WorksheetsFranse voc. circuit rouge 12
Total questions: 37
Worksheet time: 32mins
Hoe zeg je 'het aperitief' ?
(a)
de hoek?
le coin
la coin
le cion
la cion
'de verhuis'??
le déménagement
la déménagement
la déménager
le déménager
de relaxzetel
(a)
de echtgenoot
(a)
het plan
(a)
wat zie je?
(a)
wat zie je??
(a)
de lamp?
(a)
aangenaam
enchanté
enchante
uitstekend
excellente
excelente
exellente
ecellent
geniaal
(a)
perfect
(a)
volgend
prochane
prochain
goed
bien
bon
supér
zeker
certanement
certainement
certeinement
nou/wel
allort
allors
alors
alort
misschien
peut-être
peut-etre
peut etre
peut être
zeg
tiens
tient
tint
tins
plaatsen
(a)
aanbieden
(a)
denken
(a)
genieten van
(a)
veel tijd hebben
(a)
volgens mij
(a)
ik vind dat
(a)
ik denk dat
(a)
wacht
(a)
heel graag
(a)
welkom
(a)
Het is geen goed idee.
(a)
dat komt goed uit
(a)
schat/lieveling ( vrouwelijk)
(a)
in elk geval
de tout façon
de toute façon
de tout fason
de toute fason
vertel het mij eens
(a)
en u bent/ jullie zijn...?
et vous êtez
et vous êtes
et vous sommes
et vous suis
ik zou graag
(a)
