WorksheetsKeuzevoorzetsels
Total questions: 31
Worksheet time: 16mins
Er sitzt auf d... Stuhl (m).
dem
der
den
Der Test hat vor ein... halben Stunde angefangen.
eine
einer
einem
Er ging letztes Jahr in d... Ausland.
dem
das
die
Sie setzt sich auf d... Stuhl (m).
den
dem
der
Ich warte schon den ganzen Tag auf ihr... Antwort (v).
ihrer
ihr
ihre
Wir sollten wählen zwischen d... Hose und d... T-Shirt.
die - dem
die - das
der - dem
die - dem
Ich hatte an dies... Stelle einen Unfall.
dieser
diese
dieses
Du sollst dich hinter dies... Kind stellen.
diese
dieses
diesem
ich hänge das Bild an d... Mauer (v).
die
den
der
Deine Tasche steht hinter unser... Tisch (m).
unserem
unser
unseren
Auf dies... Weise geht das nicht!
dieser
diese
dieses
Das hat er schon vor ein... Monat (m) gemacht.
einem
einen
ein
Welke naamval komt na Ausßer?
3e naamval
4e naamval
Welk voorzetsel hoort in de zin?
Ich habe ein Geschenk (voor) meinen Vater.
vor
für
zu
bei
Wat betekent seit?
langs
zonder
sinds
naast
Welk van deze voorzetsels hoort bij de 3e naamval?
Durch
Bis
Entlang
Mit
Welk voorzetsel hoort bij de 4e naamval?
Zu
Bei
Gegenuber
Um
Welke naamval volgt na ohne?
3e naamval
4e naamval
Welke naamval volgt na gegen?
3e naamval
4e naamval
Vul het voorzetsel en lidwoord in.
Er fährt (naar de) Friseur.
zum
zu dem
nach dem
nach der
Vul het voorzetsel en lidwoord in.
Ich laufe (langs de zee).
dem Meer entlang
der Meer entlang
das Meer entlang
die Meer entlang
Hoeveel keuzevoorzetsels zijn er in het Duits
7
2
9
Welke naamval kan er na een keuzevoorzetsel komen in het Duits?
1e
2e
3e
4e
Als je na het voorzetsel een naamval invult, hoef je alleen naar het voorzetsel te kijken.
waar
niet waar
Geef van het dikgedrukte zinsdeel aan of het er komen/er zijn is:
Ich sitze schon seit 4 Stunden auf diesem Stuhl.
er zijn=3e naamval
er komen=4e naamval
Geef van het dikgedrukte zinsdeel aan of het er komen/er zijn is:
Ich springe in das kalte Wasser.
er zijn=3e naamval
er komen=4e naamval
Geef van het dikgedrukte zinsdeel aan of het er komen/er zijn is:
Wir wohnen in diesem Haus.
er zijn=3e naamval
er komen=4e naamval
Geef van het dikgedrukte zinsdeel aan of het er komen/er zijn is:
Der Ball rollt in das leere Tor.
er zijn=3e naamval
er komen=4e naamval
Wat betekent vor?
voor
over
achter
Wat betekent zwischen?
achter
naast
tussen
voor
Wat betekent neben?
achter
naast
tussen
voor
