WorksheetsPronomina - niv 2 (subject, object, possessief & reflexief)
Total questions: 24
Worksheet time: 48mins
Mijn kamer is niet zo groot.
... is wel heel gezellig.
Het
Hij
Mijn
Ik
We hebben ... vergist: we kunnen morgen niet op bezoek komen.
wij
we
ons
onze
Kun je ... helpen?
me
ik
mijn
jouw
Waar is het toilet?
Ik kan ... niet vinden.
het
hem
hij
haar
Ik heb met Angela afgesproken.
Ik zie ... op het station.
zij
haar
hij
jij
Kun ... je auto hier parkeren?
jouw
u
uw
je
Heeft ... zus drie kinderen?
jij
jouw
jou
zij
... boeken zijn van mij.
Dit
Deze
dat
het
Piet vindt het huiswerk erg moeilijk en daarom heeft hij ... niet gemaakt.
hem
het
hij
ze
... woonkamer heeft grote ramen.
Onze
Ons
Wij
Hij
Heeft u even tijd voor mijn man en ...?
ik
mij
me
mijn
Wat is ... dochter al groot!
jou
jullie
u
jij
... huis is erg oud.
Hem
Deze
Dit
Hij
Onze kinderen vervelen ... nooit.
zich
hen
hun
ze
Weet jij in welke straat ze wonen?
En wat is ... huisnummer?
hen
zij
ze
hun
Op welke dag heeft je broer autorijles?
Deze week is ... autorijles op maandagmiddag.
zijn
hij
hem
het
Ze heeft vandaag een afspraak met ... huisarts.
zij
ze
hem
haar
Ik haal ... groente en fruit altijd op de markt.
mij
me
ik
mijn
Wie is ... meisje?
dat
die
zij
deze
Deze film is pas nieuw. Bijna niemand heeft ... gezien.
het
hij
haar
hem
Ik heb erg aardige buren. Soms drink ik een kopje koffie of een borrel bij ... .
hem
hen
hij
hun
Ik ben mijn sokken kwijt. Ik kan ... nergens vinden.
hen
hun
ze
zij
Voel je ... niet goed?
jou
jouw
jij
je
Ken jij dat meisje?
- Ja, ik ken .... Maar ik weet ... naam niet.
haar, ze
haar, haar
ze, haar
het, haar
