Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Module 3 Beoordeel de bodemkwaliteit

Total questions: 11

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Is de volgende uitspraak waar of niet waar:

De bodemkwaliteit is voor iedere grondsoort en voor ieder gewas hetzelfde.

a)

Waar

b)

Niet waar

2.

Bij goed bodembeheer kijk je naar ...

a)

Bodemplagen, bodemstructuur en bodemleven.

b)

Bodemvruchtbaarheid, bodembewortelbaarheid en bodemplagen.

c)

Bodemonkruiden, bodemstructuur en bodemleven.

d)

Bodemvruchtbaarheid, bodemstructuur en bodemleven.

3.

Waarom is een goede grondanalyse nu nog belangrijker dan 10 jaar geleden?

a)

Omdat het nu moeilijker is om aan de wet te voldoen en je dus precies wil weten wat er aan nitraat uitspoelt.

b)

Omdat de kennis over bemesting tegenwoordig minder is, zodat het moeilijker is om de vruchtbaarheid op peil te houden.

c)

Omdat er strengere regels zijn voor bemesting, zodat het moeilijker is om de vruchtbaarheid op peil te houden.

4.

N-leverend vermogen is de stikstof die gedurende het seizoen door mineralisatie beschikbaar komt voor het gewas

a)

waar

b)

niet waar

5.

Koolzure kalk is een buffer voor de pH. Als dit nog in de grond zit zal de pH niet dalen

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

N-totaal is de hoeveelheid ammonia die in de grond aanwezig is

a)

Waar

b)

Niet waar

7.

Klei-Humus complex is de hoeveel positief geladen voedingsstoffen en andere elementen de bodem kan vasthouden

a)

waar

b)

niet waar

8.

Wat kan het gevolg zijn voor het gewas als de pH van een bodem veel te laag is?

Kies de drie juiste antwoorden.

a)

Het gewas maakt teveel bladgroen aan ter compensatie

b)

Het gewas groeit lang met dunne stengels

c)

Voedingstoffen in de grond komen niet beschikbaar voor het gewas

d)

Voedingsstoffen worden niet goed opgenomen door het gewas

e)

De wortels groeien niet goed

9.

Je moet een representatief bodemmonster nemen. Van welke plaatsen in het perceel neem je grond in je monster? Er zijn twee antwoorden goed.

a)

Middenin het perceel

b)

De kopakker

c)

1 meter van de rand van het perceel

d)

De plek waar vroeger een oude kreek lag

e)

10 meter van de rand van het perceel

10.

Geef aan wat je in één werkgang kan meten met de Veris bodemscanner. Er zijn vier antwoorden goed.

a)

De pH van de bodem

b)

De hoogte van het perceel

c)

De hoeveelheid aan voedingsstoffen N, P en K in de bodem

d)

De EC van de bodem

e)

Het organische stofgehalte van de bodem

11.

Wat beoordeel je met een profielkuil?

a)

De bodemstructuur, de beworteling en de voedingsstoffen.

b)

De bodemstructuur, de beworteling en het bodemleven.

c)

De beworteling, de voedingsstoffen en de ziektekiemen.