Font size
Worksheetsm/h Extra oefening grammatica Kapitel 3,4,5
Total questions: 32
Worksheet time: 26mins
Junge (jongen): welk lidwoord krijgt dit woord?
der
die
das
Mädchen: welk lidwoord krijgt dit woord?
der
das
die
Lampe: welk lidwoord krijgt dit woord?
die
das
der
Mannschaft: welk lidwoord krijgt dit woord?
der
das
die
Zeitung: welk lidwoord krijgt dit woord?
die
das
der
Pferd: wat voor lidwoord krijgt dit woord?
das
der
die
Einheit: welk lidwoord krijgt dit woord?
die
das
der
Oma: welk lidwoord krijgt dit woord?
das
die
der
Hoe maak je meestal meervoudsvormen van mannelijke woorden?
Umlaut + e
+ (e) n
woorden blijven hetzelfde, alleen het lidwoord verandert
+ s
Maak de meervoudsvorm van: das Heft
(a)
Hoe maak je meestal de meervoudsvorm van vrouwelijke woorden?
+ s
blijven onveranderd, alleen het lidwoord verandert
Umlaut + e
+ (e) n
Maak het meervoud van: die Freundin
(a)
Maak het meervoud van: der Onkel
(a)
Maak het meervoud van: der Opa
(a)
Wat is het geheugensteuntje om de uitgangen van de werkwoorden in de tegenwoordige tijd te onthouden?
(a)
Eindigt de stam van een werkwoord op d of t bij du/er/sie/es/ihr eerst een extra (a)
Vertaal: jij heet (heißen)
(a)
Vertaal: ik speel (spielen)
(a)
Vertaal: hij antwoordt (antworten)
(a)
Vertaal: jullie praten (reden)
(a)
Hoe maak je een voltooid deelwoord van een zwak werkwoord?
stam + t
ge + stam + t
-en
feesttenten
Onthouden: geen geklier met...
(a)
Maak het voltooid deelwoord van: studieren
(a)
Vertaal: gezwommen (sterk!)
(a)
Vertaal: gevreten (sterk!)
(a)
Vertaal: gekocht (kaufen)
(a)
Vrouwelijke woorden en meervoudswoorden krijgen een -e achter ein:
waar
niet waar
Vertaal: mijn moeder
(a)
Vertaal: jouw eten (das)
(a)
Vertaal: hun patat (die)
(a)
Vertaal: jullie zus
(a)
Vertaal: haar water (das)
(a)
