wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Examentraining Nederlands V6

Total questions: 31

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

Wanneer is het CSE Nederlands?

a)

woensdag 15 mei 2024 13:30-16:30

1e tijdvak

maandag 19 juni 2024 13:30- 16:30

2e tijdvak

b)

donderdag 16 mei 2024 13:30-16:30

1e tijdvak

maandag 19 juni 2021 13:30- 16:30

2e tijdvak

c)

vrijdag 17 mei 2021 13:30-16:30

1e tijdvak

dinsdag 15 juni 2021 13:30- 16:30

2e tijdvak

2.

Wat mag je NIET meenemen naar het CSE Nederlands?

a)

Oefenexamens

b)

Een woordenboek

c)

Een flesje water en wat te eten

d)

Zelfvertrouwen

3.

bovendien, ook, niet alleen...maar ook

Welk tekstverband?

a)

Tegenstelling

b)

Doel-middel

c)

Voorwaarde

d)

Opsomming

4.

daardoor, te wijten aan, door

Welk tekstverband?

a)

opsomming

b)

oorzaak-gevolg

c)

doel-middel

d)

redengevend

5.

want, omdat, namelijk, aangezien

Welk tekstverband?

a)

doel-middel

b)

conclusie

c)

samenvatting

d)

redengevend

6.

dan ook, dus, hieruit volgt

Welk tekstverband?

a)

conclusie

b)

opsomming

c)

oorzaak-gevolg

d)

redengevend

7.

Een tekst waarin een schrijver iets uitlegt, verklaart of mededeelt.

a)

uiteenzetting

b)

betoog

c)

beschouwing

8.

Een tekst waarin de schrijver een duidelijk standpunt inneemt en dat standpunt met argumenten onderbouwt.

a)

Een uiteenzetting

b)

Een betoog

c)

Een beschouwing

9.

Een tekst waarin de schrijver de lezer interpretaties, verklaringen en opinies ter overweging aanbiedt.

a)

Een uiteenzetting

b)

Een betoog

c)

Een beschouwing

10.

In welk voorbeeld wordt er correct geciteerd?

a)

"Stel, je...wordt samengevat." (regels 1 t/m 3)

b)

"Stel...samengevat." (regels 1 t/m 3)

c)

"Stel, je...wordt samengevat."

d)

"Stel, je argumentatie uit het hele betoog wordt samengevat."

11.

Als je wordt gevraagd om te citeren, dan wordt de spelling van je antwoord ook gecontroleerd.

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

Bij het bepalen van de hoofdgedachte van de hele tekst let je vooral op de titel, de inleiding en het slot.

a)

Juist

b)

Onjuist

13.

Bij het bepalen van de hoofdgedachte van een tekstgedeelte let je vooral op de kernzinnen en/of zinnen die een mening bevatten.

a)

Juist

b)

Onjuist

14.

Om de functie van een tekstgedeelte te bepalen combineer je je kennis van de hoofdgedachte van het tekstgedeelte met de signaalwoorden en signaalzinnen in bevraagde tekstgedeelte.

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Welke functiewoorden passen bij de inleiding van een tekst? Meerdere opties mogelijk

a)

aanleiding

b)

anekdote

c)

nuancering

d)

hypothese

e)

standpunt

16.

Welke functiewoorden passen bij het slot van een tekst? Meerdere antwoorden!

a)

Aanbeveling

b)

Toekomstverwachting

c)

Conclusie

d)

Stelling

e)

Afweging

17.

Welke functiewoorden horen vaak bij een betogende tekst?

a)

stelling

b)

argument

c)

gevolgen

d)

tegenwerping

18.

Welke functiewoorden horen vaak bij een beschouwende tekst? Meerdere antwoorden mogelijk!

a)

Uitwerking

b)

Hypothese

c)

Afweging

d)

Anekdote

e)

Vraagstelling

19.

Welk argumentatieschema?

Soaps zijn erg populair. Op de Nederlandse zenders worden per dag gemiddeld zes soaps uitgezonden.

a)

Feiten

b)

Voorbeeld

c)

Vergelijking

d)

Ervaring

20.

Welk argumentatieschema?

Soaps kunnen verslavend zijn. Kijk maar naar mijn buurvrouw die van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat televisie kijkt.

a)

Feiten

b)

Voorbeelden

c)

Gevolg

d)

Vermoedens

21.

Welk argumentatieschema?

Zo veel mogelijk landen moeten hun munt inruilen voor de euro. Dat is gunstig voor het betalingsverkeer en dat zal de concurrentiepositie van Europa ten goede komen.

a)

Feiten

b)

Nut of gewenste gevolgen

c)

Autoriteit

d)

Vermoedens

22.

Welk argumentatieschema?

Het is een goede zaak als leerlingen op verschillende niveaus examen kunnen doen. Ik denk namelijk dat de scholen dan beter kunnen inspelen op de behoeften van de leerlingen.

a)

Feiten

b)

Nut of gewenste gevolgen

c)

Vergelijking

d)

Vermoedens

23.

Welke drogreden?

De pleidooien in de Volkskrant voor de uitbreiding van de EU hebben effect gehad, want er zijn sindsdien zes nieuwe lidstaten bij gekomen.

a)

Onjuist beroep op oorzaak-gevolgschema

b)

Vals dilemma

c)

Overhaaste generalisatie

d)

Ontduiken bewijslast

24.

Welke drogreden?

Of je voedt kinderen streng op met het gevolg dat ze gefrustreerd raken, of je laat ze vrij met het gevolg dat ze volledig ontsporen.

a)

Vals dilemma

b)

Cirkelredenering

c)

Onjuist beroep op kenmerk- of eigenschapsschema

d)

Persoonlijke aanval

25.

Welke drogreden?

Dit kabinet wordt helemaal niets. Dat zal iedereen met me eens zijn.

a)

Onjuist beroep op autoriteit

b)

Overhaaste generalisatie

c)

Ontduiken van de bewijslast

d)

Persoonlijke aanval

26.

Welke drogreden?

De winnaar van het Groot Dictee der Nederlandse Taal heeft acht spelfouten gemaakt. Met het spellingsonderwijs is het dus droevig gesteld.

a)

Overhaaste generalisatie

b)

Onjuist beroep op autoriteit

c)

Verkeerde vergelijking

d)

Bespelen van het publiek

27.

Bij de aanvaardbaarheid van de argumentatie controleer je:

(Meerdere antwoorden)

a)

de betrouwbaarheid van de bronnen

b)

de controleerbaarheid en de aanvaardbaarheid van feitelijke uitspraken

c)

de aanvaardbaarheid van waarderende uitspraken en argumenten

28.

Als er bij een open vraag staat vermeld: 'antwoord in een of meer volledige zinnen', dan betekent dat dat zowel de spelling als de zinsbouw van je antwoorden wordt meegewogen.

a)

Juist

b)

Onjuist

29.

Bij het beantwoorden van een open vraag mag je een gedeelte van de vraag herhalen in je antwoord. Dat eerste deel van je antwoord telt dan niet mee voor het maximum aantal woorden.

a)

Juist

b)

Onjuist

30.

Als er in de hoofdtekst een spelfout staat en ik neem die over, dan wordt die spelfout mij aangerekend.

a)

Juist

b)

Onjuist

31.

Welk cijfer denk je te gaan halen voor je CSE Nederlands?

4 lines