Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefenquizizz H6 par. 1+2 klas 2

Total questions: 16

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Welk begrip hoort bij deze definitie (leerdoel 1)?

'het gemiddelde weer in een bepaald gebied over een periode van 30 jaar'

(a)  

2.

Welk begrip hoort bij deze definitie? (leerdoel 1)

'De faseovergang van een vloeistof (water) naar gasvormig (waterdamp)'

(a)  

3.

Wat houdt het stedelijk warmte-eiland in? (leerdoel 1)

a)

dat is een warme plek in de stad en op het platteland komt zo'n plek niet voor

b)

wanneer een stad een eiland heeft waar het warm is

c)

Dat er meer stenen en asfalt in een stad is

d)

Dat door meer stenen en asfalt in steden het daardoor warmer is dan op het platteland

4.

Welke kenmerken horen bij duurzame energiebronnen? (leerdoel 11)

a)

Het raakt nooit op

b)

Het zijn energiebronnen die erg duur zijn

c)

Het zijn energiebronnen die geen effect hebben op de omgeving

d)

Dragen niet bij aan het versterkt broeikaseffect

5.

Welke uitspraken over het broeikaseffect en het versterkt broeikaseffect? zijn juist ? (leerdoel 6)

a)

versterkt broeikaseffect wordt veroorzaakt door vulkanisme

b)

versterkt broeikaseffect wordt veroorzaakt door de mens

c)

dankzij het broeikaseffect is leven op aarde mogelijk

d)

het broeikaseffect is niet natuurlijk

6.

Hoe kan energietransitie bijdragen aan minder CO2? (leerdoel 7)

a)

we stappen over op niet duurzame energiebronnen

b)

we stappen over op duurzame energiebronnen en die stoten niet/nauwelijks extra CO2 uit.

c)

Bij energietransitie wordt CO2 opgevangen en omgezet naar O2 (zuurstof)

7.

Wat zijn GEEN vormen van duurzame energiebronnen? (leerdoel 8)

a)

water

b)

de zon

c)

aardgas

d)

biomassa

e)

kernenergie

8.

Stelling: 'In Nederland wordt de meeste energie geproduceerd door duurzame energiebronnen' (leerdoel 9)

a)

juist

b)

onjuist

9.

Welke duurzame energiebron is het grootst in Nederland? (leerdoel 9)

a)

Zonne-energie

b)

Bodemwarmte

c)

Hydro-elektriciteit

d)

Biomassa

10.

In welk antwoord staan alleen maar vormen van duurzame energie? (leerdoel 10)

a)

aardwarmte, zonne-energie, biomassa, kernenergie, windenergie

b)

kernenergie, steenkool, aardgas, aardolie

c)

aardwarmte, kernenergie, zonne-energie, hydro-elektriciteit

d)

zonne-energie, hydro-elektriciteit, biomassa, windenergie

11.

Stelling: 'Uit dode organismen zoals planten en dieren zijn na miljoenen jaren aardolie, steenkool en aardgas ontstaan' (leerdoel 12)

a)

juist

b)

onjuist

12.

Door fotosynthese wordt koolstofdioxide omgezet in zuurstof en wordt de koolstof opgeslagen in planten en bomen. (leerdoel 12)

a)

juist

b)

onjuist

13.

Welke gevolgen zijn er in Nederland door de stijgende temperatuur wereldwijd (leerdoel 14)?

a)

De zeespiegel daalt

b)

De zeespiegel stijgt

c)

Het aantal zomerse dagen neemt toe

d)

Er vindt meer verdamping plaats

14.

Nederland krijgt te maken met meer droge zomers. Welke gevolgen zijn er voor Nederland? (leerdoel 14 en 15)

a)

meer verdamping

b)

langere perioden van droogte

c)

De waterbalans blijft gelijk

d)

Droge zomers worden veroorzaakt door het versterkt broeikaseffect

15.

Als de overheersende windrichting veranderd, heeft dit gevolgen voor de temperatuur en de hoeveelheid neerslag in Nederland (leerdoel 17)

a)

juist

b)

onjuist

16.

Welke gevolgen van klimaatsverandering voor Nederland zijn juist? (leerdoel 19)

a)

Stijging van de zeespiegel

b)

drogere zomers

c)

warmere zomers

d)

In de zomer valt er vaker in korte tijd veel neerslag

e)

de winters worden kouder