WorksheetsSymbolen wiskunde (trimester 1)
Total questions: 40
Worksheet time: 20mins
Hoe lezen we de volgende symbolen:
≈
Is gelijk aan
is ongeveer gelijk aan
is niet gelijk aan
is soms gelijk aan
Hoe lezen we de volgende symbolen:
≤
Kleiner dan
groter dan of gelijk aan
groter dan
kleiner dan of gelijk aan
Hoe lezen we de volgende symbolen:
≥
Kleiner dan
groter dan of gelijk aan
groter dan
kleiner dan of gelijk aan
Hoe lezen we de volgende symbolen:
∈
behoort tot
behoort niet tot
deelverzameling van
geen deelverzameling van
Hoe lezen we de volgende symbolen:
∈/
behoort tot
behoort niet tot
deelverzameling van
geen deelverzameling van
Hoe lezen we de volgende symbolen:
V = { }
V is een oneindige verzameling
V is een opsomming
V is een lege verzameling
V is een eindige verzameling
Hoe lezen we de volgende symbolen:
⊂
behoort tot
behoort niet tot
deelverzameling van
geen deelverzameling van
Hoe lezen we de volgende symbolen:
⊂
behoort tot
behoort niet tot
deelverzameling van
geen deelverzameling van
Hoe lezen we de volgende symbolen:
ℕ
Verzameling van de gehele getallen
Verzameling van de rationale getallen
Verzameling van de even getallen
Verzameling van de natuurlijke getallen
Hoe lezen we de volgende symbolen:
ℤ
Verzameling van de gehele getallen
Verzameling van de rationale getallen
Verzameling van de decimale getallen
Verzameling van de breuken
Hoe lezen we de volgende symbolen:
ℚ
Verzameling van de gehele getallen
Verzameling van de rationale getallen
Verzameling van de decimale getallen
Verzameling van de breuken
Hoe lezen we de volgende symbolen:
ℕ0
Verzameling van de natuurlijke getallen
Verzameling van de natuurlijke getallen zonder 0
Verzameling van de natuurlijke getallen met 0
Opsomming natuurlijke getallen tot 0
Hoe lezen we de volgende symbolen:
ℤ0
Verzameling van de gehele getallen zonder 0
Gehele delers van 0
Verzameling van de gehele getallen met 0
Gehele veelvouden van 0
Hoe lezen we de volgende symbolen:
ℚ0
Rationele delers van 0
Rationele veelvouden van 0
Verzameling van de rationale getallen zonder 0
Verzameling van kommagetallen zonder 0
Hoe lezen we de volgende symbolen:
2ℕ
Natuurlijke delers van 2
Verzameling van de oneven natuurlijke getallen
Eindige verzameling vanaf natuurlijk getal 2
Verzameling van even getallen
Hoe lezen we de volgende symbolen:
2ℕ + 1
Verzameling van de gehele getallen + 1
Verzameling van de oneven natuurlijke getallen
Oneindige verzameling vanaf natuurlijk getal 2 + 1
Verzameling van even getallen
Hoe lezen we de volgende symbolen:
7ℕ
Verzameling van de veelvouden van 7
Verzameling van de delers van 7
Verzameling van natuurlijke getallen zonder 7
Verzameling van natuurlijke getallen met 7
Hoe lezen we de volgende symbolen:
del12
Verzameling van de veelvouden van 12
Verzameling van de delers van 12
Deelverzameling van 12
Deelverzameling van veelvouden van 12
Hoe lezen we de volgende symbolen:
A ∩ B
Alle elementen die behoren tot A en tot B
(= doorsnede)
Alle elementen die behoren tot A of tot B
(= unie)
Alle elementen die behoren tot A maar niet tot B
(= verschil)
Alle elementen die behoren tot B maar niet tot A
(= verschil)
Hoe lezen we de volgende symbolen:
A ∪ B
Alle elementen die behoren tot A en tot B
(= doorsnede)
