wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling tweede trimester 1A

Total questions: 36

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Tot welke verzameling behoort het getal -3?

a)

natuurlijke getallen

b)

gehele getallen

c)

rationale getallen

2.

Tot welke verzameling behoort het getal 0?

a)

natuurlijke getallen

b)

gehele getallen

c)

rationale getallen

3.

Tot welke verzameling behoort het getal -0,56?

a)

natuurlijke getallen

b)

gehele getallen

c)

rationale getallen

4.

 Bereken: 714-7-14 

a)

-7

b)

7

c)

-21

d)

21

5.

 Bereken: 7+14-7+14 

a)

-7

b)

7

c)

-21

d)

21

6.

 Bereken: 7(14)7-\left(-14\right)

a)

-7

b)

7

c)

-21

d)

21

7.

 Bereken: 7(14)-7-\left(-14\right) 

a)

-7

b)

7

c)

-21

d)

21

8.

Bereken: 727\cdot2  

a)

14

b)

-14

9.

Bereken: 7(2)7\cdot\left(-2\right)  

a)

14

b)

-14

10.

Bereken: 7(2)-7\cdot\left(-2\right)  

a)

14

b)

-14

11.

 Bereken: 14 : 214\ :\ 2 

a)

7

b)

-7

12.

 Bereken: 14 : 2-14\ :\ 2 

a)

7

b)

-7

13.

 Bereken: 14 : (2)-14\ :\ \left(-2\right) 

a)

7

b)

-7

14.

 Bereken: 525^2 

a)

10

b)

25

15.

Bereken: 232^3  

a)

6

b)

8

16.

Bereken: 23-2^3  

a)

6

b)

8

c)

-6

d)

-8

17.

Bereken: (2)3\left(-2\right)^3  

a)

6

b)

8

c)

-6

d)

-8

18.

Bereken: (3)2\left(-3\right)^2  

a)

6

b)

-6

c)

9

d)

-9

19.

Bereken: 36-\sqrt{36}  

a)

-6

b)

6

c)

Bestaat niet

20.

Bereken: 36\sqrt{-36}  

a)

-6

b)

6

c)

Bestaat niet

21.

Welke figuur is dit?

a)

Trapezium

b)

Ruit

c)

Vierkant

d)

Parallellogram

e)

Rechthoek

22.

Welke figuur is dit?

a)

Trapezium

b)

Ruit

c)

Vierkant

d)

Parallellogram

e)

Rechthoek

23.

Welke vlakke figuur is dit?

a)

Cirkel

b)

Driehoek

c)

Vierhoek

d)

Vijfhoek

24.

Welke figuur heeft:

- 4 hoeken

- 4 even lange zijden

- geen rechte hoeken

a)

Vierkant

b)

Ruit

c)

Rechthoek

25.

Welke figuur heeft:

- 4 hoeken

- 2 paar evenwijdige zijden

- geen rechte hoeken

a)

Trapezium

b)

Rechthoek

c)

Parallellogram

d)

Ruit

26.

Benoem de volgende driehoeken volgens de grootte van de hoeken en de zijden. Duid beide correcte benamingen aan.

a)

een ongelijkbenige driehoek

b)

een gelijkbenige driehoek

c)

een gelijkzijdige driehoek

d)

een stomphoekige driehoek

e)

een rechthoekige driehoek

27.

Benoem de volgende driehoeken volgens de grootte van de hoeken en de zijden. Duid beide correcte benamingen aan.

a)

een ongelijkbenige driehoek

b)

een gelijkbenige driehoek

c)

een gelijkzijdige driehoek

d)

een scherphoekige driehoek

e)

een rechthoekige driehoek

28.

Als een driehoek gelijkbenig is, is hij ook gelijkzijdige.

a)

Waar

b)

Niet waar

29.

Een stomphoekige driehoek is nooit gelijkbenig.

a)

Waar

b)

Niet waar

30.

Duid het getal aan dat deelbaar is door 2.

a)

101

b)

30 032

c)

1 119

d)

145

31.

Duid het getal aan dat deelbaar is door 5

a)

3 456

b)

6 789

c)

2 105

d)

5 356

32.

Duid het getal aan dat deelbaar is door 10.

a)

1 000

b)

435

c)

121

d)

48

33.

Wanneer is een getal deelbaar door 3?

a)

Als de cijfers vermenigvuldigd deelbaar zijn door 3

b)

Als de cijfers bij elkaar opgeteld deelbaar zijn door 3

c)

Deelbaarheid door 3 kan je niet zine aan een getal

d)

Als de laatste twee cijfers deelbaar zijn door 3

34.

Getallen die deelbaar zijn door 10, zijn ook deelbaar door...

a)

2 en 5

b)

enkel 5

c)

enkel 2

d)

geen

35.

Wat is de absolute waarde van een getal?

a)

Het getal met een +

b)

Het getal met een -

c)

Het getal met het tegengestelde toestandsteken

d)

Het getal zonder toestandsteken

36.

Wat is het tegengestelde van een getal?

a)

Het getal met een +

b)

Het getal met een -

c)

Het getal met het tegengestelde toestandsteken

d)

Het getal zonder toestandsteken