Font size
WorksheetsVoorzetsels en voorzetselvoorwerp
Total questions: 16
Worksheet time: 10mins
Vul het juiste voorzetsel in:
'De leerkracht herinnerde haar (a) de taak die nog moest ingediend worden.'
Vul het juiste voorzetsel in:
'Je moet niet zo oordelen (a) anderen.'
Vul het juiste voorzetsel in:
'Geniet maar (a) de laatste zonnige dagen.'
Vul het juiste voorzetsel in:
'Bemoei je toch niet zo (a) mijn zaken!'
Welke combinatie van een werkwoord + vast voorzetsel bestaat niet?
beperken tot
aansporen tot
kijken tot
in staat zijn tot
Selecteer de juiste combinatie van werkwoord + vast voorzetsel.
het hoofd breken naar
het hoofd breken tot
het hoofd breken over
het hoofd breken van
Selecteer de juiste combinatie van werkwoord + vast voorzetsel.
opgaan in
opgaan naar
opgaan tot
opgaan voor
Selecteer de juiste combinatie van werkwoord + vast voorzetsel.
solliciteren naar
solliciteren voor
solliciteren tot
solliciteren op
Welke functie heeft het onderstreepte zinsdeel?
Mijn mama heeft de hond gisteren gevoederd.
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
handelend voorwerp
voorzetselvoorwerp
Welke functie heeft het onderstreepte zinsdeel?
Gisteren heb ik haar een klap gegeven.
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
handelend voorwerp
voorzetselvoorwerp
Welke functie heeft het onderstreepte zinsdeel?
Meneer Philippe wijkt graag af van het padje.
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
handelend voorwerp
voorzetselvoorwerp
Welke functie heeft het onderstreepte zinsdeel?
Mevrouw Jill is trots op haar nieuwe huis.
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
handelend voorwerp
voorzetselvoorwerp
Welke functie heeft het onderstreepte zinsdeel?
Op Paaszondag worden er chocolade eieren geraapt door kinderen.
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
handelend voorwerp
voorzetselvoorwerp
Schrijf een zin waarin je een combinatie van een werkwoord met een vast voorzetsel gebruikt.
Welke functie heeft het onderstreepte zinsdeel?
Twee weken heb ik het oorlogsmuseum van Bastogne bezocht.
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
handelend voorwerp
voorzetselvoorwerp
Is de onderstaande zin actief of passief?
De tanden van het kind werden gebroken tijdens de val op de trampoline.
actief
passief
