wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3HAVO_H5_Elektriciteit_§3_serie-&Parallelschakeling

Total questions: 6

Worksheet time: 3mins

Name
Class
Date
1.

Ik heb een serieschakeling met 3 weerstanden (in serie). R1 = 10 ohm & R2 = 20 Ohm & R3 = 30 Ohm. De spanningsbron (utot) geeft een spanning van 12 Volt. Bereken de spanning over R3 (dat is dus U3)

a)

U3 = 12 Volt

b)

U3 = 6 Volt

c)

U3 = 24 volt

d)

U3 = 3 Volt

2.
Met welke schakeling bepaal je spanning over het lampje en de stroomsterkte door het lampje?
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
3.

In een schakeling zijn drie lampjes in serie geschakeld. Welke twee beweringen over de stroom en de stroomsterkte in deze schakeling zijn waar?

a)

De stroomsterkte is overal in de stroomkring gelijk.

b)

De totale stroomsterkte is het grootst door het eerste lampje.

c)

De totale stroomsterkte vind je door de stroomsterktes door de drie lampjes bij elkaar op te tellen.

d)

De stroom kan maar één route volgen.

4.

Betty maakt een parallelschakeling met drie lampjes. Ze sluit de schakeling aan op een gelijkspanningsbron. Welk schema hoort bij deze schakeling?

a)
b)
c)
5.

Jos maakt een serieschakeling met twee lampjes. Hij wil de totale stroomsterkte meten door de stroomkring. In welke figuur staat de stroommeter juist aangesloten?

a)
b)
c)
6.
Wat voor schakeling wordt in de afbeelding weergegeven?
a)
Een serieschakeling
b)
Een parallelschakeling