wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

T7L2 en T7L3 zelfstandige naamwoorden

Total questions: 24

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het zelfstandige naamwoord?

"Ik hou van honden."

a)

ik

b)

hou

c)

van

d)

honden

2.

Wat is het zelfstandige naamwoord?

"Het is een herdershond."

a)

het

b)

is

c)

een

d)

herdershond

3.

Wat is het zelfstandige naamwoord?

"Hij heeft lange haren."

a)

hij

b)

heeft

c)

lange

d)

haren

4.

Wat is het zelfstandige naamwoord?

"Zijn tanden zijn scherp."

a)

zijn

b)

tanden

c)

zijn

d)

scherp

5.

Is het een ding, dier, persoon of kan je het niet vastnemen?

DE TANDEN

a)

ding

b)

dier

c)

persoon

d)

zelfstandig naamwoord dat je niet kan vastnemen

6.

Is het een ding, dier, persoon of kan je het niet vastnemen?

DE VRIENDSCHAP

a)

ding

b)

dier

c)

persoon

d)

zelfstandig naamwoord dat je niet kan vastnemen

7.

Welke lidwoorden staan er in deze zin?

Van een hond krijg je veel vriendschap.

a)

hond, vriendschap

b)

van

c)

een

d)

veel

8.

Welke lidwoorden staan er in deze zin?

De tanden van een hond zijn iets gevaarlijk.

a)

de, een, iets

b)

zijn

c)

de, een

d)

van

9.

Welke woorden in deze zin zijn geen zelfstandige naamwoorden?

De tanden van een hond zijn gevaarlijke dingen.

a)

gevaarlijke

b)

hond

c)

dingen

d)

tanden

10.

Welke woorden in deze zin zijn geen zelfstandige naamwoorden?

De bruine vacht van mijn jonge hond heeft lange en zachte haren.

a)

bruine

b)

vacht

c)

hond

d)

haren

11.

Duid het zelfstandige naamwoord aan dat je niet kan vastnemen.

Mijn hond vierde eergisteren zijn vijfde verjaardag.

a)

hond

b)

eergisteren

c)

vijfde

d)

verjaardag

12.

Duid het zelfstandige naamwoord aan dat je niet kan vastnemen.

Mijn hond was zondag jarig.

a)

hond

b)

was

c)

zondag

d)

jarig

13.

Noteer het zelfstandige naamwoord uit deze zin.

Mijn vriendin heet Lieselotte.

(a)  

14.

Noteer het zelfstandige naamwoord uit deze zin.

Zij is hondentrimmer.

(a)  

15.

Noteer het zelfstandige naamwoord uit deze zin.

Ze volgde daarvoor een speciale opleiding.

(a)  

16.

Noteer het zelfstandige naamwoord uit deze zin.

Nu werkt ze in een dierenartspraktijk.

(a)  

17.

Is dit woord een de- of het-woord?

___ HONDENTRIMMER

a)

de-woord

b)

het-woord

18.

Is dit woord een de- of het-woord?

___ HONDENHAAR

a)

de-woord

b)

het-woord

19.

Is dit woord een de- of het-woord?

___ OPLEIDING

a)

de-woord

b)

het-woord

20.

Is het onderlijnde woord in de zin mannelijk, vrouwelijk of onzijdig?

In de zomerperiode wordt mijn hond tweemaal getrimd.

a)

mannelijk (de)

b)

vrouwelijk (de)

c)

onzijdig (het)

21.

Is het onderlijnde woord in de zin mannelijk, vrouwelijk of onzijdig?

In de zomerperiode wordt mijn hond tweemaal getrimd.

a)

mannelijk (de)

b)

vrouwelijk (de)

c)

onzijdig (het)

22.

Is het onderlijnde woord in de zin mannelijk, vrouwelijk of onzijdig?

Ik heb vertrouwen in de vaardigheden van mijn vriendin.

a)

mannelijk (de)

b)

vrouwelijk (de)

c)

onzijdig (het)

23.

Is het onderlijnde woord in de zin mannelijk, vrouwelijk of onzijdig?

Ik heb vertrouwen in de vaardigheden van mijn vriendin.

a)

mannelijk (de)

b)

vrouwelijk (de)

c)

onzijdig (het)

24.

Is het onderlijnde woord in de zin mannelijk, vrouwelijk of onzijdig?

Ik heb vertrouwen in de vaardigheden van mijn vriendin.

a)

mannelijk (de)

b)

vrouwelijk (de)

c)

onzijdig (het)