Font size
WorksheetsCampus 2a: Herhaling deel 2 en 3
Total questions: 93
Worksheet time: 3mins
Van welk verband is sprake in de volgende zin?
Ik ga straks eerst naar huis, dan ga ik mijn huiswerk maken en daarna ga ik tv-kijken.
Opsommend
Chronologisch
Beschrijvend
Vergelijkend
Oorzaak-gevolg
Van welk verband is sprake in de volgende zin?
Net als zij heeft hij jarenlang in het buitenland gewoond.
Vergelijkend
Beschrijvend
Oorzaak-gevolg
Opsommend
Chronologisch
Van welk verband is sprake in de volgende zin?
Hij viel van zijn fiets, doordat hij teveel gedronken had.
Opsommend
Chronologisch
Oorzaak-gevolg
Beschrijvend
Vergelijkend
Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'daardoor'?
Opsommend
Oorzaak-gevolg
Chronologisch
Beschrijvend
Vergelijkend
Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'evenals'?
Vergelijkend
Opsommend
Chronologisch
Beschrijvend
Oorzaak-gevolg
Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'vervolgens'?
Opsommend
Oorzaak-gevolg
Chronologisch
Vergelijkend
Beschrijvend
Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'bovendien'?
Chronologisch
Opsommend
Vergelijkend
Beschrijvend
Oorzaak-gevolg
Vul aan met een passend voorzetsel.
Men zegt dat ik lijk (a) mijn grootmoeder.
Vul aan met een passend voorzetsel.
De dokter verschaft de nodige uitleg (a) de patiënt.
Vul aan met een passend voorzetsel.
Gelukkig leven wij (a) de eenentwintigste eeuw!
Vul aan met een passend voorzetsel.
De vogels vluchten (a) de aankomende storm.
Vul aan met een passend voorzetsel.
De kustwacht hield de haven goed (a) de gaten.
Vul aan met een passend voorzetsel.
Mijn ouders verwachten te veel (a) mij.
Vul aan met een passend voorzetsel.
Je bent zelf verantwoordelijk (a) je daden.
Vul aan met een passend voorzetsel.
Waarom heb jij een hekel (a) mij?
Vul aan met een passend voorzetsel.
Beperk je (a) de essentie, je hoeft de details niet te kennen.
Vul aan met een passend voorzetsel.
Schaam je je niet (a) je ongepast gedrag?
Welke functie heeft het onderstreepte zinsdeel?
Mijn mama heeft de hond gisteren gevoederd.
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
handelend voorwerp
voorzetselvoorwerp
Welke functie heeft het onderstreepte zinsdeel?
Gisteren heb ik haar een klap gegeven.
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
handelend voorwerp
voorzetselvoorwerp
Welke functie heeft het onderstreepte zinsdeel?
Meneer Philippe wijkt graag af van het padje.
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
handelend voorwerp
voorzetselvoorwerp
Welke functie heeft het onderstreepte zinsdeel?
Mevrouw Jill is trots op haar nieuwe huis.
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
handelend voorwerp
voorzetselvoorwerp
Welke functie heeft het onderstreepte zinsdeel?
Op Paaszondag worden er chocolade eieren geraapt door kinderen.
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
handelend voorwerp
voorzetselvoorwerp
Welke functie heeft het onderstreepte zinsdeel?
Twee weken heb ik het oorlogsmuseum van Bastogne bezocht.
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
handelend voorwerp
voorzetselvoorwerp
Is de onderstaande zin actief of passief?
De tanden van het kind werden gebroken tijdens de val op de trampoline.
actief
passief
Benoem het onderstreepte zinsdeel. VZV of BWB ?
Wij rekenen op een kladblaadje.
Voorzetselvoorwerp
Bijwoordelijke bepaling
Benoem het onderstreepte zinsdeel. VZV of BWB ?
Wij rekenen op je komst.
Voorzetselvoorwerp
Bijwoordelijke bepaling
Benoem het onderstreepte zinsdeel. VZV of BWB ?
De leerlingen hingen aan haar lippen.
Voorzetselvoorwerp
Bijwoordelijke bepaling
Benoem het onderstreepte zinsdeel. VZV of BWB ?
De leerlingen hingen aan het rek.
Voorzetselvoorwerp
Bijwoordelijke bepaling
Benoem het onderstreepte zinsdeel. VZV of BWB ?
Blijf met je vingers van mijn auto af.
Voorzetselvoorwerp
Bijwoordelijke bepaling
Wat is het VZV in onderstaande zin?
De veroordeelde verzette zich tegen het vonnis van de rechter.
tegen het vonnis van de rechter
van de rechter
tegen het vonnis
tegen
Wat is het VZV in onderstaande zin?
Volgens meteorologen hoeven we niet te rekenen op een Elfstedentocht dit jaar.
reken op een Elfstedentocht
op een Elfstedentocht
op een Elfstedentocht dit jaar
dit jaar
Wat is het VZV in onderstaande zin?
