wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2.3 De stad verandert - Diagnostische toets

Total questions: 10

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

In de VS gaan mensen in ruim opgezette woonwijken wonen, aan de rand of in de buurt van de centrale stad. Hoe worden deze genoemd?

a)

suburbs

b)

randsteden

c)

edge cities

d)

CBD's

2.

Trek naar de stad = urbanisatie, trek uit de stad is suburbanisatie.

Zowel bij westerse als niet-westerse steden ontstaan er (voor)steden in de randzone van de centrale stad.

Welke uitspraak is waar?

a)

Bij westerse en niet-westerse steden komt dit door urbanisatie.

b)

Bij westerse steden komt dit door urbanisatie, bij niet-westerse steden door suburbanisatie.

c)

Bij westerse steden komt dit door suburbanisatie, bij niet-westerse steden door urbanisatie.

d)

Bij westerse en niet-westerse steden komt dit door suburbanisatie.

3.

Een edge city en een suburb zijn hetzelfde.

a)

Dit is waar.

b)

Dit is niet waar.

4.

Shoppings malls kom je vooral tegen in edge cities.

a)

Dit is waar.

b)

Dit is niet waar.

5.

Probleemwijken kom je in westerse steden vooral tegen in:

a)

het centrum

b)

de wijken rondom het centrum

c)

de suburbs

d)

de voorsteden

6.

Welke uitspraak klopt?

a)

Gentrification zorgt voor een trek naar de stad en dat de stad gemiddeld rijker wordt.

b)

Gentrification zorgt voor een trek naar de stad en dat de stad gemiddeld armer wordt.

c)

Gentrification zorgt voor een trek uit de stad en dat de stad gemiddeld rijker wordt.

d)

Gentrification zorgt voor een trek uit de stad en dat de stad gemiddeld armer wordt.

7.

Ook in niet-westerse megasteden heb je een CBD.

a)

Dit is waar.

b)

Dit is niet waar.

8.

Welke uitspraak is waar?

a)

In rijke landen is de verstedelijkingsgraad en het verstedelijkingstempo hoger dan in arme landen.

b)

In rijke landen is de verstedelijkingsgraad hoger en het verstedelijkingstempo lager dan in arme landen.

c)

In rijke landen is de verstedelijkingsgraad lager en het verstedelijkingstempo hoger dan in arme landen.

d)

In rijke landen is de verstedelijkingsgraad en het verstedelijkingstempo lager dan in arme landen.

9.

Welk begrip hoort bij deze figuur?

a)

Urbanisatie

b)

Suburbanisatie

c)

Verdichting

d)

Gentrification

10.

Welke uitspraak over een model is niet waar?

a)

Een model maakt iets wat ingewikkeld is eenvoudiger/overzichtelijker.

b)

Een model kun je alleen maken als er geen uitzonderingen zijn.

c)

Op een model zijn altijd uitzonderingen te vinden.

d)

Met een model kun je verschijnselen beter met elkaar vergelijken.