wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Wiskunde 2e trimester 1A

Total questions: 56

Worksheet time: 32mins

Name
Class
Date
1.

m//n

a)

Waar

b)

Fout

2.

De afstand van punt J tot een rechte s is ...

a)

de afstand tussen J en het teenpunt van de loodlijn uit J op s.

b)

de afstand tussen het punt J en een willekeurig punt op de rechte s.

c)

altijd 0 cm.

d)

de afstand tussen J en het voetpunt van de loodlijn uit J op s.

3.

Een middelloodlijn van een lijnstuk is ...

a)

rechte die door het midden en loodrecht op dat lijnstuk staat.

b)

rechte die NIET door het midden en loodrecht op dat lijnstuk staat.

c)

rechte die door het midden en NIET loodrecht op dat lijnstuk staat.

d)

rechte die door NIET het midden en NIET loodrecht op dat lijnstuk staat.

4.

Rechte h is ...

a)

... de middelloodlijn

b)

... de bissectrice

c)

... de evenwijdige

d)

... de loodrechte

5.

Als a//b en c//b, dan ... ( meest correcte antwoord aanduiden)

a)

aca\perp c

b)

a snijdt x

c)

a//c

d)

a kruist c

6.

20000

a)

2000

b)

1

c)

0

d)

200

7.

201

a)

20

b)

0

c)

1

d)

2

8.

142

a)

121

b)

196

c)

169

d)

225

9.

122

(a)  

10.

72

(a)  

11.

(-5)4

a)

(-5).(-5).(-5).(-5)

b)

(-5).4

c)

(-5)+(-5)+(-5)+(-5)

d)

-(5.5.5.5)

12.

(-2)8 zal negatief/positief zijn EN (-2)9 zal negatief/positief zijn

a)

(-2)8: negatief EN (-2)9 : negatief

b)

(-2)8: negatief EN (-2)9 : positief

c)

(-2)8: positief EN (-2)9 : positief

d)

(-2)8 : positief EN (-2)9 : negatief

13.

 16\sqrt{-16}  

a)

4

b)

-4

c)

2

d)

Bestaat niet.

14.

 225\sqrt{225}  

a)

13

b)

14

c)

15

d)

5

15.

 64-\sqrt{64}  

a)

8

b)

-8

c)

6

d)

-6

16.

 (81)-\left(-\sqrt{81}\right)  

a)

9

b)

-9

c)

11

d)

-11

17.

2... = 8

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

18.

Volgorde van bewerkingen:

1.Haakjes

2.Machten + wortels

3. vermenigvuldigen + delen

4.optellen +aftrekken

a)

Waar

b)

Fout

19.

 45:[32×(54)]45:\left[3^2\times\left(5-4\right)\right]  

(a)  

20.

Een kegel is een veelvlak.

a)

Waar

b)

Fout

21.

Dit is een ontwikkeling / ontvouwing van een kubus.

a)

Waar

b)

Fout

22.

Kubus 1 is in cavalièreperspectief, kubus 2 niet.

a)

Waar

b)

Fout

23.

De figuur is een ...

a)

Bal

b)

Bol

c)

Cilinder

d)

Cilander

24.

Duid aan welk zijaanzicht gegeven wordt.

a)

Linkerzijaanzicht

b)

Rechterzijaanzicht

c)

Bovenaanzicht

d)

Achteraanzicht

25.

5|45 lezen we als

a)

5 is een deler van 45

b)

45 is deelbaar door 5

c)

5 delen door 45

26.

Duid de foute uitspraak aan.

a)

30|3

b)

10 is een deler van 50

c)

30 is deelbaar door 3

d)

100 is een veelvoud van 10

27.

0 is van elk natuurlijk getal een veelvoud.

a)

Waar

b)

Fout

28.

del 16= {1,2,4,8,16}

a)

Waar

b)

Fout

29.

 3N= 3N=\   {0,3,6,9,12}

a)

Waar

b)

Fout

30.

3672 is deelbaar door 3, 9 en 2.

a)

Waar

b)

Fout

31.

5 200 is deelbaar door 2, 5, 10 en 100.

a)

Waar

b)

Fout

32.

17 is een priemgetal.

a)

Waar

b)

Fout

33.

21 is een priemgetal.

a)

Waar

b)

Fout

34.

kgv (8,6)= 2

a)

Waar

b)

Fout

35.

ggd (8,6) = 2

a)

Waar

b)

Fout

36.

6ℕ= {0,6,12,18,24,30,...}

a)

Waar

b)

Fout

37.

A∩B: A doorsnede B: Behoort tot A EN B.

a)

Waar

b)

Fout

38.

B\A: A verschil B: behoren tot A, maar niet tot B.

a)

Waar

b)

Fout

39.

A∪B: A unie B: Behoort tot A OF B.

a)

Waar

b)

Fout

40.

 20232\frac{202}{32}  is een onvereenvoudigbare breuk.

a)

Waar

b)

Fout

41.

 Volgende breuken staan van klein naar groot geordend: 15, 34\frac{1}{5},\ \frac{3}{4} 

a)

Waar 

b)

Fout

42.

Op de afbeelding staat 1133\frac{11}{33} van de pizza aangeduid. 


a)

Waar

b)

Fout

43.

50% van 400 is 200.

a)

Waar

b)

Fout

44.

 8x+17= 9-8\cdot x+17=\ 9  
 x=1x=1  

a)

Waar

b)

Fout

45.

10% van 48 is 4,8.

a)

Waar

b)

Fout

46.

Het drievoud van een bedrag is 900 euro.Wiskundige zin: 3900=x3\cdot900=x  


a)

Waar

b)

Fout

47.

Een gelijkzijdige driehoek is ook een gelijkbenige driehoek.

a)

Waar

b)

Fout

48.

Een gelijkbenige driehoek is altijd ook een gelijkzijdige driehoek.

a)

Waar

b)

Fout

49.

 is de ingesloten hoek van zijden [AB] en [AD].

a)

Waar

b)

Fout

50.

Een vierkant is ook een parallellogram.

a)

Waar

b)

Fout

51.

Een ruit is ook een rechthoek.

a)

Waar

b)

Fout

52.

Dit is een gelijkbenige driehoek met |AC|= |BC|

Hoek A is (a)   graden.

53.

Rechte f is de diameter van de cirkel.

a)

Juist

b)

Fout, dit is een straal van de cirkel.

c)

Fout, dit is een middellijn van de cirkel.

d)

Fout, dit is een koorde van de cirkel.

54.

Duid de foute uitspraak/uitspraken aan.

a)

De omtrek p van ALLE vlakke figuren bepalen we door de som van de zijden.

b)

 Acirkel= rrπA_{cirkel}=\ r\cdot r\cdot\pi  

c)

 Adriehoek= bh2A_{driehoek}=\ \frac{b\cdot h}{2}  

d)

 Atrapezium=B+bh2A_{trapezium}=\frac{B+b\cdot h}{2}  

55.

Bepaal de oppervlakte A.

a)

3000 m2

b)

300 m2

c)

30 m2

d)

3 m2

56.

Ik zie het wiskunde examen volledig zitten!

a)

JAAA

b)

Een beetje

c)

Nee