Cybercriminelen profiteren vaak van de onwetendheid en onoplettendheid van internetgebruikers.
van de onwetendheid van onoplettendheid
van de onwetendheid en onoplettendheid van internetgebruikers
van de onwetendheid van internetgebruikers
profiteren van
Wat is het VZV in onderstaande zin?
Verschillende organisaties dringen daarom aan op betere voorlichting over veilig internetgebruikers.
op betere voorlichting over veilig internetgebruikers
aan op betere voorlichting over veilig internetgebruikers
over veilige internetgebruikers
dringen aan op
Wat is het VZV in onderstaande zin?
De actrice was niet gediend van de avances van de regisseur.
van de regisseur
niet gediend zijn van
gediend zijn van de avances van de regisseur.
van de avances van de regisseur
Is deze zin actief of passief?
Kom op tijd naar het examenlokaal.
Actief
Passief
De boekentas van Femke werd door het raam gekieperd.
Deze zin is actief.
Deze zin is passief.
Wat wordt bij een passieve zin benadrukt?
het onderwerp dat de handeling uitvoert
de handeling die wordt uitgevoerd
Wanneer je kiest voor levendige, duidelijk zinnen, schrijf je best...
actieve zinnen
passieve zinnen
Welke zinnen zijn formeler en afstandelijker?
actieve zinnen
passieve zinnen
Geef het meervoud van: idee
(a)
Wat is de juiste schrijfwijze? (meervoud van porie)
poriën
porieën
pories
porien
Bij welke regel hoort volgend woord? Je schrijft een koppelteken...
Sint-Barbaraziekenhuis
tussen botsende klinkers in een samenstelling.
in samengestelde aardrijkskundige namen.
na ex, niet, non, sint of st., aspirant, adjunct en oud.
om herhaling van woorddelen te vermijden.
Geef het meervoud van: bacterie
(a)
In onderstaande zin staat een spellingsfout. Noteer het foute woord op een correcte manier.
In Park Güell zijn zelfs de bankjes gemaakt uit mozaiek.
(a)
Bij welke regel hoort: coördinatie?
Je schrijft een trema...
in sommige samengestelde getallen.
in grondwoorden en afleidingen om duidelijk te maken waar de nieuwe lettergreep begint.
omdat het woord eindigt op een -ie die niet is beklemtoond.
Schrijf het juiste woord.
Waregem ligt in ... (provincie).
(a)
Schrijf het woord volledig:
De jongste leerkracht hier op school is ... (22).
(a)
Wat is het meervoud van: ruzie?
ruziën
ruzieën
ruzies
Bij welke regel hoort: in- en uitgang?
Je schrijft een koppelteken...
om de herhaling van woorddelen te vermijden.
in samenstellingen met gelijkwaardige delen.
tussen botsende klinkers in een samenstelling.
in samengestelde aardrijkskundige namen.
Schrijf het woord correct:
anti + rook + campagne
(a)
Schrijf het woord correct:
politie + auto
(a)
Wat is het meervoud van: olie? Je kan meerdere antwoorden aanduiden.
olies
oliën
olieën
Wat is de persoon op de foto aan het doen?
(a)
Schrijf het woord opnieuw. Voeg het juiste woord- of hulpteken toe waar het nodig is: ge + interesseerd
(a)
Schrijf het woord opnieuw. Voeg het juiste woord- of hulpteken toe waar het nodig is: na + apen
(a)
Schrijf het woord opnieuw. Voeg het juiste woord- of hulpteken toe waar het nodig is: water + dicht
(a)
Schrijf het woord opnieuw. Voeg het juiste woord- of hulpteken toe waar het nodig is: privé + eigendom
(a)
Schrijf het woord opnieuw. Voeg het juiste woord- of hulpteken toe waar het nodig is: ru + ine
(a)
Schrijf het woord opnieuw. Voeg het juiste woord- of hulpteken toe waar het nodig is: uit + zaai + ing
(a)
Schrijf het woord opnieuw. Voeg het juiste woord- of hulpteken toe waar het nodig is: niet + roker
(a)
Vul het juiste schooltaalwoord in :
Volgens mijn ... is de diefstal na twaalf uur gepleegd.
(a)
Deze medicatie heeft totaal geen ...
begrip
effect
verband
categorie
Vul het ontbrekende schooltaalwoord in:
De politie nam ... maatregelen om de hangjongeren op te vangen.
(a)
We hebben in ... overleg besloten om niet mee te gaan.
feilloos
doeltreffend
gemeenschappelijk
compleet
Vul het ontbrekende schooltaalwoord in :
De buurtbewoners ... dat hij de juwelen gestolen heeft.
(a)
Behoor jij tot de ... van de zestigplussers?
categorie
analyse
verband
fabel
Vul het bijvoeglijk naamwoord in dat tot dezelfde woordfamilie behoort als TYPEREN:
de ... geluiden
(a)
Vul het werkwoord in dat tot dezelfde woordfamilie behoort als
HET SYMBOOL:
...
