wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Verbanden en signaalwoorden

Total questions: 63

Worksheet time: 32mins

Name
Class
Date
1.

Nadat zij boodschappen had gedaan, ging ze naar haar werk.

a)

tegenstelling

b)

oorzaak-gevolg

c)

doel-middel

d)

tijd

2.

Terwijl de docent haar aansprak op haar gedrag, lachte ze hem uit.

a)

tegenstelling

b)

oorzaak-gevolg

c)

doel-middel

d)

tijd

3.

Wij waren in China, toen het COVID-19-virus uitbrak.

a)

tegenstelling

b)

oorzaak-gevolg

c)

doel-middel

d)

tijd

4.

Ik kan je pas ten huwelijk vragen, nadat ik je vader om toestemming heb gevraagd.

a)

tijd

b)

voorwaarde

c)

doel-middel

d)

conclusie

5.

Jij bent niet welkom in de les, totdat je je excuses aanbiedt

a)

tijd

b)

voorwaarde

c)

doel-middel

d)

conclusie

6.

Hoewel de leerlingen echt heel goed de signaalwoorden leerden, konden ze ze maar niet onthouden.

a)

doel-middel

b)

voorwaarde

c)

tegenstelling

d)

conclusie

7.

Zij houdt echt van haar werk, toch besluit ze een andere baan te accepteren.

a)

doel-middel

b)

voorwaarde

c)

tegenstelling

d)

conclusie

8.

In tegenstelling tot meiden, praten jongens liever niet over gevoelens

a)

doel-middel

b)

voorwaarde

c)

tegenstelling

d)

conclusie

9.

Zij houdt niet van stampot, ze eet het niettemin toch op.

a)

oorzaak-gevolg

b)

tegenstelling

c)

reden

d)

voorbeeld

10.

Hij is weliswaar een stoere vent, toch heeft hij een klein hartje.

a)

oorzaak-gevolg

b)

tegenstelling

c)

reden

d)

voorbeeld

11.

Hij werkt hard, zij daarentegen doet niets.

a)

oorzaak-gevolg

b)

tegenstelling

c)

reden

d)

voorbeeld

12.

Aan de ene kant lijkt het een goed idee, aan de andere kant is het echt niet uitvoerbaar.

a)

tegenstelling

b)

doel-middel

c)

reden

d)

voorbeeld

13.

In plaats van vlees eet zij liever vis.

a)

tegenstelling

b)

doel-middel

c)

reden

d)

voorbeeld

14.

Doordat de zon de hele dag scheen, werd ik super vrolijk.

a)

oorzaak-gevolg

b)

doel-middel

c)

reden

d)

voorbeeld

15.

Zij haalde steeds hele slechte cijfers en dat is duidelijk te wijten aan haar werkhouding.

a)

oorzaak-gevolg

b)

doel-middel

c)

reden

d)

voorbeeld

16.

Pascal leert elke dag 10 signaalwoorden, zodat hij uiteindelijk een mooi cijfer voor zijn SE kan halen.

a)

oorzaak-gevolg

b)

doel-middel

c)

reden

d)

voorbeeld

17.

Door de drukte in de klas, heeft niemand de uitleg gehoord.

a)

reden

b)

doel-middel

c)

oorzaak-gevolg

d)

voorwaarde

18.

We kunnen op skivakantie, dat is te danken aan de hevige sneeuwval.

a)

reden

b)

doel-middel

c)

oorzaak-gevolg

d)

voorwaarde

19.

Michael is al lang ziek, hierdoor heeft hij een enorme leerachterstand.

a)

reden

b)

doel-middel

c)

oorzaak-gevolg

d)

voorwaarde

20.

Om genoeg geld te hebben voor haar vakantie, werkt Chanelle extra uren in de winkel van haar oma.

a)

reden

b)

doel-middel

c)

oorzaak-gevolg

d)

voorwaarde

21.

Door middel van fouilleren, hoopt de politie de dader te vinden.

a)

reden

b)

doel-middel

c)

oorzaak-gevolg

d)

voorwaarde

22.

