wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhalingsquiz Nederlands tweede trimester

Total questions: 50

Worksheet time: 37mins

Name
Class
Date
1.

Welke vraag past bij het onderstreepte deel?

Marie-Evelyne reageerde niet.

a)

Wat?

b)

Wie?

c)

Wanneer?

d)

Waar?

2.

Welke vraag past bij het onderstreepte deel?

Ze richtte haar ogen over Daphnes hoofd?

a)

Wie?

b)

Wat?

c)

Waar?

d)

Wanneer?

3.

Welke vraag past bij het onderstreepte deel?

Het is hier koeler dan in de klas, dacht Marie-Evelyne.

a)

Wie?

b)

Wat?

c)

Waar?

d)

Wanneer?

4.

Welke vraag past bij het onderstreepte deel?

Veel mensen bleven aan de voet van de roltrap rondhangen.

a)

Wie?

b)

Wat?

c)

Waar?

d)

Wanneer?

5.

Welke vraag past bij het onderstreepte deel?

Marie-Evelyne liet de roltrap achter zich.

a)

Wie?

b)

Wat?

c)

Waar?

d)

Wanneer?

6.

Welke vraag past bij het onderstreepte deel?

'Wat doe je straks?' vroeg Daphne.

a)

Wie?

b)

Wat?

c)

Waar?

d)

Wanneer?

7.

Hoe schrijf je het schuingedrukte woord? Schrijf het correcte woord in het vakje.

Marie-Evelyne keek naar links toen het gero(m/mm)el in de gang steeds harder klonk.

(a)  

8.

Hoe schrijf je het schuingedrukte woord? Schrijf het correcte woord in het vakje.

De m(e/ee)tro stopte plots.

(a)  

9.

Hoe schrijf je het schuingedrukte woord? Schrijf het correcte woord in het vakje.

Ze had gezien dat nergens zitpl(a/aa)tsen vrij waren.

(a)  

10.

Hoe schrijf je het schuingedrukte woord? Schrijf het correcte woord in het vakje.

Ze greep een met(a/aa)len paal beet.

(a)  

11.

Hoe schrijf je het schuingedrukte woord? Schrijf het correcte woord in het vakje.

Het leek alsof er mensen vanuit de hele w(e/ee)reld op de metro zaten.

(a)  

12.

Hoe schrijf je het schuingedrukte woord? Schrijf het correcte woord in het vakje.

Marie-Evelyne liet haar (o/oo)gen over de plastic zitjes dwalen.

(a)  

13.

Wat wordt hier afgebeeld?

Schrijf het correcte woord in het kadertje.

(a)  

14.

Vul aan: Op deze kaart zien we de Atlantische ... .

(a)  

15.

Vul aan: Door het coronavirus ontstond deze nieuwe afbeelding of ... .

(a)  

16.

Welk woord past best bij de X?

Om onszelf voor te stellen, maakten we een X met onze hobby's.

a)

oorsprong

b)

collage

c)

uitdrukking

d)

fabrikant

17.

Welk woord past bij de X?

Mijn aanmoedigingen waren X, want mijn favoriete team verloor de wedstrijd.

a)

verrichten

b)

voorkomen

c)

tevergeefs

d)

vermijden

18.

Wanneer speelt deze zin zich af?

Jommeke uit Zonnedorp reist volgende week de wereld rond.

a)

verleden

b)

heden

c)

toekomst

19.

Wanneer speelt deze zin zich af?

De eerste Jommekestrip verscheen in 1958.

a)

verleden

b)

heden

c)

toekomst

20.

Wanneer speelt deze zin zich af?

Annemieke en Rozemieke staan altijd klaar om Jommeke te helpen.

a)

verleden

b)

heden

c)

toekomst

21.

Wanneer speelt deze zin zich af?

Volgende week krijg ik een nieuwe Jommekestrip.

a)

verleden

b)

heden

c)

toekomst

22.

Wanneer speelt deze zin zich af?

Choco is het huisdier van Annemieke en Rozemieke.

a)

verleden

b)

heden

c)

toekomst

23.

Het werkwoord staat in de infinitief. Schrijf het werkwoord in de juiste vorm.

Asterix dragen een helm met vleugels.

(a)  

24.

