wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 5 waarnemen Mavo 1

Total questions: 39

Worksheet time: 1hrs 7mins

Name
Class
Date
1.
In je oog gaat het licht achtereenvolgens door:
a)
Pupil - hoornvlies - lens - glasachtig lichaam - netvlies
b)
Hoornvlies - lens - pupil - glasachtig lichaam - netvlies
c)
Hoornvlies - pupil - lens - glasachtig lichaam - netvlies
d)
Hoornvlies - pupil - lens - netvlies - glasachtig lichaam
2.
De pupil wordt kleiner door het samentrekken van spieren in de iris. In de iris bevinden zich kringspieren en lengtespieren.
Door het samentrekken van welke spieren wordt de pupil kleiner?
a)
alleen door het samentrekken van kringspieren
b)
alleen door het samentrekken van lengtespieren
c)
door het samentrekken van kringspieren en door het samentrekken
van lengtespieren
3.
Er wordt met een camera een foto gemaakt van een iris. Door het felle flitslicht trekken de kringspieren in de iris zich samen.
Verandert dan de grootte van de pupil?
a)
Nee
b)
Ja, de pupil wordt groter.
c)
Ja, de pupil wordt kleiner.
4.
Bij oudere mensen vermindert soms het gezichtsvermogen doordat de gele vlek wordt aangetast.

In welk gebied bevindt zich de genoemde aantasting? (afbeelding)
a)
gebied 1
b)
gebied 2
c)
gebied 3
5.

Welke zintuigen zitten in de huid?

a)

Tast, druk, warmte, koude en pijn

b)

Tast, druk, warmte, koude en gehoor

c)

Warmte, koude, zicht en pijn

d)

Smaak en reuk

6.

Uit welke delen bestaat het centrale zenuwstelsel?

a)

Alle zenuwcellen van het lichaam

b)

De hersenen en het ruggenmerg

c)

Alle zintuigen van het lichaam

d)

Alle zenuwcellen en spieren van het lichaam

7.

Wat is de functie van talgklieren?

a)

Zweet produceren om het lichaam af te koelen

b)

Talg produceren om haren en hoornlaag soepel te houden

c)

Talg produceren om bacteriën op de huid te doden

d)

Prikkels opvangen

8.

Welke lagen heeft de huid, van buiten naar binnen

a)

Opperhuid - lederhuid - onderhuids bindweefsel

b)

Opperhuid - onderhuids bindweefsel - lederhuid

c)

Lederhuid - onderhuids bindweefsel - opperhuid

d)

Onderhuids bindweefsel - lederhuid - opperhuid

9.

Op welke prikkel reageren tastknopjes in de huid?

a)

Zachte aanraking

b)

Harde aanraking

c)

Warmte en koude

d)

Pijn

10.

Waar liggen de zintuigcellen van het reukzintuig?

a)

Voor in de neus, bij de neusvleugels

b)

Bovenin de neusholte

c)

Tegen het gehemelte in je mond

d)

Achterin de keelholte

11.

Wat is de functie van het neusslijmvlies?

a)

Stof en ziekteverwekkers tegenhouden

b)

Geurstoffen opvangen

c)

Neusharen soepel maken

d)

Impulsen maken

12.

Hoeveel smaken kan een mens proeven met de tong?

a)

5

b)

4

c)

6

d)

3

13.

Waar liggen de zintuigcellen van het gehoorzintuig?

a)

In de oorschelp

b)

Tegen het trommelvlies

c)

In de gehoorzenuw

d)

In het slakkenhuis

14.

Wat is de functie van de Buis van Eustachius?

a)

Zorgen dat de druk rondom het trommelvlies gelijk blijft zodat het goed kan trillen

b)

Zorgen dat er geen bacteriën vanuit de keelholte naar de trommelholte kunnen

c)

Trillingen doorgeven van de oorschelp naar het trommelvlies

d)

Impulsen vanuit het oor doorgeven aan de hersenen

15.

Waar in het oog liggen de zintuigcellen?

a)

Op het harde oogvlies

b)

Op het vaatvlies

c)

Op het netvlies

d)

Op de iris

16.

Als zintuigcellen prikkels opvangen, ontstaan in de zintuigcellen elektrische signalen. Deze signalen noemen we:

a)

een impuls

b)

een prikkel

c)

een waarneming

17.

Een zintuig is een orgaan dat reageert op een bepaalde invloed uit de omgeving. Dit noemen we:

a)

een impuls

b)

een prikkel

c)

een signaal

d)

een waarneming

18.

