Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Pronomina - niv 2 (subject, object, possessief & reflexief)

Total questions: 24

Worksheet time: 48mins

Name
Class
Date
1.

Mijn kamer is niet zo groot.

... is wel heel gezellig.

a)

Het

b)

Hij

c)

Mijn

d)

Ik

2.

We hebben ... vergist: we kunnen morgen niet op bezoek komen.

a)

wij

b)

we

c)

ons

d)

onze

3.

Kun je ... helpen?

a)

me

b)

ik

c)

mijn

d)

jouw

4.

Waar is het toilet?

Ik kan ... niet vinden.

a)

het

b)

hem

c)

hij

d)

haar

5.

Ik heb met Angela afgesproken.

Ik zie ... op het station.

a)

zij

b)

haar

c)

hij

d)

jij

6.

Kun ... je auto hier parkeren?

a)

jouw

b)

u

c)

uw

d)

je

7.

Heeft ... zus drie kinderen?

a)

jij

b)

jouw

c)

jou

d)

zij

8.

... boeken zijn van mij.

a)

Dit

b)

Deze

c)

dat

d)

het

9.

Piet vindt het huiswerk erg moeilijk en daarom heeft hij ... niet gemaakt.

a)

hem

b)

het

c)

hij

d)

ze

10.

... woonkamer heeft grote ramen.

a)

Onze

b)

Ons

c)

Wij

d)

Hij

11.

Heeft u even tijd voor mijn man en ...?

a)

ik

b)

mij

c)

me

d)

mijn

12.

Wat is ... dochter al groot!

a)

jou

b)

jullie

c)

u

d)

jij

13.

... huis is erg oud.

a)

Hem

b)

Deze

c)

Dit

d)

Hij

14.

Onze kinderen vervelen ... nooit.

a)

zich

b)

hen

c)

hun

d)

ze

15.

Weet jij in welke straat ze wonen?

En wat is ... huisnummer?

a)

hen

b)

zij

c)

ze

d)

hun

16.

Op welke dag heeft je broer autorijles?

Deze week is ... autorijles op maandagmiddag.

a)

zijn

b)

hij

c)

hem

d)

het

17.

Ze heeft vandaag een afspraak met ... huisarts.

a)

zij

b)

ze

c)

hem

d)

haar

18.

Ik haal ... groente en fruit altijd op de markt.

a)

mij

b)

me

c)

ik

d)

mijn

19.

Wie is ... meisje?

a)

dat

b)

die

c)

zij

d)

deze

20.

Deze film is pas nieuw. Bijna niemand heeft ... gezien.

a)

het

b)

hij

c)

haar

d)

hem

21.

Ik heb erg aardige buren. Soms drink ik een kopje koffie of een borrel bij ... .

a)

hem

b)

hen

c)

hij

d)

hun

22.

Ik ben mijn sokken kwijt. Ik kan ... nergens vinden.

a)

hen

b)

hun

c)

ze

d)

zij

23.

Voel je ... niet goed?

a)

jou

b)

jouw

c)

jij

d)

je

24.

Ken jij dat meisje?

- Ja, ik ken .... Maar ik weet ... naam niet.

a)

haar, ze

b)

haar, haar

c)

ze, haar

d)

het, haar