Het werkwoord staat in de infinitief. Schrijf het werkwoord in de juiste vorm.

Aan deze vleugels kan je zien hoe hij zich voelen.

(a)  

25.

Het werkwoord staat in de infinitief. Schrijf het werkwoord in de juiste vorm.

Obelix houden van avontuur.

(a)  

26.

Het werkwoord staat in de infinitief. Schrijf het werkwoord in de juiste vorm.

Hij willen het liefst van al everzwijn eten.

(a)  

27.

Het werkwoord staat in de infinitief. Schrijf het werkwoord in de juiste vorm.

De naam Obelix verwijzen naar een Egyptische zuil.

(a)  

28.

Het werkwoord staat in de infinitief. Schrijf het werkwoord in de juiste vorm.

Panoramix maken de toverdrank van maretak.

(a)  

29.

Hoe voelt Bart Simpson zich?

a)

bang

b)

blij

c)

boos

d)

trots

30.

Hoe voelt Bart Simpson zich?

a)

blij

b)

jaloers

c)

verveeld

d)

boos

31.

Hoe voelt Bart Simson zich?

a)

nieuwsgierig

b)

verveeld

c)

ziek

d)

opgelucht

32.

Vul het woord aan. Schrijf het volledig woord.

Spaghetti en ijs vind ik een lekkere combin... .

(a)  

33.

Vul het woord passend aan. Schijf het woord volledig.

Anatool is de slechte... in Jommeke.

(a)  

34.

Vul het woord passend aan. Schijf het woord volledig.

Elkaar dicht knuffelen is gevaar... door het coronavirus.

(a)  

35.

Vul het woord passend aan. Schijf het woord volledig.

Wiske wil altijd alles weten en is nogal n...gier... .

(a)  

36.

Welk woord past bij de X?

De film Black is X echte getuigenissen.

a)

afspelen

b)

gebaseerd op

c)

uitwerken

d)

besteden

37.

Welk woord past bij de X?

Veel jongeren willen X echte stoere gasten.

a)

zich voordoen als

b)

gebaseerd op

c)

uitwerken

d)

besteden

38.

Welk woord past bij de X?

Op de X van het boek vind ik alle informatie.

a)

raster

b)

context

c)

flaptekst

d)

keurig

39.

Welk woord past bij de X?

We kunnen de gegevens over de schrijver X nalezen.

a)

keurig

b)

context

c)

flaptekst

d)

telkens

40.

Welk woord past bij de X?

Het lijkt me vervelend om X zo op je hoede te zijn.

a)

keurig

b)

context

c)

flaptekst

d)

telkens

41.

Duid de zelfstandige naamwoorden aan in deze zin.

Daar ligt weer een vogel in de keuken.

a)

ligt

b)

vogel

c)

weer

d)

keuken

42.

Duid de zelfstandige naamwoorden aan in deze zin.

Het beestje is nog warm.

a)

is

b)

beestje

c)

nog

d)

warm

43.

Duid de zelfstandige naamwoorden aan in deze zin.

Gisteren klaagde de buurvrouw over drollen in de tuin.

a)

buurvrouw

b)

klaagde

c)

drollen

d)

tuin

44.

Duid de zelfstandige naamwoorden aan in deze zin.

Wat spookt je kat uit als het luikje dichtklapt achter zijn staart?

a)

kat

b)

staart

c)

luikje

d)

dichtklapt

45.

Duid de zelfstandige naamwoorden aan in deze zin.

In het wild zijn katten net leeuwen.

a)

wild

b)

katten

c)

net

d)

leeuwen

46.

Vul het passende lidwoord aan.

X kat slaapt gemiddeld zestien tot achttien uur per dag.

a)

de

b)

het

47.

Vul het passende lidwoord aan.

Ze lijken hierdoor veel op X leeuwen.

a)

de

b)

het

48.

Vul het passende lidwoord aan.

X grootste deel van hun energie sparen ze op.

a)

de

b)

het

49.

Als je op 'I' klikt krijg je een schuingedrukte tekst. Hoe noemen we dit nog?

a)

witruimte

b)

cursief

c)

illustratie

d)

lettergrootte

50.

Hoe noemen we de ruimte tussen twee alinea's?

a)

illustraties

b)

cursief

c)

witruimte

d)

lettergrootte