Font size
WorksheetsT4 Grammatica - Module 2
Total questions: 23
Worksheet time: 12mins
Wat vind je met de vraag: Wie/wat + <WG> + <O> ?
NG
O
LV
MV
Hierin zit altijd een koppelwerkwoord.
WG
NG
O
LV
Van dit zinsdeel kunnen er meer in een zin zitten.
O
LV
MV
BWB
Kun je met verschillende vraagwoorden vinden.
O
LV
MV
BWB
Begint vaak met een voorzetsel.
O
LW
MV
BWB
Bestaat alleen uit werkwoorden.
WG
NG
LV
MV
alles wat vóór de PV kan staan.
een zinsdeel
O
LV
MV
Wat vind je met de vraag:
Aan wie/ voor wie + <WG> + <O> +<LV> ?
O
LV
MV
BWB
Dit zinsdeel zit nóóit in een zin met een NG.
O
LV
MV
BWB
PV meervoud? Dan dit zinsdeel ook.
O
LV
MV
BWB
Vind je met de ja/nee-vraag.
PV
WG
NG
O
Bevat een werkwoordelijk én een naamwoordelijk deel.
PV
WG
NG
BWB
Begint vaak met aan of voor.
WG
LV
MV
BWB
Deze twee zinsdelen beginnen NOOIT met een voorzetsel.
O
LV
MV
BWB
Verandert mee als je de PV van enkelvoud meervoud maakt.
PV
het zinsdeel
O
LV
In een ... zit altijd een koppelwerkwoord.
WG
NG
In een ... kan een zelfstandig naamwoord zitten.
WG
NG
Een ... bestaat alleen uit werkwoorden.
WG
NG
Een ... heeft een werkwoordelijk deel.
WG
NG
Een deel van een ... zegt iets over het onderwerp.
WG
NG
In een ... zit een zelfstandig werkwoord (ZWW)
WG
NG
Soms zit in een ... een bijvoeglijk naamwoord.
WG
NG
Een ... bestaat uit meer dan alleen werkwoorden.
WG
NG
