Font size
WorksheetsWoordenschat Frans
Total questions: 78
Worksheet time: 1hrs 18mins
wiskunde
(a)
Wie is je leraar wiskunde?
(a)
Waardeloos
(a)
Verschrikkelijk
(a)
vergeten
(a)
streng
(a)
Sorry? / Pardon?
(a)
of
(a)
Nee, ik heb een hekel aan
(a)
Nee, hij is streng.
(a)
muziek
(a)
mevrouw
(a)
meneer
(a)
Is hij aardig?
(a)
In welke klas zit jij?
(a)
in de eerste klas
(a)
Ik zit in de eerste klas.
(a)
houden van, leuk vinden
(a)
Houd je van wiskunde?
(a)
gym
(a)
grappig
(a)
geschiedenis
(a)
Frans
(a)
Engels
(a)
een hekel hebben aan
(a)
dol zijn op
(a)
de middelbare school
(a)
de lievelingsleraar
(a)
de leraar / de lerares
(a)
Dat is meneer Lambert.
(a)
biologie
(a)
aardrijkskunde
(a)
aardig
(a)
maandag
(a)
dinsdag
(a)
woensdag
(a)
donderdag
(a)
vrijdag
(a)
zaterdag
(a)
zondag
(a)
moeilijk
(a)
wanneer
(a)
het probleem
(a)
mogelijk
(a)
vaak
(a)
de leerling
(a)
Heb jij huiswerk?
(a)
Ja, ik heb huiswerk voor Engels.
(a)
Voor wanneer is het?
(a)
Het is voor donderdag.
(a)
morgen
(a)
beginnen
(a)
thuiskomen
(a)
luisteren naar
(a)
opschrijven
(a)
de les
(a)
de tijd / het uur
(a)
12 uur (overdag)
(a)
12 uur ('s nachts)
(a)
daarna
(a)
afwezig
(a)
ook
(a)
Hoe laat begin je vandaag?
(a)
Ik begin om negen uur.
(a)
Ik begin om negen uur.
(a)
vandaag
(a)
het vak
(a)
tekenen
(a)
hoe
(a)
wanneer
(a)
het schrift
(a)
de pen
(a)
het potlood
(a)
het etui
(a)
het boek
(a)
Vind je tekenen leuk?
(a)
Nee, ik vind tekenen niet leuk.
(a)
Ik begrijp het niet.
(a)