Alle elementen die behoren tot A of tot B
(= unie)
Alle elementen die behoren tot A maar niet tot B
(= verschil)
Alle elementen die behoren tot B maar niet tot A
(= verschil)
Hoe lezen we de volgende symbolen:
A
Rechte A
Punt A
Halfrechte A met grenspunt A
Lijnstuk A
Drager A
Hoe lezen we de volgende symbolen:
a
Rechte a
Punt A
Halfrechte a met grenspunt A
Lijnstuk a
Drager a
Hoe lezen we de volgende symbolen:
AB
Rechte AB
Punt A en B
Halfrechte AB met grenspunt A
Lijnstuk AB
Drager AB
Hoe lezen we de volgende symbolen:
[AB
Rechte AB
Punt A en B
Halfrechte AB met grenspunt A
Lijnstuk AB
Drager AB
Hoe lezen we de volgende symbolen:
[AB]
Rechte AB
Punt A en B
Halfrechte AB met grenspunt A
Lijnstuk AB
Drager AB
Hoe lezen we de volgende symbolen:
a ∦ b
rechte a kruist rechte b
rechte a staat loodrecht op rechte b
rechte a valt samen met rechte b
rechte a snijdt rechte b
rechte a is evenwijdig met rechte b
Hoe lezen we de volgende symbolen:
a ∥ b
rechte a kruist rechte b
rechte a staat loodrecht op rechte b
rechte a valt samen met rechte b
rechte a snijdt rechte b
rechte a is evenwijdig met rechte b
Hoe lezen we de volgende symbolen:
a = b
rechte a kruist rechte b
rechte a staat loodrecht op rechte b
rechte a valt samen met rechte b
rechte a snijdt rechte b
rechte a is evenwijdig met rechte b
Hoe lezen we de volgende symbolen:
a ⊥ b
rechte a kruist rechte b
rechte a staat loodrecht op rechte b
rechte a valt samen met rechte b
rechte a snijdt rechte b
rechte a is evenwijdig met rechte b
Hoe lezen we de volgende symbolen:
a kruist b
rechte a kruist rechte b
rechte a staat loodrecht op rechte b
rechte a valt samen met rechte b
rechte a snijdt rechte b
rechte a is evenwijdig met rechte b
Hoe lezen we de volgende symbolen:
a ∩ b = { S }
Middelpunt S
Snijpunt S
Midden S
Afstand S
Middelloodlijn S
Hoe lezen we de volgende symbolen:
A ∈ a
Punt A doorsnede rechte a
Punt A ligt naast rechte a
Punt A ligt op rechte a
Punt A is loodrecht op rechte a
Punt A snijdt rechte a
Hoe lezen we de volgende symbolen:
Â
Hoek A
Punt A
Drager A
Bissectrice A
Middelloodlijn A
Hoe lezen we de volgende symbolen:
BÂC
Hoek BAC
Scherpe hoek A
Stompe hoek A
Bissectrice BAC
Middelloodlijn BAC
Hoe lezen we de volgende symbolen:
∣AB∣
Afstand van punt A tot punt B
Lengte van lijnstuk AB
Lijnstuk AB
Middelloodlijn AB
Halfrechte AB
Hoe lezen we de volgende symbolen:
d(A,B)
Afstand van punt A tot punt B
Lengte van lijnstuk AB
Lijnstuk AB
Middelloodlijn AB
Halfrechte AB
Hoe lezen we de volgende symbolen:
d(P,a)
Afstand van punt P tot punt A
Lengte van lijnstuk Pa
Lengte van lijnstuk PA
Afstand van punt P tot rechte a
Afstand van rechte p tot punt A
Hoe lezen we de volgende symbolen:
M ∈ [KL] en ∣KM∣ = ∣ML∣
M is het snijpunt van lijnstuk KL
M is middelloodlijn van lijnstuk KL
M is evenwijdig met rechte KL
M staat loodrecht op rechte KL
M is het midden van lijnstuk KL
Hoe lezen we de volgende symbolen:
B ∖ A
Alle elementen die behoren tot A en tot B
(= doorsnede)
Alle elementen die behoren tot A of tot B
(= unie)
Alle elementen die behoren tot A maar niet tot B
(= verschil)
Alle elementen die behoren tot B maar niet tot A
(= verschil)
Hoe lezen we de volgende symbolen:
[AB] ⊂ a
Rechte a
Punt A en B
Halfrechte AB met grenspunt a
Lijnstuk AB
Drager a
