Font size
Worksheets3HAVO_H5_Elektriciteit_§3_serie-&Parallelschakeling
Total questions: 6
Worksheet time: 3mins
Ik heb een serieschakeling met 3 weerstanden (in serie). R1 = 10 ohm & R2 = 20 Ohm & R3 = 30 Ohm. De spanningsbron (utot) geeft een spanning van 12 Volt. Bereken de spanning over R3 (dat is dus U3)
U3 = 12 Volt
U3 = 6 Volt
U3 = 24 volt
U3 = 3 Volt
In een schakeling zijn drie lampjes in serie geschakeld. Welke twee beweringen over de stroom en de stroomsterkte in deze schakeling zijn waar?
De stroomsterkte is overal in de stroomkring gelijk.
De totale stroomsterkte is het grootst door het eerste lampje.
De totale stroomsterkte vind je door de stroomsterktes door de drie lampjes bij elkaar op te tellen.
De stroom kan maar één route volgen.
Betty maakt een parallelschakeling met drie lampjes. Ze sluit de schakeling aan op een gelijkspanningsbron. Welk schema hoort bij deze schakeling?
Jos maakt een serieschakeling met twee lampjes. Hij wil de totale stroomsterkte meten door de stroomkring. In welke figuur staat de stroommeter juist aangesloten?
