wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling H3 en voorkennis H4

Total questions: 12

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Welke stof ontbreekt in de volgende reactievergelijking:

C3H8 (g) + ? --> 3 CO2(g) + 4 H2O (l)

a)

H (g)

b)

O(g)

c)

O2(g)

d)

H2(g)

2.

Wat zijn in onderstaande reactievergelijking de getallen die horen bij a, b en c?

a .. Al2O3(s) --> b .. Al(s) + c .. O2(g)

a)

a = 1, b = 2, c = 3

b)

a = 2, b = 2, c = 6

c)

a = 2, b = 4, c = 3

d)

a = 2, b = 4, c = 6

3.

In een chemische reactie vinden energie-omzettingen plaats.

Welke energie-omzetting(en) vindt/ vinden er plaats bij de verbranding van aardgas in een fornuis?

a)

omzetting van chemische energie in warmte

b)

omzetting van chemische energie in warmte en licht

4.

Bij scheikundige reacties treedt meestal een duidelijk merkbaar energie-effect op dat men ook aan kan geven met het begrip endotherm of het begrip exotherm.


Welke formulering geeft voor de meeste ontledingsreacties het energie-effect en het daarbij horende begrip op de juiste manier aan?

a)

bij een ontledingsreactie is meestal energie nodig ; de reactie is dus meestal endotherm.

b)

bij een ontledingsreactie is meestal energie nodig ; de reactie is dus meestal exotherm.

c)

bij een ontledingsreactie komt meestal energie vrij ; de reactie is dus meestal endotherm.

d)

bij een ontledingsreactie komt meestal energie vrij ; de reactie is dus meestal exotherm.

5.

De reactieproducten van een exotherme reactie bevatten meer chemische energie dan de beginstoffen.

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

Tijdens een chemische reactie gaat geen massa verloren.


Bij de verbranding van 3,0 kg hout is precies 3,6 kg zuurstof nodig en komt er 1,8 kg water vrij.


Bereken hoeveel kilogram koolstofdioxide er vrijkomt bij deze verbranding.

a)

1,2 kg

b)

2,4 kg

c)

4,8 kg

d)

8,4 kg

7.

Zilvernitride is een uiterst instabiele stof. Al bij de minste aanraking kan een explosieve ontledingsreactie optreden:

2 Ag3N(s) → 6 Ag(s) + N2(g)


Leg uit of bij deze reactie de wet van massabehoud geldt.

a)

In theorie wel, maar in de praktijk zal dat hier niet zo zijn.

b)

Ja, de wet geldt. Er gaan hier geen stoffen verloren.

c)

Ja, de wet geldt. Er gaat hier geen massa verloren.

d)

Nee, voor de explosie heb je meer dan daarna.

8.

Hoe groot is het aantal significante cijfers van een meetwaarde als die correct wordt aangegeven met het getal 0,0690?

a)

2

b)

3

c)

4

d)

5

9.

Gegeven atoommassa’s: O = 16,0 u P = 31,0 u Ra = 226 u


Hoe groot is de molaire massa van Ra3(PO4)2, uitgedrukt in gram per mol?

a)

321

b)

416

c)

773

d)

868

10.

Gegeven atoommassa’s: H = 1 u C = 12 u


Hoe bereken je het massapercentage koolstof in butaan: C4H10 ?

a)
b)
c)
d)
11.

Gegeven atoommassa’s: O = 16,0 u C = 12,01 u
Met de constante van Avogadro:  6,0210236,02\cdot10^{23}  kun je uitrekenen hoeveel deeltjes er aanwezig zijn per mol stof.


Bereken het aantal deeltjes in:
2,00 g koolstofdioxide

a)

 1,2010241,20\cdot10^{24}  moleculen

b)

 2,7410222,74\cdot10^{22}  moleculen

c)

 5,3010255,30\cdot10^{25}  moleculen

12.

Gegeven atoommassa’s: O = 16,0 u C = 12,01 u H = 1,008 u


Hoe bereken je de massa van 8,1 mmol glucose, C6H12O6(s)?

a)

8,1103(612,01+121,008 +616,0)=4,5 105 g\ \frac{\ 8,1\cdot10^{-3}}{\left(6\cdot12,01+12\cdot1,008\ +6\cdot16,0\right)}=4,5\ \cdot10^{-5}\ g

b)

8,1103(612,01+121,008 +616,0)=45 g\frac{\ 8,1\cdot10^3}{\left(6\cdot12,01+12\cdot1,008\ +6\cdot16,0\right)}=45\ g

c)

 8,1103 × (612,01+121,008 +616,0)=1,5  106 g8,1\cdot10^3\ \times\ \left(6\cdot12,01+12\cdot1,008\ +6\cdot16,0\right)=1,5\ \cdot\ 10^{6\ }g 

d)

 8,1103 × (612,01+121,008 +616,0)=1,5 g8,1\cdot10^{-3}\ \times\ \left(6\cdot12,01+12\cdot1,008\ +6\cdot16,0\right)=1,5^{\ }g