Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taak 2: begrijpend lezen (de dokter)

Total questions: 40

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Wat is dit? Gebruikt de of het!

(a)  

2.

Wat is dit? Gebruik de of het!

(a)  

3.

Wat is dit? Gebruik de of het!

(a)  

4.

Wat is dit? Gebruik de of het!

(a)  

5.

Wat is dit? Gebruik de of het!

(a)  

6.

Wat is dit? Gebruik de of het!

(a)  

7.

Wat is dit? Gebruik de of het?

(a)  

8.

Wat is dit? Gebruik de of het!

(a)  

9.

Wat is dit? Gebruik de of het!

(a)  

10.

Welke zin hoort bij de tekening?

a)

Ali ligt in bed.

b)

Fatima gaat niet naar school.

c)

Fatima is thuis.

11.

Welke zin hoort bij de tekening?

a)

De dokter komt.

b)

Fatima belt naar de dokter.

c)

De dokter blijft een kwartier bij Ali.

12.

Welke zin hoort bij de tekening?Me

a)

Mevrouw, u moet pillen halen.

b)

Fatima haalt pillen bij de apotheek.

c)

Ali krijgt een pil van Fatima.

13.

Fatima is ziek.

a)

Waar

b)

Niet waar

14.

Ali is een vrouw.

a)

Waar

b)

Niet waar

15.

Ali ligt in de zetel.

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

Ali heeft koorts, hoofdpijn, buikpijn en rugpijn.

a)

Waar

b)

Niet waar

17.

Ali gaat naar de dokter.

a)

Waar

b)

Niet waar

18.

Fatima geeft haar man een pil.

a)

Waar

b)

Niet waar

19.

Ali moet elke dag drie pillen nemen.

a)

Waar

b)

Niet waar

20.

De koorts gaat omhoog.

a)

Waar

b)

Niet waar

21.

Na vier dagen voelt Ali zich beter.

a)

Waar

b)

Niet waar

22.

Ali moet twee weken thuisblijven.

a)

Waar

b)

Niet waar

23.

Wie heeft griep?

a)

Fatima heeft griep.

b)

Ali heeft griep.

24.

Waar heeft Ali pijn?

a)

Ali heeft pijn aan zijn hoofd en rug.

b)

Ali heeft pijn aan zijn hoofd, buik en rug.

25.

Wie belt Fatima?

a)

Fatima belt naar Ali.

b)

Fatima belt naar de dokter.

c)

Fatima belt naar de apotheker.

26.

Waarom belt Ali niet zelf naar de dokter?

a)

Ali kan niet uit zijn bed.

b)

Ali ligt in zijn bed.

27.

Hoe lang blijft de dokter?

a)

De dokter blijft een halfuur.

b)

De dokter blijft 10 minuten.

c)

De dokter blijft 20 minuten.

d)

De dokter blijft een kwartier.

28.

Wat doet de dokter met de stethoscoop?

a)

De dokter luistert naar het hart en de longen van Ali met de stethoscoop.

b)

De dokter luistert naar het hart van Ali met de stethoscoop.

c)

De dokter luistert naar de longen van Ali met de stethoscoop.

29.

Wat doet Fatima met het voorschrift?

a)

Fatima gaat met het voorschrift naar de school.

b)

Fatima gaat met het voorschrift naar het ziekenhuis.

c)

Fatima gaat met het voorschrift naar de apotheek.

30.

Welke medicatie moet Ali nemen?

a)

Ali moet siroop nemen.

b)

Ali moet zalf gebruiken.

c)

Ali moet pillen nemen.

31.

Hoeveel pillen moet Ali per dag nemen?

a)

Ali moet 1 pil per dag nemen.

b)

Ali moet 2 pillen per dag nemen.

c)

Ali moet 3 pillen per dag nemen.

32.

Wanneer moet Ali de pillen nemen?

a)

Ali moet een pil in de ochtend, in de middag en in de avond nemen.

b)

Ali moet een pil in de ochtend en in de middag nemen.

c)

Ali moet een pil in de ochtend en in de avond nemen.

33.

Na hoeveel dagen voelt Ali zich beter?

a)

Ali voelt zich na 1 dag beter.

b)

Ali voelt zich na 2 dagen beter.

c)

Ali voelt zich na 3 dagen beter.

34.

Welke zin is juist?

a)

Zij zorgt voor haar man.

b)

Zij zorgt voor haar pen.

35.

Welk zin is juist?

a)

Hij is ziek. Hij heeft griep.

b)

Er zitten tien mensen in onze griep.

36.

Welk zin is juist?

a)

Hij heeft koorts. Hij ligt in bed.

b)

Hij werkt hard. Hij heeft koorts.

37.

Welk zin is juist?

a)

Een kwartier is 30 minuten.

b)

Een kwartier is 15 minuten.

38.

Welk zin is juist?

a)

Bij de apotheek haal je pillen.

b)

Bij de apotheek haal je brood.

39.

Welk zin is juist?

a)

Zij heeft honger. Ze neemt een pil.

b)

Zij is ziek. Ze neemt een pil.

40.

Welk zin is juist?

a)

De lift gaat omlaag.

b)

De huis gaat omlaag.