wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling - Mens en machine - 2 havo

Total questions: 33

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

De hersenen horen bij:

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Spierenstelsel

c)

Beenderenstelsel

d)

Zenuwstelsel

2.

Wat is het grootste?

a)

Orgaan

b)

Cel

c)

Orgaanstelsel

d)

Organisme

3.

Welke groepen horen tot de 4 rijken?

a)

Bacteriën

b)

Schimmels

c)

Dieren

d)

Planten

4.

Tot welk rijk een bepaalde groep hoort, hangt af van...

a)

De grootte van een organisme

b)

Hoe de cellen eruit zien

c)

Of iets een organisme is of niet

d)

Of iets bladgroenkorrels heeft of niet

5.

Een robot is:

a)

Iets wat op stroom werkt, bijvoorbeeld een elektrische tandenborstel.

b)

Een machine die je niet hoeft te programmeren.

c)

Een programmeerbare machine die zelfstandig taken uitvoert.

6.

De fysieke structuur van een robot kun je vergelijken met:

a)

Het hart van een mens

b)

De hersenen van een mens

c)

De zintuigen van een mens

d)

De armen en benen van een mens

7.

Waar kun je de computer mee vergelijken die in een robot zit?

a)

Het hart van een mens

b)

De hersenen van een mens

c)

De zintuigen van een mens

d)

De armen en benen van een mens

8.

Wat is dit?

a)

Serieschakeling

b)

Parallelschakeling

9.

Als er een onderbreking zit in de schakelkring op de plek van het rode streepje. Welke lampje(s) gaan er dan uit?

a)

1 lampje

b)

2 lampjes

c)

3 lampjes

10.

Waar kun je de organen in de bloedsomloop mee vergelijken bij de schakeling?

a)

Batterij

b)

Draad

c)

Lampjes

11.

Hoe heet onderdeel 6?

a)

Linker boezem

b)

Rechter boezem

c)

Linker kamer

d)

Rechter kamer

12.

Hoe heet onderdeel 8?

a)

Linker boezem

b)

Rechter boezem

c)

Linker kamer

d)

Rechter kamer

13.

Welke sensor hoort bij plaatje a.

a)

Geluidsensor

b)

Lichtsensor

c)

Vloeistofsensor

d)

Warmtesensor

14.

Kruis alle onderdelen aan waar een robot uit bestaat.

a)

Computer

b)

Sensorsysteem

c)

Motor

d)

Krachtbron

e)

Fysieke structuur

15.

Een reflex is:

a)

Een bewuste reactie

b)

Een onbewuste reactie

16.

De impuls van een reflex gaat in eerste instantie wel of niet langs de hersenen.

a)

Wel

b)

Niet

17.

Je bloedsuiker wordt in het lichaam op peil gehouden door een regelkring. Als er teveel glucose (suiker) in het lichaam zit, wordt er ... aangemaakt. Dat zorgt ervoor dat de glucose in de vorm van glycogeen wordt opgeslagen in de lever.

a)

Insuline

b)

Glucagon

18.

Hart - organen - hart is de kleine bloedsomloop.

a)

Juist

b)

Niet juist

19.

Als je inademt, gaat het middenrif ...

a)

Omhoog

b)

Omlaag

20.

Als je uitademt, worden je longen ...

a)

Kleiner

b)

Groter

21.

De pil beschermt tegen een soa.

a)

Juist

b)

Niet juist

22.

Een condoom beschermt tegen een soa.

a)

Juist

b)

Niet juist

23.

Wat is de juiste volgorde bij een bevalling?

a)

Ontsluiting - uitdrijving - nageboorte

b)

Uitdrijving - nageboorte - ontsluiting

c)

Uitdrijving - ontsluiting - nageboorte

d)

Nageboorte - uitdrijving - ontsluiting

24.

Een man die verliefd is op een vrouw, wordt ... genoemd.

a)

Homoseksueel

b)

Heteroseksueel

c)

Transgender

d)

Non-binair

25.

Iemand die geboren is met mannelijke geslachtsorganen maar liever als vrouw door het leven gaat is een ....

a)

Transman

b)

Non-binair

c)

Transvrouw

d)

Intersekse

26.

Wat betekent soa?

a)

Sociaal overdraagbare aanvaarding

b)

Seksueel opgerichte afdeling

c)

Sensuele overslaanbare aandoening

d)

Seksueel overdraagbare aandoening

27.

Een automatisch systeem werkt altijd in drie stappen. Wat is de juiste volgorde?

a)

Proces - input - output

b)

Input - output - proces

c)

Input - proces - output

d)

Output - proces - input

28.

Het sturen van signalen naar de verwerker, hoort bij:

a)

Input

b)

Proces

c)

Output

29.

De prikkel dat het lichaam gaat inademen is:

a)

Te weinig zuurstof in het lichaam

b)

Te veel koolstofdioxide in het lichaam

30.

De prikkel dat het lichaam gaat uitademen is:

a)

Te weinig zuurstof in het lichaam

b)

Te veel koolstofdioxide in het lichaam

c)

Uitgerekte longblaasjes

31.

Hoe heet dit proces?

a)

Vertering

b)

Verbranding

c)

Ademhaling

d)

Zuurstof verwerking

32.

Wat is de eerste stap in de werking van een viertaktmotor?

a)

Zuurstof en brandstof worden aangezogen.

b)

De brandstof verbrand en de zuiger wordt naar beneden gedrukt.

c)

Uitlaatgassen worden uit de verbrandingsmotor naar buiten geperst.

d)

De zuurstof en brandstof worden samengedrukt. Dit mengsel wordt ontstoken door een vonk van de Bougie.

33.

Wat is de laatste stap in de werking van een viertaktmotor?

a)

Zuurstof en brandstof worden aangezogen.

b)

De brandstof verbrand en de zuiger wordt naar beneden gedrukt.

c)

Uitlaatgassen worden uit de verbrandingsmotor naar buiten geperst.

d)

De zuurstof en brandstof worden samengedrukt. Dit mengsel wordt ontstoken door een vonk van de Bougie.