wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

V3A - paragraaf 1.1 Heb je de tekst echt gelezen?

Total questions: 14

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Voor hoeveel huishoudens genereert een gemiddeld elektriciteitscentrale?

a)

Ter grootte van de stad Delft.

b)

vele duizenden

c)

Een twintigste van Nederland

2.
Uit welke formule kun je het vermogen bepalen?
a)
W=P*t
b)
P=U*I*t
c)
P=E*t
d)
P=m*c*T
3.
Het rendement 
a)
Is nooit groter dan 100%
b)
Laat ons weten welke energievorm bruikbaar is 
c)
Ligt tussen 50% en 100%
d)
Heeft als eenheid de joule
4.

Welke energie-vorm wordt er omgezet bij de verbranding van aardgas?

a)

Fossiele energie

b)

Verbrandingsenergie

c)

Chemische energie

d)

Potentiële energie

5.

Gelijke elektrische ladingen:

a)

Trekken elkaar aan

b)

Stoten elkaar af

c)

Hangt van de soort lading af

6.

De eenheid van spanning is:

a)

Ampere

b)

Volt

c)

Ohm

7.

Betty maakt een parallelschakeling met drie lampjes. Ze sluit de schakeling aan op een gelijkspanningsbron. Welk schema hoort bij deze schakeling?

a)
b)
c)
8.

opgewekte wisselspanning wordt ook wel een inductiespanning genoemd.

a)

Ja

b)

Nee

9.

Op welke manier vergelijk je elektriciteitscentrales met elkaar?

a)

Vergelijk de energiesoort die gebruikt wordt.

b)

Vergelijk de gebruikte werkspanning.

c)

Vergelijk het weekijzer dat gebruikt wordt.

d)

vergelijk het elektrisch vermogen.

10.
Het licht op je fiets werkt op elektriciteit. Om elektriciteit te krijgen heb je een spanningsbron nodig.Welk antwoord bevat alleen maar spanningsbronnen?
a)
Batterij, spaarlamp, generator
b)
Kachel, gloeilamp, batterij
c)
Dynamo, generator, batterij
d)
Oven, spaarlamp, dynamo
11.

je ziet hier een schakeling. Wat wijst het pijltje aan?

a)

Batterij

b)

krokodillen tangen

c)

schakelaar

d)

gebroken draad

12.

Ik draai 1 lampje uit deze schakeling. Wat gebeurt er met de andere 6 lampen?

a)

Alle lampjes gaan uit

b)

De andere 6 lampjes gaan allemaal iets harder branden

c)

Er gebeurt helemaal niets

d)

Alleen de lampjes die voor de lamp staan die eruit is gedraaid, werken nog.

13.

Wat zijn de voordelen van een parallel schakeling?

a)

Bij een parallel schakeling heb je meerdere stroomkringen. Als dan 1 lamp kapot gaat, blijft de rest werken.

Ook branden alle lampen die parallel staan even fel.

b)

Bij een parallel schakeling heb je slechts 1 stroomkring. Als dan 1 lamp kapot gaat, gaat de rest ook uit.

Ook branden alle lampen die parallel staan even fel.

c)

Bij een parallel schakeling heb je meerdere stroomkringen. Als dan 1 lamp kapot gaat, blijft de rest werken.

Maar alle lampen branden minder fel, omdat de stroom wordt verdeeld over verschillende paden.

d)

Bij een parallel schakeling heb je een stroomkring. Als dan 1 lamp kapot gaat, gaat de rest ook uit.

Alle lampen branden minder fel, omdat de stroom wordt verdeeld over verschillende paden

14.
Het plaatje is het symbool van een:
a)
Batterij
b)
Een gesloten schakelaar
c)
Een geopende schakelaar
d)
Een lamp