wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

M4D signaalwoorden

Total questions: 28

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Door het woord maar weet je dat hier een tekstverband bestaat.


Welk soort?

a)

Opsomming

b)

Tegenstelling

2.
'Ten eerste', 'ten tweede' en 'daarna' geven een opsomming aan
a)
Ja dat is waar
b)
Nee dat is niet waar
3.
Omdat ik kapper wil worden, volg ik deze opleiding.
a)
'Omdat' kondigt een reden aan
b)
'Omdat' kondigt een voorwaarde aan
4.
Welk signaalwoord geeft een opsomming aan?
a)
ook
b)
maar
c)
eerst
d)
doordat
5.
Welk signaalwoord geeft aan dat er een reden volgt?
a)
omdat
b)
ook
c)
vroeger
d)
wanneer
6.
Welk verband zie tussen deze zinnen?
Een slechte nacht zorgt voor een chagrijnig gemoed. Ook ongezonde voeding zorgt voor een slecht humeur.
a)
Uitspraak-voorbeeld
b)
Tegenstelling
c)
Uitspraak-reden
d)
Opsomming
7.
Welk verband zie je tussen deze zinnen. Van te veel uv-straling kun je kanker krijgen. Daarom moet je je goed insmeren.
a)
Uitspraak-voorbeeld
b)
Opsomming
c)
Tegenstelling
d)
Uitspraak-reden
8.
Ten eerste wil ik dat je goed luistert, daarnaast wil ik dat je stopt met vloeken. Welk tekstverband wordt uitdrukt in deze zin?
a)
Opsomming
b)
voorbeeld
c)
Reden
d)
tegenstelling
9.

Uit onderzoek blijkt dat dit een heel goed boek is.

Is deze zin een

a)

feit

b)

mening

c)

argument

d)

geen van allen

10.

Volgens mij zijn de meeste mensen erg bang.

Deze zin is een

a)

feit

b)

mening

c)

argument

d)

geen van allen

11.

Van welk verband is sprake in de volgende zin?


Ik ga straks eerst naar huis, dan ga ik mijn huiswerk maken en daarna ga ik tv-kijken.

a)

Opsommend

b)

Chronologisch

c)

Redengevend

d)

Doel-middel

12.

Van welk verband is sprake in de volgende zin?


Hij blijft langer weg dan normaal, dus er zal wel iets aan de hand zijn.

a)

Redengevend

b)

Samenvattend

c)

Concluderend

d)

Oorzakelijk

13.

Van welk verband is sprake in de volgende zin?


Ik heb je verhaal gelezen, maar je opdracht nog niet nagekeken.

a)

Tegenstellend

b)

Toelichtend

c)

Vergelijkend

d)

Voorwaardelijk

14.

Welke woorden zijn signaalwoorden?

a)

jullie

b)

nadat

c)

als

d)

boek

e)

tot slot

15.

Welke signaalwoorden geven een verband met een tegenstelling aan?

a)

maar

b)

als

c)

toch

d)

echter

e)

daarentegen

16.

Welk signaalwoord is: echter

a)

Een signaalwoord van tijd

b)

Een signaalwoord van tegenstelling

c)

Een signaalwoord van voorwaarde

17.

Welk signaalwoord is: toen

a)

Een signaalwoord van tijd

b)

Een signaalwoord van tegenstelling

c)

Een signaalwoord van voorwaarde

18.

Welk signaalwoord is: maar

a)

Een signaalwoord van tijd

b)

Een signaalwoord van tegenstelling

c)

Een signaalwoord van voorwaarde

19.

Welk signaalwoord is: daarna

a)

Een signaalwoord van tijd

b)

Een signaalwoord van tegenstelling

c)

Een signaalwoord van voorwaarde

20.
verband: conclusie
a)
dat betekent
b)
hoewel
c)
indien
d)
nadat
21.
verband: reden
a)
omdat
b)
ook
c)
vroeger
d)
wanneer
22.

Ik zit op school....... ik wil graag overgaan

a)

of

b)

want

c)

hoewel

d)

maar

23.

ik ga vast over, .... ik mijn best doe

a)

tenzij

b)

hoewel

c)

mits

d)

terwijl

24.

Ik maak huiswerk, ....... mijn broertje tv kijkt

a)

terwijl

b)

hoewel

c)

tenzij

d)

mits

25.

Met welk signaalwoord kun je 1 zin van deze 2 zinnen maken?

Ik wil die fiets kopen

De prijs zal verlaagd worden

a)

terwijl

b)

tenzij

c)

hoewel

d)

mits

26.

Met welk signaalwoord kun je 1 zin van deze 2 zinnen maken?

Ik kom vandaag wat later

ik moet naar de tandarts

a)

maar

b)

terwijl

c)

omdat

d)

tenzij

27.

Hoewel Susan niet goed had geleerd, haalde ze toch een voldoende.

Wat is het tekstverband?

a)

Tegenstelling

b)

Oorzaak

c)

Reden

d)

Voorwaarde

28.

Hij ging eerder weg, want hij moest nog boodschappen doen

Wat is het tekstverband?

a)

Voorwaarde

b)

Oorzaak

c)

Reden

d)

Tegenstelling