(a)
De ... van Reinaert de vos kent iedereen.
verband
analyse
categorie
fabel
Welk bijvoeglijk naamwoord behoort tot dezelfde woordfamilie als
HET VERBAND:
de ... palen
(a)
Duid aan in welke situatie de uitdrukking past.
iemand op de kast jagen
Onze leraar maakte onbedoeld een grappige opmerking over Valentijn.
Ik word boos als de buurjongen grappen blijft maken over mijn te kleine fiets.
Oma haalt graag grapjes uit met opa, maar opa kan er altijd het hardst om lachen.
Duid aan in welke situatie de uitdrukking past.
de plooien gladstrijken
Kira werd boos omdat Marnix haar fiets had gesaboteerd. Marnix stelde beteuterd voor om haar fiets te herstellen.
Stefanie heeft ruzie met haar zus, maar ze wil er geen woord over kwijt.
Door de valpartij was het kaartje helemaal gekreukt. Xena probeerde de ergste kreuken vlak te wrijven.
Duid aan in welke situatie de uitdrukking past.
een flater slaan
Yvan is naar een andere stad verhuisd. In de nieuwe buurt vindt hij moeizaam zijn weg.
De jagers verdeelden hun vangst, maar maakten ruzie over het hertengewei.
Charlot wou haar papa verrassen met een ontbijt op bed voor zijn verjaardag, maar ze had zich vergist van datum.
Duid aan in welke situatie de uitdrukking past.
niet door de beugel kunnen
Je komt nu al voor de vijfde keer te laat thuis. Dit kan zo niet langer.
Hey kerel, ik zag dat je kiezelstenen naar de auto’s gooide. Dit hoort toch niet!
Kai-Han legde de lepels bij de vorken in de besteklade: soms is hij een verstrooide professor.
Duid aan in welke situatie de uitdrukking past.
zijn kat sturen
Nee, ik wilde de juf echt niet laten wachten, maar ik vind mijn rapport niet terug.
Telkens mama het vraagt, belooft de loodgieter de volgende dag te komen, maar ook vandaag kwam hij niet opdagen.
Lies gaf haar mening toen Raisa erom vroeg.
Welke uitdrukking past bij onderstaande situatie?
De opmerking over de gemiste goal kwam hard aan. Cedric had zijn best gedaan, maar de bal vloog over de lat.
de bal misslaan
op iemands tenen trappen
iemand op de kast jagen
iemand een lesje leren
de plooien gladstrijken
Welke uitdrukking past bij onderstaande situatie?
Xander had zijn taak voor geschiedenis niet gemaakt. Tijdens de speeltijd had hij de antwoorden van Jutte snel overgeschreven. Toen meneer Van Gils hem betrapte, volgde er een nul.
de bal misslaan
op iemands tenen trappen
iemand op de kast jagen
iemand een lesje leren
de plooien gladstrijken
Welke uitdrukking past bij onderstaande situatie?
Met het eerste grapje over haar nieuwe jas kon Femke nog lachen, maar het vijfde mopje over haar luipaardenjas was er te veel aan.
de bal misslaan
op iemands tenen trappen
iemand op de kast jagen
iemand een lesje leren
de plooien gladstrijken
Welke uitdrukking past bij onderstaande situatie?
Het heeft lang geduurd, maar na twee dagen bokken hebben ze dan toch gepraat met elkaar.
de bal misslaan
op iemands tenen trappen
iemand op de kast jagen
iemand een lesje leren
de plooien gladstrijken
Welke uitdrukking past bij onderstaande situatie?
Ik vertrouwde die gast niet, maar ik moet toegeven dat ik mis was.
de bal misslaan
op iemands tenen trappen
iemand op de kast jagen
iemand een lesje leren
de plooien gladstrijken
De klimaatopwarming is een ... (= wat op dit moment belangrijk is, in het nieuws komt) thema.
(a)
We ... (= te weten komen) graag jouw mening.
(a)
Kan je ons wat informatie ... (= geven, bezorgen) over deze studierichting?
(a)
Ik vond jouw tekst te ... (= weinig)
(a)
Je mag de taak morgen indienen, op ... (= iets waaraan moet voldaan worden) dat je het mij vanavond al eens mailt.
(a)
De onderzoekers ... (= steunen op) de resultaten van de enquête.
(a)
Een voorzetselvoorwerp en een bijwoordelijke bepaling van elkaar onderscheiden, vind ik ... (= moeilijk)
(a)
Ken jij een grappig weetje over die zanger? Een ... (= wat de naam heeft, niet echt) fait divers?
(a)
De Burj Khalifa in Dubai is ... (= groot).
(a)
Sta jij in voor ... (= de regeling) van de uitstap?
(a)
Hoe kan je jouw product het best ...? (=reclame maken voor)
(a)
De leerkracht zal jouw tekst nog ... (= controleren)
(a)
In de Franse tijd 'imparfait' heb je maar 1 ... (= iets wat afwijkt, niet gewoon is, niet de regel volgt) en dat is être.
(a)