Zij koopt nieuwe kleren, opdat ze op haar sollicitatiegesprek goed voor de dag komt.

a)

reden

b)

doel-middel

c)

oorzaak-gevolg

d)

voorwaarde

23.

Hij traint nu vier keer per week, hiermee hoopt hij eindelijk de beste te kunnen worden.

a)

conclusie

b)

reden

c)

oorzaak-gevolg

d)

doel-middel

24.

Met behulp van danslessen, probeert hij meisjes te versieren.

a)

conclusie

b)

reden

c)

oorzaak-gevolg

d)

doel-middel

25.

Zij wonnen de schoolkampioenschappen met al hun inzet.

a)

conclusie

b)

reden

c)

oorzaak-gevolg

d)

doel-middel

26.

Papa kocht 200 verhuisdozen, waarmee hij in een keer de hele verhuizing hoopte te doen.

a)

conclusie

b)

reden

c)

oorzaak-gevolg

d)

doel-middel

27.

Ik vind bijna al mijn docenten leuk, zoals meester Dennis.

a)

opsomming

b)

voorbeeld

c)

reden

d)

samenvatting

28.

Zij kijkt meerdere series op Netflix, bijvoorbeeld Bridgerton en Casa de papel.

a)

opsomming

b)

voorbeeld

c)

reden

d)

samenvatting

29.

Die leerlingen werken werken best goed door, onder andere Naoufel en Yahya.

a)

opsomming

b)

voorbeeld

c)

reden

d)

samenvatting

30.

Sommige stages zijn echt heel leerzaam, zo heb je die bij Héman of in het theater.

a)

opsomming

b)

voorbeeld

c)

reden

d)

samenvatting

31.

Er zijn veel leerlingen die goed kunnen voetballen, kijk ter illustratie naar Dyami.

a)

opsomming

b)

tegenstelling

c)

voorwaarde

d)

voorbeeld

32.

Vanwege groot succes, wordt de musical nog zeker een jaar langer gespeeld.

a)

opsomming

b)

tegenstelling

c)

voorwaarde

d)

reden

33.

Je moet nu echt mijn lokaal uit, je stoort namelijk echt iedereen om je heen.

a)

opsomming

b)

tegenstelling

c)

voorwaarde

d)

reden

34.

Aangezien je niet wilt opletten, kun je beter gaan.

a)

opsomming

b)

tegenstelling

c)

voorwaarde

d)

reden

35.

Omdat de kaartjes nu in de aanbieding waren, kocht hij er meteen 10.

a)

opsomming

b)

tegenstelling

c)

voorwaarde

d)

reden

36.

De jongens hadden geen zin meer om verder te spelen, omdat ze 10-0 achter stonden.

a)

reden

b)

tegenstelling

c)

doel-middel

d)

conclusie

37.

Het meisje haalde een 10, want ze had echt alle antwoorden goed.

a)

reden

b)

tegenstelling

c)

doel-middel

d)

conclusie

38.

Wegens ziekte van de docent, hadden de leerlingen uitval.

a)

reden

b)

tegenstelling

c)

doel-middel

d)

conclusie

39.

We gaan een pittig gesprek met je moeder voeren, je hebt immers nooit je spullen bij je.

a)

reden

b)

tegenstelling

c)

doel-middel

d)

conclusie

40.

Ik ben erg tevreden met je werk. Ten eerste is het inhoudelijk perfect, ten tweede heb je helemaal geen spelfouten gemaakt en tenslotte helpt die reep chocola natuurlijk ook een boel ;)

a)

samenvatting

b)

tegenstelling

c)

opsomming

d)

voorbeeld

41.

In de Action kocht de docent weer eens pennen, schaartjes, schriften en stiften voor zijn leerlingen.

a)

samenvatting

b)

tegenstelling

c)

opsomming

d)

voorbeeld

42.

Muhammet gaat mee op kamp naar de Ardennen, Gianni en Cheryna gaan ook.

a)

samenvatting

b)

tegenstelling

c)

opsomming

d)

voorbeeld

43.

Niet alleen Ameerat heeft haar werk helemaal af, ook Kishana is al helemaal klaar.

a)

samenvatting

b)

tegenstelling

c)

opsomming

d)

voorbeeld

44.

