Worksheetslidlll3040231
Total questions: 20
Worksheet time: 3mins
Name
Class
Date
1.
manere 2
a)
sparen
b)
luisteren naar, horen
c)
wachten, te wachten staan
d)
zoeken vragen
e)
geven
2.
petere 3
a)
sparen
b)
geven
c)
zoeken vragen
d)
gehoorzamen
e)
vragen
3.
canis, canis
a)
plek
b)
koningin
c)
hond
d)
water
e)
bezit
4.
rogare + 2 acc.
a)
dragen
b)
gehoorzamen
c)
luisteren naar, horen
d)
verliezen
e)
vragen
5.
novus
a)
jouw
b)
van een ander
c)
nieuw
d)
onbekend
e)
veel
6.
nihil
a)
terecht
b)
niets
c)
je wilt
d)
nu
e)
als
7.
ecce
a)
wil(t) niet
b)
zoals
c)
aan, voor mij
d)
je wilt
e)
kijk
8.
territus
a)
veel
b)
groot
c)
bang
d)
onbekend
e)
vijandelijk
9.
consilium
a)
legerkamp
b)
eigen bezit
c)
hulp
d)
water
e)
plan, advies, besluit
10.
nunc
a)
terwijl
b)
nu
c)
anders
d)
als
e)
terecht
11.
Iuno, Iunonis
a)
eigen bezit
b)
koningin
c)
Iuno
d)
legerkamp
e)
moeder
12.
parcere 3 dat.
a)
geven
b)
wachten, te wachten staan
c)
menen
d)
sparen
e)
vragen
13.
itaque
a)
dus
b)
nu
c)
aan, voor mij
d)
niets
e)
wie, hij, die
14.
ne + imperativus
a)
kijk
b)
terecht
c)
aan, voor jou
d)
dus
e)
niets
15.
amittere 3
a)
gehoorzamen
b)
vragen
c)
menen
d)
verliezen
e)
sparen
16.
caro, carnis f
a)
inspanning
b)
hond
c)
vlees
d)
hulp
e)
plek
17.
alienus
a)
jouw
b)
bang
c)
van een ander
d)
vijandelijk
e)
hoogste
18.
magnus
a)
groot
b)
nieuw
c)
hoogste
d)
bang
e)
veel
19.
summus
a)
vijandelijk
b)
nieuw
c)
hoogste
d)
veel
e)
onbekend
20.
imperium
a)
moeder
b)
vlees
c)
rijk, macht
d)
verlangen
e)
hulp
100 %