Wat is geen onderdeel van het zenuwstelsel?

a)

hersenen

b)

zenuwen

c)

ruggenmerg

d)

wervelkolom

19.

Wat is de naam van onderdeel 9?

a)

Evenwichtszintuig

b)

Slakkenhuis

c)

Trommelholte

d)

Gehoorzenuw

20.

Iemand die bijziend is, kan van dichtbij scherp zien.

a)

Juist

b)

Onjuist

21.
Wat is de functie van oorsmeer?
a)
Vochtig houden van het trommelvlies
b)
Soepel houden van het trommelvlies
c)
Zorgt ervoor dat het trommelvlies niet kan bewegen
d)
Geeft het trommelvlies een gele kleur
22.
In deze laag van het oog liggen de meeste bloedvaten.
a)
Harde oogvlies
b)
Vaatvlies
c)
Netvlies
23.

Wat is het verschil tussen een bewuste reactie en een onbewuste reactie (reflex)?

a)

Bij een reflex voel je eerst de pijn en daarna maak je de beweging

b)

Bij een reflex maak je eerst de beweging en daarna voel je pas de pijn

24.
Waar zitten de schakelcellen?
a)
In het centraal zenuwstelsel
b)
Alleen in het ruggenmerg
c)
Alleen in de hersenen
d)
Overal in ons lichaam
25.
Welke weg leggen impulsen af bij een reflexboog?
a)
Gevoelszenuwcel->schakelcel->grote hersenen->schakelcel_.bewegingszenuwcel
b)
Gevoelszenuwcel->schakelcel->hersenstam ->schakelcel_.bewegingszenuwcel
c)
Gevoelszenuwcel->schakelcel->bewegingszenuwcel
26.
Welk nummer is de zweetklier
a)
6
b)
1
c)
14
d)
5
27.

Hoe kun je dichtbij scherp zien?

a)

De lens moet boller worden.

b)

De lens moet holler worden.

28.

Geluiden zijn ...

a)

Snel reizende deeltjes

b)

Trillingen in de lucht

29.

Wat zijn twee functies van het zenuwstelsel?

a)

Het verwerken van informatie en temperatuur regelen

b)

Verwerkt impulsen afkomstig van zintuigen, regelt de werking van spieren en klieren

c)

Het regelen van de temperatuur en je hartslag

d)

Het regelen van je hartslag en je bloeddruk

30.

Waaruit bestaan het HELE zenuwstelsel?

a)

Zenuwen en hersenen

b)

Hersenen en de ruggenmerg

c)

Alleen de hersenen

d)

Hersenen, de ruggenmerg en de zenuwen

31.

Wanneer wordt je je bewust van een prikkel?

a)

Wanneer het wordt afgegeven aan de zenuw

b)

Zodra de prikkel wordt afgegeven aan de hersenen

32.

Wat is de functie van de traanbuis?

a)

Traanvocht maken.

b)

Traanvocht opvangen.

c)

Traanvocht afvoeren naar de neusholte.

d)

Traanvocht afvoeren naar de keelholte.

33.

Welke volgorde is de juiste?

a)

Prikkel --> zintuig --> impuls --> zenuw --> hersenen --> impuls --> zenuw

b)

Zintuig --> prikkel --> impuls --> hersenen --> zenuw

c)

Prikkel -> impuls --> zenuw --> hersenen --> zenuw --> impuls

d)

Zintuig --> impuls --> hersenen --> zenuw --> impuls

34.
Zenuwen komen samen in
a)
je spieren
b)
je hersenen
c)
je ruggenmerg
d)
je skelet
35.
Wat wordt aangeduid met het cijfer 5? 
a)
voorste kamer
b)
netvlies
c)
glasachtig lichaam
36.

Wat wordt aangeduid met het cijfer 1?

a)

lens

b)

hoornvlies

c)

harde oogrok

37.
Het trommelvlies geeft de prikkel door aan de ...
a)
Gehoorgang
b)
Slakkenhuis
c)
Gehoorbeentjes
38.

Op deze plek loopt de oogzenuw vanuit het oog naar de hersenen

a)

Blinde vlek

b)

Gele vlek

c)

Buis van Eustagius

d)

Iris

39.

Welk onderdeel wordt aangegeven door nummer 4?

a)

Gehoorgang

b)

Trommelvlies

c)

Slakkenhuis

d)

Gehoorsbeentje