wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

LS3U3App124

Total questions: 59

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.
vrai
a)
echt, waar
b)
die, dat (betr. vnwrd.)
2.
qui
a)
die, dat (betr. vnwrd.)
b)
echt, waar
3.
ressembler à
a)
lijken op
b)
deel uitmaken
4.
faire partie de
a)
deel uitmaken van
b)
lijken op
5.
l'image (f)
a)
het beeld
b)
de manier
6.
se connaitre
a)
elkaar kennen
b)
doorgaan
7.
continuer
a)
doorgaan
b)
elkaar kennen
8.
la façon
a)
de manier
b)
het beeld
9.
perdu (perdre)
a)
verloren (verliezen)
b)
gewonnen
10.
développer
a)
ontwikkelen
b)
doorgaan
11.
l'avantage (m)
a)
het voordeel
b)
het nadeel
12.
protéger
a)
beschermen
b)
aanvallen
13.
exprimer
a)
uitdrukken
b)
beschermen
14.
le sentiment
a)
het gevoel
b)
het beeld
15.
grâce à
a)
dankzij
b)
echt, waar
16.
cela
a)
dit, dat
b)
niets
17.
rien ne
a)
niets
b)
die, dat (betr. vnwrd.)
18.
disparaitre
a)
verdwijnen
b)
beschermen
19.
prudent
a)
voorzichtig
b)
dankzij
20.
en ligne
a)
online
b)
offline
21.
hors ligne
a)
offline
b)
online
22.
être connecté
a)
verbonden zijn
b)
afgesloten zijn
23.
la connexion
a)
de verbinding
b)
het voordeel
24.
le mot de passe
a)
het wachtwoord
b)
het bericht
25.
numérique
a)
digitaal
b)
het nummer
26.
sauvegarder
a)
bewaren
b)
verwijderen
27.
supprimer
a)
verwijderen
b)
bewaren
28.
le message
a)
het bericht
b)
het voordeel
29.
accro
a)
verslaafd
b)
verloren
30.
télécharger
a)
downloaden
b)
verwijderen
31.
le chargeur
a)
de oplader
b)
de manier
32.
enregistrer
a)
opnemen
b)
verwijderen
33.
l'écran (m)
a)
het scherm
b)
de app
34.
l'appli, l'application (f)
a)
de app
b)
het scherm
35.
le jeu vidéo
a)
het computerspel
b)
de videorecorder
36.
les réseaux sociaux (m pl)
a)
de sociale media
b)
het sociale leven
37.
l'ordi, l'ordinateur (m)
a)
de computer
b)
het scherm
38.
les données personnelles (f pl)
a)
de persoonsgegevens
b)
de persoonlijkheid
39.
les fausses nouvelles (f pl)
a)
het nepnieuws
b)
de sociale media
40.
le (cyber)harcèlement
a)
het (cyber)pesten
b)
het nepnieuws
41.
la chaine
a)
het kanaal
b)
het scherm
42.
marrant
a)
grappig
b)
digitaal
43.
la chose
a)
het ding
b)
de oplader
44.
quotidien, quotidienne
a)
dagelijks
b)
verslaafd
45.
le sujet
a)
het onderwerp
b)
het ding
46.
différent
a)
anders, verschillend
b)
grappig
47.
régulièrement
a)
regelmatig
b)
dagelijks
48.
sinon
a)
anders, zo niet
b)
grappig
49.
l'abonné (m)
a)
de volger
b)
het scherm
50.
arrêter
a)
stoppen
b)
opnemen
51.
gagner
a)
verdienen, winnen
b)
verliezen
52.
l'argent (m)
a)
het geld
b)
het kanaal
53.
rien du tout
a)
helemaal niets
b)
anders
54.
grave
a)
erg, ernstig
b)
regelmatig
55.
rencontrer
a)
ontmoeten
b)
pesten
56.
la question
a)
de vraag
b)
het antwoord
57.
la science
a)
de wetenschap
b)
de volger
58.
l'art (m)
a)
de kunst
b)
de wetenschap
59.
la blague
a)
de grap
b)
de kunst