Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Aandoening van het bewegingsapparaat

Total questions: 20

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Waar wordt het bot door omgeven?

a)

Periost

b)

Substantia spongiosa

c)

Substantia compacta

d)

Beenmerg

2.

Wat is een belangrijk mineraal dat bijdraagt aan de stevigheid van de botten?

a)

Kalium

b)

Calcium

c)

Natrium

d)

Magnesium

3.

Welk onderdeel zorgt voor de overgang tussen twee verschillende botten?

a)

Pezen

b)

Gewrichtsbanden

c)

Spieren

d)

Gewrichten

4.

Wat is een belangrijke oorzaak van de pijn bij zorgvragers met reuma artritis?

a)

Zwelling bij het gewricht door ontstekingsvocht

b)

Uitdroging van het gewricht

c)

Vergroeiing van het gewricht

d)

Peesschade van het gewricht

5.

Welke therapeut kan worden ingezet bij een zorgvrager met reuma met een verminderde fijne motoriek?

a)

Logopedist

b)

Fysiotherapeut

c)

Ergotherapeut

d)

Diëtist

6.

Welk soort gewricht is te zien op de afbeelding?

a)

Kogelgewricht

b)

Rolgewricht

c)

Scharniergewricht

d)

Zadelgewricht

7.

Wat is een eigenschap van glad spierweefsel?

a)

Staan onder invloed van de wil

b)

Langzaam reageren en langzaam werken

c)

Snel reageren en snel werken

d)

Snel vermoeibaar

8.

Wat is de functie van kraakbeen?

a)

kalk opslaan en afgeven aan het lichaam

b)

soepel laten bewegen van het gewricht

c)

verbinden van spier aan het bot

d)

verbinden van twee botten

9.

Bij welke aandoening verliezen botten botmassa en worden ze dus broos (ook wel botontkalking genoemd)?

a)

Artrose

b)

Osteoporose

c)

Scoliose

d)

Hernia

10.
Vergroeiingen door artrose noemen we..
a)
Osteofyten
b)
Synovium
c)
Scoliose
d)
Poreus bot
11.
Het ontstaan van artrose ....
a)
heeft te maken met erfelijkheid
b)
heeft te maken met het voedingspatroon
c)
is niet duidelijk waarom of waar het aan ligt.
d)
heeft te maken met de leefomstandigheden van de zorgvrager
12.

Bij Artrose ontstaat er een verlies van

a)

Kraakbeen

b)

Glad spierweefsel

c)

Bindweefsel

d)

Synoviaal vocht

13.

Een systemische behandeling werkt

a)

Op het kraakbeen en het bot

b)

Op het bot

c)

Op het kraakbeen

d)

Op het gehele lichaam

14.

Osteoporose wordt niet vastgesteld door middel van

a)

gewrichtspunctie

b)

lichamelijk onderzoek

c)

röntgenfoto

d)

botdichtheidsmeting

15.

Dit fractuur is een

a)

barst

b)

stressfractuur

c)

een sterretje

16.

bij een polsfractuur

a)

wordt een corrigerende operatie uitgevoerd

b)

wordt een gips aangelegd

c)

doet m'n niets, het moet spontaan genezen

17.

bij een openbreuk

a)

steekt het bot door de huid

b)

is er een gaatje in het bot

c)

gaat het bot niet meer dicht

18.
Welk type beenverbinding is hier afgebeeld?
a)
Gewricht
b)
Kraakbeenverbinding
c)
Vergroeiing
d)
Naadverbinding
19.
Bevatten de botten van een baby (in verhouding) meer lijmstof of kalkstof?
a)
Lijmstof
b)
Kalkstof
20.
Wat gebeurt er met een spier als hij zich aanspant?
a)
Wordt kort en dun
b)
Wordt lang en dun
c)
Wordt kort en dik
d)
Wordt lang en dik