens, zijn gedachten en gevoelens

b)

op zoek zijn naar wraak

c)

griezelig

d)

iets wat iemand gemaakt heeft

22.

Kies de juiste omschrijving van macaber.

a)

griezelig

b)

wat veel inspanning kost

c)

iets wat iemand gemaakt heeft

d)

binnenste van een mens, zijn gedachten en gevoelens

23.

Kies de juiste omschrijving van de talkshow.

a)

televisieprogramma waarin met gasten over allerlei onderwerpen wordt gesproken

b)

onpartijdig

c)

(programma)punt

d)

opvoeding, vorming

24.

Kies de juiste omschrijving van neutraal.

a)

onpartijdig

b)

televisieprogramma met gasten over allerlei onderwerpen

c)

het onderwerp van de dag

d)

informatie geven over een onderwerp

25.

Kies de juiste omschrijving van de actualiteit.

a)

het onderwerp van de dag

b)

opvoeding, vorming

c)

(programma)punt

d)

informatie geven over een onderwerp

26.

Kies de juiste omschrijving van voorlichten.

a)

informatie geven over een onderwerp

b)

onpartijdig

c)

televisieprogramma met gasten over allerlei onderwerpen

d)

(programma)punt

27.

Kies de juiste omschrijving van klussen.

a)

karweitjes opknappen

b)

langzaam, steeds een stukje

c)

beschrijving van hoe je iets moet doen

d)

aantal lessen die bij elkaar horen

28.

Kies de juiste omschrijving van de aanwijzing.

a)

beschrijving van hoe je iets moet doen

b)

helpen, bijstaan

c)

langzaam, steeds een stukje

d)

beschrijving van hoe iets moet en van wat niet mag

29.

Kies de juiste omschrijving van stap voor stap.

a)

langzaam, steeds een stukje

b)

karweitjes opknappen

c)

aantal lessen die bij elkaar horen

d)

beschrijving van hoe iets moet en van wat niet mag

30.

Kies de juiste omschrijving van de cursus.

a)

aantal lessen die bij elkaar horen

b)

beschrijving van hoe je iets moet doen

c)

langzaam, steeds een stukje

d)

helpen, bijstaan

31.

Kies de juiste omschrijving van de richtlijn.

a)

beschrijving van hoe iets moet en van wat niet mag

b)

aantal lessen die bij elkaar horen

c)

langzaam, steeds een stukje

d)

karweitjes opknappen

32.

Kies de juiste omschrijving van uit betrouwbare bron.

a)

van iemand die te vertrouwen is

b)

van deze tijd

c)

een organisatie of overheidsafdeling met een bepaalde taak

d)

gedeelte van een televisiesprogramma, tijdschrift of krant dat over hetzelfde onderwerp gaat

33.

Kies de juiste omschrijving van hedendaags.

a)

van deze tijd

b)

van iemand die te vertrouwen is

c)

programma met nieuws dat dagelijks op radio en televisie is

d)

een organisatie of overheidsafdeling met een bepaalde taak

34.

Kies de juiste omschrijving van het journaal.

a)

programma met nieuws dat dagelijks op radio en televisie is

b)

gedeelte van een televisiesprogramma, tijdschrift of krant dat over hetzelfde onderwerp gaat

c)

van deze tijd

d)

een organisatie of overheidsafdeling met een bepaalde taak

35.

Kies de juiste omschrijving van de rubriek.

a)

gedeelte van een televisiesprogramma, tijdschrift of krant dat over hetzelfde onderwerp gaat

b)

programma met nieuws dat dagelijks op radio en televisie is

c)

van iemand die te vertrouwen is

d)

van deze tijd