Door de wind zijn er wat ramen gesneuveld. Er zijn tevens dakpannen naar beneden gewaaid.

a)

opsomming

b)

voorbeeld

c)

conclusie

d)

voorwaarde

45.

Je bent altijd zo vrolijk en bovendien werk je altijd keurig door.

a)

opsomming

b)

voorbeeld

c)

conclusie

d)

voorwaarde

46.

Ajax is al best vaak landskampioen geweest en daarnaast wonnen ze ook een keer de UEFA-cup in 1992.

a)

opsomming

b)

voorbeeld

c)

conclusie

d)

voorwaarde

47.

Je hebt het echt verdiend om de prijs te winnen. Je was het eerste klaar en bovendien had je maar een fout.

a)

opsomming

b)

voorbeeld

c)

conclusie

d)

voorwaarde

48.

Je mag de les eerder verlaten, mits je je werk af hebt.

a)

voorwaarde

b)

voorbeeld

c)

doel-middel

d)

oorzaak-gevolg

49.

Als je morgen nog mee wilt doen met het volleybaltoernooi, (dan) moet je nog snel nieuwe sportschoenen gaan kopen.

a)

voorwaarde

b)

voorbeeld

c)

doel-middel

d)

oorzaak-gevolg

50.

Wanneer alle leerlingen van 3B een voldoende halen voor het SE VERBANDEN, trakteert de meester op ijs.

a)

voorwaarde

b)

voorbeeld

c)

doel-middel

d)

oorzaak-gevolg

51.

Stel dat de Russen ineens Oekraïne verlaten, (dan) kan het land weer worden opgebouwd.

a)

doel-middel

b)

tegenstelling

c)

voorwaarde

d)

oorzaak-gevolg

52.

Je mag over naar leerjaar 4, tenzij je toch een onvoldoende hebt voor je stage.

a)

doel-middel

b)

tegenstelling

c)

voorwaarde

d)

oorzaak-gevolg

53.

Op voorwaarde dat je de komende drie maanden elke keer meetraint, beloof ik je een basisplaats in het elftal.

a)

doel-middel

b)

tegenstelling

c)

voorwaarde

d)

oorzaak-gevolg

54.

In geval van nood, mag je aan de noodrem trekken.

a)

doel-middel

b)

tegenstelling

c)

voorwaarde

d)

oorzaak-gevolg

55.

Je hebt een acht gehaald, dus je hebt nu gemiddeld een zeven.

a)

reden

b)

conclusie

c)

voorwaarde

d)

oorzaak-gevolg

56.

In Nederland hebben inmiddels zeven miljoen mensen VOVID-19 gehad. Het is duidelijk dat dit een heel besmettelijke ziekte is.

a)

reden

b)

conclusie

c)

voorwaarde

d)

oorzaak-gevolg

57.

Je zit wéér op je telefoon, dat betekent dat je na moet blijven.

a)

reden

b)

conclusie

c)

voorwaarde

d)

oorzaak-gevolg

58.

122 leerlingen hebben zich opgegeven voor kamp. Concluderend kun je stellen dat bijna iedereen meegaat.

a)

reden

b)

conclusie

c)

voorwaarde

d)

oorzaak-gevolg

59.

Je hebt de hele week gespijbeld, hieruit volgt dat je geschorst wordt.

a)

reden

b)

conclusie

c)

voorwaarde

d)

tegenstelling

60.

In 3B wordt veel gepraat en gelachen. Al met al is het een gezellige klas.

a)

samenvatting

b)

doel-middel

c)

voorwaarde

d)

tegenstelling

61.

We zijn gaan mountainbiken, gaan abseilen, we hebben geklommen en op een rivier geraft. Kortom, kamp was echt geslaagd.

a)

samenvatting

b)

doel-middel

c)

opsomming

d)

tegenstelling

62.

Alles bij elkaar hebben we echt genoten.

a)

samenvatting

b)

doel-middel

c)

opsomming

d)

tegenstelling

63.

Samenvattend, meester Smit is een topdocent!

a)

samenvatting

b)

doel-middel

c)

opsomming

d)

tegenstelling