wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Tekstverbanden en signaalwoorden HA1 Nieuw Nederlands

Total questions: 20

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Welk signaalwoord hoort bij het tekstverband "opsomming"?

a)

maar

b)

ook

c)

zoals

d)

kortom

2.

Welk signaalwoord hoort bij het tekstverband "tegenstelling"?

a)

daardoor

b)

neem nou

c)

wanneer

d)

maar

3.

Welk signaalwoord hoort bij het tekstverband "tijd/chronologie"?

a)

bovendien

b)

dus

c)

eerst

d)

bijvoorbeeld

4.

Welk signaalwoord hoort bij het tekstverband "oorzaak-gevolg"?

a)

tenslotte

b)

kortom

c)

daardoor

d)

ook

5.

Welk signaalwoord hoort bij het tekstverband "reden"?

a)

daarnaast

b)

aan de ene kant

c)

want

d)

tenzij

6.

Welk signaalwoord hoort bij het tekstverband "toelichting/voorbeeld"?

a)

indien

b)

zo

c)

en

d)

al met al

7.

Welk signaalwoord hoort bij het tekstverband "conclusie/samenvatting"?

a)

tenzij

b)

vervolgens

c)

als gevolg van

d)

dus

8.

Welk signaalwoord hoort bij het tekstverband "voorwaarde"?

a)

daarom

b)

nadat

c)

verder

d)

als...dan

9.

Welk signaalwoord hoort bij het tekstverband "tegenstelling"?

a)

desondanks

b)

om te beginnen

c)

namelijk

d)

nu

10.

De signaalwoorden ook, bovendien en vervolgens horen bij het tekstverband...

a)

tegenstelling

b)

toelichting/voorbeeld

c)

opsomming

d)

conclusie

11.

De signaalwoorden daardoor, als gevolg van en doordat horen bij het tekstverband...

a)

oorzaak-gevolg

b)

conclusie

c)

reden

d)

opsomming

12.

De signaalwoorden als...dan, tenzij en wanneer horen bij het tekstverband...

a)

reden

b)

voorwaarde

c)

toelichting

d)

tijd/chronologie

13.

De signaalwoorden omdat, want en daarom horen bij het tekstverband...

a)

oorzaak-gevolg

b)

reden

c)

toelichting/voorbeeld

d)

tegenstelling

14.

De signaalwoorden vroeger, eens, later horen bij het tekstverband...

a)

tegenstelling

b)

tijd/chronologie

c)

conclusie/samenvatting

d)

reden

15.

Welk tekstverband heeft deze zin?

Ik vergat mijn jas. Daardoor werd ik verkouden.

a)

tegenstelling

b)

reden

c)

oorzaak/gevolg

d)

conclusie/samenvatting

16.

Welk tekstverband heeft deze zin?

Ik miste de bus, omdat ik mij verslapen had.

a)

oorzaak-gevolg

b)

reden

c)

tijd/chronologie

d)

opsomming

17.

Welk tekstverband heeft deze zin?

Ik hou erg van Italiaans eten, zoals pizza en pasta.

a)

toelichting/voorbeeld

b)

opsomming

c)

reden

d)

voorwaarde

18.

Welk tekstverband heeft deze zin?

Als je goed leert, dan haal je vast een goed cijfer.

a)

Reden

b)

Samenvatting/conclusie

c)

voorwaarde

d)

opsomming

19.

Ik lust best spruitjes, toch eet ik liever pizza.

a)

opsomming

b)

toelichting/voorbeeld

c)

voorwaarde

d)

tegenstelling

20.

Welk tekstverband heeft deze zin?

Nadat ik mijn schoenen had aangetrokken ging ik naar buiten.

a)

tijd/chronologie

b)

opsomming

c)

oorzaak-gevolg

d)

reden